Het liefste gezichtje van het land? (De USA columns)

‘Ik heb een lief gezicht en als ik een beetje ontredderd kijk, dan ben ik zo door de douane.’
‘Ik ook,’ antwoordde mijn vriendin terug. Hoewel dit feit klopt, kon ik het natuurlijk niet laten haar hier mee te plagen.
‘Nou… lief… pas maar op, ze zien je zo voor een terrorist aan.’
‘Ja, tuurlijk! Een engel als ik.’
Afijn, behoorlijk melig liepen we richting de douane op Schiphol. Reisje Amerika, we komen er aan!
Nu zijn mijn vriendin en ik behoorlijk yin yang op elkaar afgestemd. Waar de een yint, yangt de andere en andersom. We zijn dan ook behoorlijke yankerts. Zo wil het dat toen we bij het eerste douane obstakel aankwamen, we een verschillende manier van benadering hadden.
We moesten een soort van glazen sluis in. Daarvoor stond gelukkig een bord met wat te doen. Ik scande vlug de tekst af en las: Alleen, tot aan de schuifdeuren en lees de instructies. Genoeg info en ik schoot de gang in. Man als ik ben, verwachtte ik van mijn vriendin dat ze mijn snelle gedachten wel kon lezen en ik nam ook aan dat zij hetzelfde zou doen. Mis.
Mijn vriendin deed het yin. Ze las uitgebreid het bord tot dat ze zeker wist wat ze moest doen: twijfelen en blijven staan.
Ondertussen was ik bij het tweede bordje aangekomen. Ik stond voor een soort camera en boven de deuren hing een groot zwart digibord. Waar het voor diende, ik had geen flauw idee.
Het instructiebordje vertelde me dat ik de camera in moest kijken en als het lampje brandde een aantal seconden moest blijven kijken. Aha, een irisscan. Onderaan stond nog eens onderstreept dat ik er alleen voor moest staan.
Ik concentreerde me op de camera en keek er recht in. Het lampje brandde op.
Een seconde
Twee seconden
Drie sec…
‘Lukt het?’
Een “lief” hoofd verscheen over mijn rechterschouder en tuurde mee de camera in.
Reject! Reject!
Fel rode letters begonnen te knipperen boven mijn hoofd. Dus daarvoor was dat bord. Douane medewerkers doemden uit het niets op in een kantoortje tegenover mij. Met een verbijsterende blik keek ik mijn vriendin aan. Waarom? Vroeg ik haar woordeloos.
‘Ik wist niet helemaal hoe het werkte, maar volgens mij mag je er niet met zijn tweeën in. Of niet?
‘Nee, met zijn tweeën is niet zo handig,’ zei ik droog terug terwijl het digibordje nog vrolijk rood bleef oplichten.
‘Dan ga ik in die hiernaast, oké?’
Mijn vriendin staarde een keer naar het digibord.
‘Komt dat door mij?’
Nee, dat is een redlight-district voor schipholkabouters!
‘Ja, lief, dat komt door jou. Je mag er niet met twee man in, zoals je zelf al zei.’
‘Oh, ja, hihi.’
Blijf zen, blijf zen.
‘Je had ook even beter dat bordje moeten lezen, Michiel.’
Einde zen.
‘Ik heb dat… Jij hebt zelf niet… Helemaal goed schat, gelijk heb je. Mocht ik nu niet meer door deze deuren komen, doe je ze dan in Amerika de groeten?’
Zover kwam het gelukkig niet. Ik trok mijn liefste onbeholpen gezicht op. Het werkte! Ik mocht verder. Samen met mijn yinnetje.
Bijna ging het nog mis. Bij de “boarding” krijg je nog een laatste check. Nu bleek dat er twee personen met eenzelfde achternaam waren. Laat nu een van die twee personen mijn vriendin zijn en die andere is nooit op komen dagen.
We kwamen bij de laatste check aan.
‘Bent U mevrouw hupsepups,’ vroeg de beveiliger.
‘Ja,’ antwoordde mijn vriendin en ze trok haar liefste gezicht op. Grote ogen, onschuldige glimlach, rode wangetjes.
‘Stap u maar even opzij en kom maar even mee voor controle.’
Daar ging het lieve gezicht. Verbouwereerder als die van haar zie je ze zo snel niet meer.
Gelukkig mocht ik op haar wachten.
‘Moet de rugtas ook gecontroleerd worden, ‘ vroeg ik nogal dommig aan de beveiliger terwijl die mijn vriendin aan het fouilleren was. Ik knikte een keer naar de rugtas die aan mijn schouder bungelde.
‘Nee, hoor,’ zei de man. ‘Die is van U.’
‘Nee, hoor,’ zei ik nog dommiger. ‘Die is van haar.’
‘Inleveren!’
En daar ging de rugtas.
Alles bleek in orde te zijn. Uiteraard.
We zaten in het vliegtuig. Beide een beetje gestrest. Ik net iets minder dan mijn vriendin. Ik had immers bewezen dat ik het liefste gezicht had.
Daar gingen we dan. Op naar de USA. Yin en Yang.

