Gesponsord stuk vreten

Dat het hedendaagse voetbal voor altijd verkloot is door het grote geld, is eigenlijk anno 2017 al heel normaal. Waar je vroeger als gezonde club nog enigszins internationaal mee kon komen, wordt het nu geregeerd door maffe rijke, Chinezen, Amerikanen, Arabieren en Russen die hun geld liever steken in een voetbalclub dan in hun eigen maatschappij.

We weten tegenwoordig niet beter. Hang een jeugdspeler en zijn ouders met een net-niet-modaal inkomen een vette worst voor en weg zijn ze. Eventjes heel rijk bij een grote club waar ze nooit doorbreken, als handelswaar gebruikt en uitgebuit worden om vervolgens ergens berooid te eindigen bij een hoofdklasseclub als een talent dat het nooit maakte. Hard, maar voor de meeste wannabe-Cruijffs waar. Dat allemaal mede mogelijk gemaakt door een rijke zielloze sponsor. Was je nog een beetje goed, dan zal Voetbal International je misschien nog een ghostwriterboekje aanbieden over je leven als topsporter.

Het hele voetbalsysteem is in principe verprutst door het grote geld en vooral de belangen die daarbij spelen. Het spel geregeerd door enkele rijke clubbazen. Toegestane kartelvorming blijkbaar. Het is niet anders. Geld vergiftigt veel topsporten en wij vinden het best.

Dat geld, of beter het gebrek daaraan, de zorg vergiftigt vind ik veel zorgelijker. Zo las ik dat je in een seniorenwoning in Groningen een wurg-huurcontract afsluit, waarbij je verplicht bent dat te eten wat de cateraar biedt. Eet je een keer wat anders, dan hangt er een dwangsom van 500 euro boven je hoofd! Ik verzin dit niet. Zoveel gevoel voor idiotisme heb ik nu ook weer niet.

Het meest erge nog vind ik dat ik vrees dat dit niet een opzichzelfstaand feit is. Ik vermoed dat er zo veel gesponsorde instellingen zijn met dit soort contracten. Net als in het voetbal regeren het geld en de belangen. Waar je als speler nog enigszins de vrije keuze hebt, lijkt deze hier ver te zoeken. Je tekent een contract bij een manager en wil je wat anders? 500 euro! Nu ik er zo over nadenk, dit ligt ook niet zo heel ver af van enkele voetbalclubs.

De zorg kost veel geld, dat weet iedereen. De regering belooft elke verkiezing trouw er iets mee te doen en ik geloof ook best dat ze er geld in pompen. De zorgverzekeraars hebben hier ook belang bij. Zij proberen met minimaal geld bijvoorbeeld een ziekenhuis de duimschroeven aan te draaien. Ik zelf betaal zeker tweeduizend euro aan zorg per jaar. Maar breek ik een pink, word ik bijna geweigerd bij een ziekenhuis. Omdat ik bij de verkeerde verzekeraar zit! Echt gebeurd! Het ziekenhuis wilde wel, maar zou last kunnen krijgen met de verzekeraar. Klinkt toch ook een beetje als kartelvorming. Maar net als in het voetbal halen we meewarig onze schouders een keer op en we accepteren het maar.

Nu zitten ergens in een seniorenflat ome Jan en tante Klara gestoofde varkenspruttel met papperige rijst en vaalgroene doperwtjes te eten omdat dit moet van de verhuurder. Nog even en dan staat er een oude televisie van Samsung met 10 voorgeprogrammeerde kanalen en een goedkope magnetron om hun prak vuilnis zelf op te warmen. Allemaal aangeboden door de o zo gulle verhuurder en zijn sponsors. Wat een luxe! Je zou er haast een inbraak voor doen om even veertien dagen luxe vakantie te vieren in de plaatselijke bajes. Of zouden ze daar ook gesponsorde daghap hebben?

Van de week kreeg ik een mailtje of ik een blog wilde schrijven over kussens. Wisten ze dat ik uit Almelo kom? De stad van de beroemde Finkers: verkoopt u ook kussentjes? Ik zou gratis kussens mogen uitzoeken wanneer ik ze er in vernoemde. Mwah, ik heb maar niets getekend. Voorts mag ik nergens anders meer kussens kopen op straffe van een dwangsom.

Het blijft toch zorgelijk allemaal.

cartoon eten

Zorg(elijk) 2016

Ik ben een gebroken man. Nou ja, mijn pink is gebroken. Michiel zou Michiel niet zijn wanneer het niet het meest debiele ongeluk ooit was. Neem een dikke tak, een robuuste knipschaar met lange hengels en een niet al te handige tuinman. Overschat vervolgens de tak die je moet doorknippen, zet veel kracht en krak! Niet de tak maar mijn pink die tussen de hengels van de schaar brak.
Daar zat ik dan met een niet te gebruiken vinger. Mooi dik en pijnlijk. Dan kun je maar een ding doen. Een week eigenwijs zijn en dan naar de dokter. Zo ook ik.
Met een goed ingetapete pink zat ik netjes een minuut eerder dan de afspraak in de wachtkamer. Afijn, dik een half uur later was ik aan de beurt. Tape eraf en de vinger in de kundige handen van de arts. Tja, hij kon het ook niet zeggen, ik moest maar eens foto’s laten maken in het ziekenhuis een stad verderop.
Zo ging ik op pad met een licht pijnlijke pink zonder enige verband of wat dan ook. Wat zijn er dan toch veel rotondes wanneer je ze niet nodig hebt. Mijn pink was het hier mee eens, want die vond alles kloppend. Met pijn en nog meer pijn kwam ik uiteindelijk bij het ziekenhuis aan.
Aan de receptie van het ziekenhuis wilde ze graag mijn geboortedatum en naam weten. Nadat ze er niet intrapten dat ik van 1992 was, mocht ik doorlopen naar de balie van de röntgen. Wederom naam en geboortedatum. Goh, dacht ik, misschien moest de medische wereld eens Facebook nemen, dan hoeven ze dat niet steeds te vragen. “1984,” riep ik, maar helaas, grapje wederom mislukt.
Een kleine half uur later mocht ik op de foto. Als een volleerd handmodel poseerde mijn vinger van zijn zwoelste kanten. Gebroken was de conclusie, maar niet goed genoeg voor gips. Onderstaande conversatie volgde met de assistente. Bizar maar waar.
‘U moet er even mee terug naar de dokter, die gaat het intapen.’
‘Huh? Kan dat hier niet? Ik bedoel, dit is toch een ziekenhuis?’
‘Nee, helaas. Ik mag het niet doen en de chirurg zit in een andere stad.’
Verbazende stilte.
‘Maar hoe kon hij dan zien dat mijn…’
‘Ik heb hem even de foto’s toegestuurd en gebeld.’
‘Oh, ja, logisch.’
‘U moet tegen de dokter zeggen dat hij er buddy-tape om moet doen. Dan weet hij voldoende.’
Dat maakte me wel ongerust. Dat mijn arts kennelijk niet weet wat er om mijn vinger moet.
Licht geïrriteerd toog ik al kloppend en mopperend door rotonde-city terug naar mijn dokter.
Receptie gesloten.
Grrr.
Mijn pink klopte hard genoeg bij de receptie om de aandacht te trekken van een assistente.
‘Ja?’
‘Mijn pink is gebroken en ik moest van het ziekenhuis hem hier in laten tapen bij de dokter. Met buddy-tape,’ zei ik er dapper achteraan.
‘Oh, maar dat doen wij hier normaal gesproken niet.’
Vanuit het onderste van mijn lichaam begon het lava te borrelen.
‘Waar dan wel? De groenteboer? Bakker? Zeg het maar. Ziekenhuis ook al niet, maar dat zou ook wel héél raar zijn, natuurlijk.’
Mijn sarcasme kwam kennelijk nog niet helemaal over. De assistente, behulpzaam dat ze was, dacht even mee.
‘Fysiotherapeut misschien?’
Uitbarsting!
Al het lava spoot als een flinke scheldkanonnade over de receptiedesk. De pijn in mijn pink hielp ook niet echt om nog enigszins genuanceerd over te komen.
De haren van de assistente wapperde als waren ze van Hans Klok om haar oren van mijn getier. Ze kon niet anders doen dan toch gauw even de dokter vragen. Snel vluchtte ze weg en kwam ze even later wonder boven wonder terug. De dokter zat nu in een bespreking en zij mocht niet tapen, omdat het op een speciale wijze moest. Na een aantal excuses kon ik de volgende ochtend terugkomen.
Als ik geweten had dat een gebroken pink zo zorgintensief was dat het twee dagen in beslag neemt, had ik nooit die verrekte boom gesnoeid!
De volgende ochtend. Bij de arts. Ik zat op de eerste rij om de speciale manier van tapen te mogen aanschouwen met de beroemde buddy-tape. Iets wat een assistente niet mocht, maar na het bekijken van deze wondermethode ben ik er haast van overtuigd dat ik het de volgende keer door mijn buurmeisje laat doen.
Zorg anno 2016. Klaar bij de dokter? Kun je meteen een cursus stresstherapie aanvragen. Kan ik dadelijk de röntgenfoto’s ook nog betalen van mijn eigen risico. Kan ze niet eens op mijn open haard zetten!