Probably the most foolproof biometric measure is the eye's iris. Its complex pattern of zigzagging lines and random dots is much more distinctive than the whorls of a fingerprint. In fact, because authorities in a few foreign countries are confident that iris scans can't be circumvented, they're starting to allow airlines to use iris scanning at selected airports. For the airlines, it's a perquisite for frequent fliers: If people register their iris scans, they can bypass the usual security check. Currently, a person's eye must be in close to the scanner. Intelligence and law-enforcement agencies hope that some way can be found to scan irises from a distance -- or even to spot a suspect in a crowd.

Bron afbeelding: Zaplog.nl

Falentijn

Valentijn, ik heb er niet zo veel mee, maar net als vele mannen onder ons, geef je maar wel een kaartje of iets anders attentvol. Dit klinkt heel nonchalant en dat is het ook. Waarom geven we dan iets? Daar zijn denk ik verschillende redenen voor. Hoofdreden één bij een man: seks. Hoofdreden twee bij een man: seks. Hoofdreden drie: je verwerft je zelf een goede onderhandelingspositie. Bij een vrouw ligt het iets anders. Daar is reden nummer één: romantiek, twee: liefde en drie: aandacht. Deze drie punten vrij vertaald: seks.

De onderhandelingspositie staat niet voor niets flink bovenaan. Zo merkte ik dat op een zaterdag bij het TV kijken. Valentijnsdag. Hoewel we beiden vinden dat romantiek niet aan een dag vastgepind zit, waren we wel zo lief elkaar een kaartje te versturen. Zonder mezelf al te veel op de borst te willen kloppen, ben ik ooit degene geweest die dit nieuw leven had ingeblazen. De eerste keer dat ik mijn vriendin een kaartje stuurde, schrok ze er van, ze snelde gauw de deur uit en kwam even later terug met een mooie kaart. Een vluchtig geschreven handschrift verraadde haar vergeetachtigheid. Afijn, we hadden elkaar een lief kaartje gestuurd, met daarin schrijfsels vanuit het hart. Zeer fijne warme woorden in blauw inkt maakten deze dag toch wel bijzonder.

Het nadeel van een Valentijnsdag is, dat er ook liefdevolle shows op TV komen. Hoewel de commerciële zenders veelal toch programma’s voor bij het slapen gaan uitzenden. Je kent het wel; je zet zo’n programma er op, je kijkt en vijf minuten later lig je te slapen. Dan was er nog een ander interessante uitzending: Studio Sport. Valentijn-tv nummer één voor de man. Passie, vuur, liefde, alles zit in zo’n voetbalwedstrijd. Maar ja, hoe maak je dat je vriendin duidelijk? Zij ontdekte, tot mijn grote schrik en afgrijzen, dat op de commerciële zender “All you need is love Valentijn Special” was.

‘Bestaat dat nog dan? Dat is toch een programma uit 1860?’ floepte ik er liefdevol uit.

‘Zolang Robert nog leeft, bestaat de show ook nog.’ Zei ze romantisch.

‘Jezus wat slecht!’ fluisterde ik in een ademtocht terug.

‘Als een zoutzak er bij liggen op Valentijnsdag, dat is pas slecht!’ riep ze vol passie terug terwijl ik verdronk in haar ogen.

‘Wie doet dit nog vandaag te dag? Jezelf voor paal zetten?’ Klonk het vurig over mijn rode lippen.

‘Dat heet liefde voor je partner, romantiekloze piemel.’ Echode het als een frisse lentewind terug.

Oké, oké, ik heb het hierboven geciteerde ietwat boeketreeks-achtig gemaakt. Dat moest. Onderdeel van de onderhandelingen die zij had afgedongen.