kastje-naar-de-muur-kleur

Bron afbeelding:  dagboekvoorhetleven.wordpress.com

Rugzakje

Het jochie liep dwarrelend voorop in de straten van het centrum van Deventer. Als een losgeslagen labrador kon je hem vanaf de zijstraten al horen aankomen. Het was koningsdag en dus waren er allerlei activiteiten in de stad. Dat de rommelmarkt meer dan geslaagd was, kon je wel zien aan de blosjes op zijn wangen.

Zijn ouders liepen een meter of tien achter hem. Druk proberend hun zoon van een jaar of elf wat tot kalmte te manen, helaas droop de goedheid van deze lieve mensen af en maakt de vader, hoe hij ook een mannelijke stem probeerde op te zetten, geen indruk. In plaats van wat strenger te worden bleven zij van nood maar glimlachen. Zichtbaar moeite met de situatie, of was het de zorg die ze niet konden loslaten?

Links in de straat zat een heuse speelgoedautowinkel. Eentje met echte jaren 50 klassiekers en verzamelobjecten. Het jongetje zag vooral auto’s. Als een rode lap op een stier trok het hem aan.

‘Kijk, kijk! Auto’s! Misschien hebben ze ook autoplaatjes!’

Voordat zijn vader en moeder ook maar een woord ertussen konden krijgen, stoof het jochie naar de winkel toe.

‘Auto’s!’

De deur vloog met een dusdanig klap open, dat de ouderwetse winkelbel er bijna af klingelde. De winkelier die tot nu toe wat dromerig achter de balie had gestaan, vloog bijna een meter omhoog.

‘Yes! Auto’s!’

Ontembaar rende hij naar de toonbank. Een hels kabaal klonk achter hem. Een stelling met antiek uitziende, blikken postertjes kletterde met een smak op de grond.

Zijn ouders waren ondertussen de winkel in gesneld. De vader zag de blikken ravage al op de grond.

‘Ojee,’ piepte hij er bijna aandoenlijk uit.

De moeder kon alleen maar verontschuldigend lachen.

‘Heb je autoplaatjes?’

Totaal geen notie van wat hij achter zich had aangericht, stond het kereltje, bij de balie, de wit weggetrokken verkoper ongeduldig aan te kijken. Deze negeerde het ventje en liep op zijn beurt bezorgt naar de gevallen stelling.

‘Sorry,’ glimlachte, de vader. ‘Hij had niet in de gaten dat hij zijn rugtas om had.

De lach kwam zo warm en zacht over, dat het bijna de tranen camoufleerde die achter deze ouders schuilde. Ze bedoelden het zo goed. Het compenseerde bijna het roekeloze gedrag van hun te enthousiaste zoontje.

De vader hielp netjes mee de blikken posters opruimen. De winkelier bleef stoïcijns stil. Hij leek wel bijna in shock van wat er zojuist was gebeurd. Papa zag tot zijn schrik dat er enkele prentjes verbogen waren.