Hoe kreeg ik nu mijn voetbal op de televisie? Mijn hersenen kraakten. In principe hoefde ik maar één wedstrijd te zien. Die van Heracles. Mijn clubje. De rest kon ik wel later een keer terug zien. Alleen bij Studio Sport wist je nooit precies de volgorde van uitzenden. Mijn eerste voorstel was om “All you need” te kijken. Meteen een goede binnenkomer, een liefdevolle knieval. Mijn vriendin kent mij helaas. Ze keek me intens indringend aan en vroeg me wat er tegenover stond. Dat ik mocht heen en weer zappen naar het sportkanaal en zodra Heracles begon, ik dit mocht zien. Het zien dat was wel in orde. Het heen en weer zappen werd een duidelijke nee. Ze had het nog niet gezegd, haar gezicht echter verraadde alles. Ik vroeg haar om een tegenvoorstel. Die kwam er. Ik moest maar uitzoeken hoe laat die wedstrijd er voor kwam.

Bof! Het was meteen de eerste wedstrijd. We kregen beiden onze zin op deze wijze. Het werd nog mooier. Mijn clubje won zowaar weer eens een wedstrijd, wat vrij zeldzaam was in dit seizoen. Zo zapte ik toch nog met een liefdevol gevoel over naar “All you need is love.”

Ken je dat gevoel dat als je in je stamppot boerenkool per ongeluk te veel azijn op gooit, dan een hap neemt en je hele gezicht implodeert? Je wangen als meest? Dat gevoel kreeg ik bij het programma van Robert! Hoeveel zoetsappige liefde kan een mens aan? Ik ben van sterrenbeeld een Vis, ik sta bekend als lieverd en romanticus, maar bij dit soort roze zuurstokken-tv gaan bij mij zelfs de nekharen overeind staan.

Alsof ik naar een horrorfilm keek, zat ik met wijd open gesperde ogen de gruwelijkheden te bekijken. Mijn vriendin echter vond het prachtig! Vooral mijn reacties. Er gingen mensen met een bus naar Parijs. Dat was romantisch naar het schijnt. Nou ik weet niet of ze recentelijk nog de nieuwsbeelden gezien hadden, maar Parijs is op dit moment verre van liefdevol. Maar oké, ik mierenneuk, er staat een grote roestig ijzeren toren en dat dit lange smalle ding heeft een enorme aantrekkingskracht op vrouwen. Kom ik weer op mijn voorgaande punten over vrouwen en romantiek, uiteindelijk denken zij ook gewoon aan seks.

Er was een oud stel bij. Zij had wel iets weg van Mevrouw de Bok en hij van een oude man die geen idee had dat hij in Parijs zat. Zij moest hem ten huwelijk vragen. Dat deed ze bijna, maar Robert greep in. De plek was niet romantisch genoeg. Wat in godsnaam heeft een plek nu met liefde te maken Robert! Zij wil hem daar vragen. Daar op dat oude groene verf afbladerende tuinbankje in een achterstandspark. Dat is niet alleen romantiek, dat is ook nog eens lef! Maar nee, het moest met de Eiffeltoren als achtergrond. Weg romantiek. Gelukkig was het stel verliefd genoeg om het plaatje liefdevol neer te zetten. De gratis reis naar Parijs zal ook een hoop goed gevoel gebracht hebben.

Het programma naderde haar einde. Deed ze dat maar voor eeuwig. Ik moest nog even volhouden en dan konden we iets normaals kijken. Toen kwam het. Iets wat je ergste nachtmerries doet veranderen in een droom over “My little pony”. Het slot akkoord van het programma was afgrijselijk. Zonder enige waarschuwing, begon er muziek te draaien in de uitzending en stond er plots een toeschouwer uit het publiek op. Zij begon te zingen voor haar vriend met een zeer hoge stem. Een tweede stond op, een man, hij begon waar de vrouw stopte en haar vriend begon te knuffelen. Ik wist niet wat ik zag! Op de melodie van “Ik heb je lief” stonden in het publiek her en der mensen op om spontaan voor hun geliefde te zingen. Het was alsof ik EO-jongeren dag uitzending uit negentientachtig zat te kijken. Zo verschrikkelijk slecht. Het refrein werd onder leiding van Robert en de rest van het publiek zeer zoetsappig gezongen. Ik begon mijn vriendin te smeken of we een horrorfilm mochten kijken. Saw, Freddie Krueger, Night of the zombies, alles behalve deze verschrikkingen!