‘Oh nee toch, mijnheer, deze zijn verbogen.’

De eerlijkheid was hartbrekend. Zulke lieve ouders als deze waren zeldzaam. Mensen die eerst de schuld bij zichzelf zochten en niet direct bij anderen neerlegden. Een moeder die uit zou zoeken waarom haar zoon geen voldoende had zonder meteen een school aan te klagen. Dat type ouders.

Het jochie vloog ondertussen als een Tasmaanse duivel door de autowinkel. Zijn moeder riep hem nog een paar maal na dat hij moest oppassen. Helaas was het water naar de zee dragen.

Zijn vader voelde de situatie aan en probeerde vlug alles recht te zetten. Ze moesten zo snel mogelijk de winkel uit. De winkelier hoefde gelukkig geen vergoeding. Zo snel als ze kon greep de moeder het tegensputterende kereltje bij zijn arm en duwde hem vlug de zaak uit. De stilte keerde terug. Een gedeukte poster wiebelde nog een beetje na op de toonbank.

Met hun drieën liepen ze verder de straten door. Hun drukke zoontje liep wederom stuiterend voorop. Bijna meer beeldend als dit kun je het niet krijgen. Hoeveel emotie kost het wel niet als je kind een rugzakje heeft? Meer dan een blikken prent.

Rugtas

Bron afbeelding: Bol.com

Mij een zorg

We moeten weer terug naar de kern, dat vindt de overheid. De zorg moet lokaal geregeld worden bij de gemeenten. Zij moeten het neerleggen bij de burgers. En de burger? Die wordt zoveel mogelijk gestimuleerd om het vooral zelf te doen met behulp van buren, familie en/of vrienden.
Kan prima, toch? Zolang je het geluk hebt om redelijk ongeschonden door het leven te stappen, zal je waarschijnlijk weinig hinder ondervinden. Zodra je op welke wijze dan ook opeens sterk afhankelijk wordt van de zorg, wordt het een ander verhaal.
Met lede ogen zie ik de macht van de zorgverzekeraars aan. Heb je eindelijk een goed werkend medicijn voor je kind, krijg je opeens een ander merk want de fabrikant heeft zojuist jouw verzekeraar een vettere worst voor hun neus kunnen houden dan die van het goedwerkende merk. Dat jouw kind vervolgens drie weken onrustig is, vindt de verzekeraar niet zo erg. Dat praten ze wel recht door een zeer begripvolle vrouw die jou telefonisch psychologisch dusdanig inpakt, dat je gaat geloven dat zij het goed hebben gedaan. Nog maar te zwijgen over de groep mensen die zo afhankelijk zijn dat zij eigenlijk een soort van slaaf van de zorgverzekeraar zijn geworden.
Bij keukentafelgesprekken lijkt vaak het doel om zo veel mogelijk bij de cliënten neer te leggen. Niet zij gaan het doen, maar jij. Jullie. Ze willen wel, maar mogen niet. Te duur. Best erg eigenlijk als je er zo over nadenkt. Aan al onze zorgbehoevenden hangt een prijskaartje. Van gaatje in de tand tot verlamd, het kost geld. Dat weten we, is ook niets nieuws. Betalen we ook een best maandelijks bedrag voor richting de zorgverzekeraar. Niet voldoende blijkbaar.
Wanneer ik de krant opensla of social media afstruin, dan schieten me pas echt de tranen in de ogen. Ik zie veel artikelen over crowdfunding en inzamelacties van ouders, familie, buren en/of vrienden. Help die aan een nieuw hart, die aan een nier, een rolstoelbus, een speciaal bed en zo kan ik nog wel even verder.
Mensen die het niet willen, maar niet anders meer kunnen: vragen om geld om het leven wat aangenamer te maken voor hun familielid en henzelf. Is dit nu de zorg anno 2016? Is dit wat de overheid en zorgverzekeraars voor ogen hebben? Het zo bij de burgers leggen dat zij de boer op moeten om de eindjes weer aan elkaar geknoopt te krijgen? Dan schud ik meewarig mijn hoofd.
Wat is dan het credo van de overheid eigenlijk?
Mijn zorg? Mij een zorg.