Ik wilde wel kijken, maar tegelijkertijd kon ik het niet. Mijn vriendin lag blauw van het lachen. Zij gaf toe dat dit wel een beetje over de top was.

‘Dit is toch geen liefde betuigen meer? Dit doe je je vriend of vriendin toch niet aan? SM is nog romantischer dan dit vreselijke geblaat!’

Zomaar wat kreten die ik er uitspuwde. Ik keek mijn vriendin smekend aan.

‘Doe dit nooit voor mij alsjeblieft. Ik heb nog liever een avondje waterboarden bij de KGB dan dit!’

‘Als jij het ook nooit bij mij doet, lief.’

‘Beloofd,’ zei ik haar. ‘Hoewel het wel een snelle manier is om de verkering uit te krijgen.’ Grijnsde ik.

Het martelende gezang stopte. Het programma was afgelopen. Vluchtig telde ik of al mijn vullingen nog in mijn mond zaten. Ik hield mijn vriendin angstig vast.

‘Zullen we de volgende keer gewoon Valentijn op Halloween doen?’

‘Lijkt me een heerlijk romantisch idee lief!’

Zo kreeg de avond toch nog het sprookjes einde waar we op gehoopt hadden. De nacht viel als een hart vorm om ons heen en duizenden sterren verwarmden ons tot in het diepst van ons hart. De zoen die we elkaar gaven leek eeuwig te duren. We leefden nog lang en gelukkig die nacht en ik typte zojuist mijn laatste deel van ons onderhandelingsvoorstel.

Frankenstein

Bron afbeelding: http://favim.com

Bloot met witte stippen

Heel, héél lang geleden. Was ik eens ergens in de twintig.

Een jonge god met woeste donkerblonde lokken en onbestemde blik. Een adonis met goed gevormde gespierde armen en dito torso in een verleidende zwembroek. De zelfverzekerdheid straalde er vanaf. Dertig meter verderop lag ik met een vriendin terwijl ik deze irritante patser voorbij zag wandelen.

We lagen bij een meertje in Oldenzaal. Half in de schaduw van de bomen en half de zonnestralen opvangend op het knusse zandstrandje. Het was warm en derhalve ook druk. Ik staarde een beetje om mij heen in de hoop interessantere mensen te zien dan de door slaolie glimmende patser. Bijna vergetend dat je niet alleen met je ogen maar ook met je oren kunt “zien”, ving ik wat gegiebel vlak voor mij op.

Ik richtte de achter mijn zonnebril verscholen ogen op een jong stelletje vlak voor mij. Prille liefde in blauw gestippelde bikini en een groene bermuda. Het stelletje voor mij was niet veel ouder dan achttien jaar. De onschuld droop er nog van af. Ik moest glimlachen. Het was best wel grappig en vertederend tegelijk om te zien. Hij deed zijn best om als een grote vent over te komen en zij probeerde heel serieus en volwassen te kijken. Een mooie schijnvertoning, want zodra beide zich omdraaiden, had hij een heel onzekere blik in zijn ogen en zocht bij alles en iedereen op het strand bevestiging. Zij werd rood en begon te giechelen alsof ze bij een jongensbandje stond te kijken.

Naast mij vroeg de vriendin met wie ik was of ik het goed vond dat ze even topless ging.

‘Ja hoor, ga je gang maar.’ Op een gegeven moment heb je op vakanties wel zoveel half naakte lijven gezien, dat je er weinig moeite mee krijgt. Mijn vriendin ontdeed zich van haar bovenstukje en vleide zich neer op haar rug om mooi egaal bruin te worden.

Voor mij was het jonge stel net weer in een gesprek belandt.

‘In Spanje ga ik ook altijd topless, vind je het erg als ik ook…’

De jongen zijn ogen spraken schrik, opwinding en vertwijfeling uit, maar zoals het zo vaak gaat in de pubertijd, zegt de mond iets anders dan de hersens denken.

‘Natuurlijk! Geen probleem.’ Er volgde een stoere lach. Nou ja, de lach had stoer moeten klinken maar kwam er meer uit alsof hij zojuist de baard in de keel gekregen had.