Loesje

Bron afbeelding: Loesje.nl

Gelukkig Nieuwjaar

Vroeger waren de kerstdagen vol cadeautjes, warmte, films en familie. Vandaag de dag is de kerst de tijden van het omzeilen. Mijn zoon is autistisch, behoorlijk zwaar. Waar ik als jochie blij van werd, raakt hij van in de stress.
Het doet mij vaak pijn om te zien hoe hij het allemaal net aankan. Het zogenaamde emmertje in zijn hoofd zit elke keer op het randje. School is op deze donkere dagen veranderd in een hel voor hem. Al die lichtjes, kerstbomen en muziek. Zijn hersens zijn Syrië, de prikkels de meedogenloze bommen. Thuis, de straten, de mensen, alles is anders. De hele atmosfeer ademt kerst en feest. Hoe positief en saamhorig wij ook ons voelen, voor hem is het een enkeltje eerste klas inferno. Hoe goed ik ook mijn best doe, ik kan de magie van december niet uit de lucht halen. Uit zijn hoofd.
Het grappige is dat we veel op elkaar lijken. Sterker nog, we hebben veel dezelfde trekjes. Maar, ja, zijn alle mannen niet een beetje autistisch?
Afijn, waar ik andere kinderen bij Sint een liedje zie zingen of elkaar plat schieten met Nerfs, zie ik mijn zoon zich stilletjes terugtrekken. Ergens onder een deken in een hoekje ver in zijn geest. Zolang er maar een vertrouweling in de buurt is, wil het nog wel.
Vroeger liep ik op kerst zoals een auto op benzine. Alle bezigheden om me heen. Ik zoog ze op en fantaseerde erover. Kon uren lang gebiologeerd naar Laurel en Hardy kijken op tv. Of mezelf verliezen in een goed boek of een leuke strip. Moeders die een aardappelsalade maakte in de keuken en vaders die met het vlees in de weer was. Het klinkt allemaal heel ouderwets en dat was het ook. Niet minder leuk daarentegen. Het romantische beeld dat ik eraan overgehouden heb, koester ik nu ik weet dat het ook anders kan.
Niet iedereen heeft zulke kerstdagen en dat weten we ook donders goed. Radiostations, goede doelen, iedereen probeert ons dat duidelijk te maken. Allemaal willen ze geld. Ze weten namelijk heel goed dat deze donkere dagen ons week maken. We trekken sneller de knip en zijn voor een paar dagen even wat minder zuurpruimerig en gierig. Ze hebben groot gelijk.
Helaas kun je voor een grote groep mensen geld inzamelen wat je wilt, cadeaus geven wat je wilt, lief en warm zijn, het helpt niets. Net als mijn zoon.
Zij moeten overleven. De storm aan prikkels overleven, verstopplekjes zoeken. Verbaasde blikken van mensen vermijden die niet begrijpen waarom zij zo lijkbleek en onrustig zijn. Mensen die niet begrijpen waar ze stress van hebben. Er is immers even niets slechts aan de hand. Ze kunnen er zelfs verontwaardigd over raken. Een autist kan het je niet uitleggen, beste mensen. Hun wereld steekt net even iets anders in elkaar. Hoe meer goedbedoeld kerstgevoel je geeft, des te erger kan het worden. Zij kunnen de poorten tegen de prikkels niet sluiten.
Wat is dan kerst voor hun? Als de donkere dagen gestaag voorbij trekken. Als het oorverdovende lawaai van het vuurwerk met Oud en Nieuw na een week eindelijk stopt. Wanneer mensen heel langzaam weer in hun oude gewoontes van klagen, optimisme, schreeuwen, werken, normaal aardig zijn en noem het maar op. Wanneer zij weer langzaam geland zijn naar hun zelf, dan landen de autisten mee.
Ergens diep in februari kruipt mijn zoon onder zijn geestelijke dekentje vandaan. Hij kijkt om zich heen en ziet het normaal ritme van de dag. Het licht overwint langzaam maar zeker van het donker. De prikkels smelten langzaam weg uit zijn brein. Hij glimlacht sinds lange tijd weer spontaan. Het is gelukkig nieuwjaar.