‘Oké,’ giechelde ze. Toen stopte ze plots  en vormde een soort van volwassen glimlach op haar gezicht. Vervolgens ontdeed zij zich ietwat onhandig van haar blauwe stippel bovenstuk. Ze zette haar zonnebril op en ook zij vleide zich op haar rug.

De jongen naast haar leunde, net als ik, op zijn onderarmen op zijn handdoek en staarde de omgeving af. Zijn omgeving werd binnen de minuut gereduceerd tot slechts een half metertje. Als een magneet draaide zijn hoofd steeds weer naar rechts waar zijn vriendin lag. Hij vocht er tegen, maar op een of andere manier had de zwaartekracht grip op hem gekregen en duwde zijn gezicht weer naar rechts. Zijn ogen afdwalend van haar gezicht naar daar waar de blauw met witte stippels veranderd waren in zachtroze met twee lichtbruine stippen.

Inwendig moest ik lachen. Ooit was ik zo geweest. Een onzekere puber die bij god niet wist hoe hij de zaken aan moest pakken. Hoe vaak zou deze jongen al een vriendinnetje hebben gehad? En hoe weinig had hij meisjes van zo dichtbij zo bloot gezien? Niet vaak, wedde ik met mezelf.

Zweetdruppeltjes begonnen van zijn slapen naar beneden te parelen. Dat kwam niet van de warmte. Terwijl zijn vriendin heerlijk lag te zonnebaden, begon hij steeds meer te worstelen met het niet proberen te kijken. Hij zat ergens mee en kon er geen controle over krijgen.

Hij keek naar links, daarna vluchtig naar achteren. Onze blikken ontmoetten elkaar kortstondig, maar ik had niet het idee dat hij mij zag. Hij keek naar rechts en onmiddellijk ging zijn blik als vanzelf weer naar die twee lichtroze verleidingen. Snel draaide hij zijn rood wordende hoofd bij. Langzaam. Zo onopvallend mogelijk, draaide hij zich op zijn zij. Uiteraard in zo’n stoer mogelijke pose. Zijn vriendin keek even op en hij perste er een macho glimlach uit. De jongen wilde deze strijd nog niet gewonnen geven. Hij was een man! Die hebben alles in de greep. Dus hij ook.

Zijn vriendin ging weer verder met zonnebaden. Hij verder met worstelen van zijn hormonale gevoelens. Dat was nu wel overduidelijk. Wederom probeerde hij zo nonchalant mogelijk om zich heen te kijken. Hij faalde met vlag en wimpel. Er was geen houden meer aan en zelfs voordat ik er erg in had, ging hij op zijn buik liggen.

Ik kon een kleine lach niet onderdrukken. Hij keek op en vluchtig draaide ik mijn hoofd weg. Quasi onschuldig kijkend naar een boom.

De jongen probeerde signalen naar zijn vriendin te sturen met wat spastische bewegingen en telekinese. Niets. Zij bleef liggen en genieten van de zonnestralen op haar huid.

‘Pssst!’

Niets.

‘Lievie.’

Eindelijk. Hij had haar aandacht.

‘Wat is er Ekkiepekkie?’

Ekkiepekkie?

De jongen fluisterde haar wat toe. Ondertussen hoefde ik geen ziener meer te zijn om te weten waar dat over ging. Zij echter nog wel. Ze keek hem niet begrijpend aan.

De jongen begon alsmaar ongelukkiger te kijken. Hij had de strijd van het man zijn verloren. Deze slag was voor de pubertijd en toch nog een jongen zijn. Hij moest kleur bekennen. In zijn geval schaamrood. Weer fluisterde hij haar wat toe en wees toen beschamend naar zijn groene bermuda.

‘Owwwww,’ zei zijn vriendin iets te luid naar hem toe, waardoor hij naar donkerrood verschoot.

‘Ja,’ prevelde hij er beteuterd uit.

Heel even leek ze na te denken. Wat zou er door haar heen gaan? Schaamte? Schrik dat haar vriendje zichtbaar, tussen de menigte, opgewonden van haar werd? Nee. Ze begon trots te glimlachen. Iemand was heel erg aangetrokken tot haar lichaam. Dat was het grootste compliment dat je haar op haar onzekere leeftijd kon geven.