Autism Care

Autism Care

Bron afbeelding: balanceforlife.us

En dan ligt daar dat jongetje

Zo mooi. Alsof hij slaapt. Daar ligt hij dan. Het doet pijn om te zien. De man die hem liefdevol oppakt alsof hij slaapt. Hartverscheurend. Elke mama of papa kan er over meepraten.
Waarom raakt de hele wereld wel in shock bij dit jongetje? Er waren er duizenden voor hem en zullen er, vrees ik, nog meer na hem komen. Waarom? Zijn wij hypocriet? Wie zijn wij? Wij zitten in elk geval niet allemaal op een lijn. Ik loop bijvoorbeeld niet in een zwart ninja pak om mijn geloof op te dringen met dood en verderf. Alleen loop ik ook niet voorop met toejuichen om heel veel vluchtelingen maar blindelings op te vangen.
Ben ik dan een racist? Of extreem links? Een schijterd of juist iemand die durft te zeggen wat hij denkt. Eerst wilde ik helemaal niet over dit jongetje schrijven. Net als bij Charlie Hebdo struikelt de halve wereld al over het arme kereltje. Het kleine ventje wat plots symbool staat voor iets. Maar voor wat? Voor vrijheid? Voor het leed wat men deze mensen aandoet? Voor het collectieve schuldgevoel? Iedereen zal me wat anders toeschreeuwen en proberen te overtuigen van zijn of haar gelijk. Het enige wat het jongetje wilde, was spelen in een geboorte land vol vrede. Waarom schreeuwt niemand dat?
Doe ik werkelijk goed om vluchtelingen op te vangen of veroorzaak ik dan juist het probleem. Moet het probleem niet worden aangepakt in het gebied waar alle ellende is? De hel op aarde? Heeft de westerse wereld het probleem niet zelf veroorzaakt door alle dictaturen daar neer te halen? Toen we ons oppermachtig voelden. Wij grote, sterke landen zouden het wel even laten zien. Kruisvaarders van de 21e eeuw. In plaats van een stabiele regio lieten we de boel achter als een vrijstaat. Dom genoeg om de poorten van de hel te openen, naïef genoeg om dit niet te willen zien. Oogkleppen gemaakt van het aardolie die als droge bloedkorsten op onze handen kleven. Is dit het schuldgevoel waar ons van willen zuiveren? Ik weet het niet.
De mensen om mij heen willen humaan zijn. Handelen uit het gevoel goed doen. Zamelen spullen in. Willen de vluchtelingen een mooi thuisgevoel geven. Ik doe niet mee. De dingen die ik verzamel, heb ik voor mijn eigen zoon nodig, waarvoor meer en meer bezuinigd wordt op de zorg. Geen wereldwijde ramp, wel een persoonlijke, humane zorg wat veel energie, emoties en geld kost. Als rasechte Nederlander zou ik moeten klaagzangen dat ik het ook zwaar heb en al jaren op de grens van het financiële balanceer. Alles om mijn kleine jongen een zo goed mogelijke toekomst te geven. Maar ik wil niet zeuren. Als ik dit hardop doe, wordt ook mij het nationale schuldgevoel opgedrongen. Ik wil dat niet. Ik kijk naar mijn kleine zoon.
En dan zie ik dat jongetje daar liggen. Ik huil van binnen. Zonder schuldgevoel. Met besef. Had hij geleefd, had ik hem opgepakt, gekoesterd en de zelfde energie en aandacht gegeven als mijn eigen zoon. Welk geloof dan ook. Daar heeft dat ventje helemaal geen weet van. Als hij maar kan voetballen, of ballet doen.
Ik vecht en probeer mij te ontworstelen van de wereldwijde dwaasheid die wij ons zelf aanpraten. Alleen kan ik mij niet onttrekken aan het leed van een kind. Waar ter wereld dan ook. Misschien is dat ook wel hypocriet.

voetafdruk-het-zwarte-zand-34413477

Bron afbeelding: nl.dreamstime.com