‘Tuurlijk wil ik dat,’ zei ze lief tegen hem. Ze wist dat ze nu veel volwassener overkwam dan haar vriendje. Nog een winst. Met grote zelfvertrouwen pakte ze haar bovenstukje en algauw was alles weer blauw met witte stippen.

De jongen haalde opgelucht adem. Nog even een minuut of vijf op de buik blijven liggen, veel denken aan hondenpoep en het groeiende probleem zo snel weer inkrimpen. Hem de vrijheid weer geven om de grote man te spelen.

 

‘De lucht is mooi blauw vandaag,’ hoorde ik mijn vriendin naast mij zeggen.

‘Ja,’ antwoorde ik. ‘Blauw met witte stippen.’

Blauw met witte stippen

Worden superhelden ook wel eens ziek?

Maandag kondigde zich de sluimerende pijn aan. Een vijand zo geniepig dat je het pas door hebt dat je het hebt als het te laat is: kiespijn. Niet zo’n beetje kiespijn, maar echt eentje waarvan je denkt: Goddomme, hoeveel pijn kan er op een vierkante centimeter zitten?

             Afijn, maandag  voelde ik nog een lichte drukkende pijn met uitstraling naar de kaak toe. Gelukkig, preventief als ik ben, heb ik meteen een afspraak gemaakt voor de tandarts een dag later. Nou ja, preventief. Die ene hap van het harde Duitse bolletje, gevolgd door mijn oerschreeuw van pijn terwijl ik het Duitse bolletje in de hoek smeet, kon ook wel eens geleid hebben tot het maken van een afspraak.

Tandartsen.  Ik heb er geen hekel aan, maar vrienden zullen het ook nooit worden. Nu zit ik bij een tandartsen praktijk in het Oosten des Lands. En wie krijg ik als tandarts toegewezen. Jawel. Een Duitser. Je zou bijna gaan denken dat er een complot gaande is.

            Wortelkanaal behandeling. Zo pijnlijk als het woord klinkt, zo hels is het ook. Jezus wat een pijn! Ik zie nog die totaal onbewogen Duitse kop boven mij. Zijn mond handig bedekt achter een lapje zodat ik waarschijnlijk zijn satanische grijnzen niet kan zien. En zijn ogen als een vrieskist waar zojuist het laatste stukje biefstuk in kapot gevroren is.

‘Zo Herr Geurtse, wei kaan jetzt uw kies van binnen schoonvijlen.’ Het mwuhahaha, ontbrak er nog aan.

Totaal verdoofd aan mijn linkerzijde van het gezicht, slenterde ik richting mijn auto. Eerst had ik nog de verkeerde auto. Hij leek ook zoveel op de mijne. Die is blauw. Deze was rood. Ja, laat die verdovingen maar aan de tandartsen over. Een beetje high dus kroop ik achter het stuur. Officieel mocht ik niet rijden onder verdoving, maar toen ik vertelde dat ik alleen maar naar mijn vriendin hoefde, was het goed. Mijn vriendin woont overigens zevenenzeventig kilometer verderop. Ze hoeven niet alles te weten. Toch?

Die nacht had ik een behoorlijke koortsstuip. Ik ijlde en bibberde het uit. Ik had het zo koud van de koorts dat ik dicht tegen mijn vriendin aan kroop. Die dacht dat ze een vibrator van een meter negentig tegen zich aan had. Wat haar betreft mag ik vaker koortsstuipen krijgen.

In deze nacht droomde ik de meest bizarre dromen. In eentje was ik een soort van superheld. Niet een hele bijzondere want mijn droom speelde zich af in een soort van gesticht. Super-Lamlendig-man of Super-Fatalistisch-man of iets in die strekking.

Ik vroeg me toen af: worden superhelden ook wel eens ziek? Ik heb nog nooit een film gezien of in een comic gelezen dat Spiderman aan de diarree was. Verkrampt gebogen over de pot bellend met Dr. Octopus dat het geplande gevecht voor vanmiddag wel heel slecht uit komt. De Green Goblin was ook al aan de norit.  Of Superman die een weekje naar Ameland moet omdat hij overwerkt is. En als ze wel eens een griep hebben, wie steekt de Hulk dan een thermometer in de kont? Iemand met een hoge levensverzekering waarschijnlijk. Vragen die ineens in me te boven kwamen. Zou Iron Man wel eens last van roest in de pijp hebben? Batman hondsdol? Je leest er nooit iets over. Hooguit worden ze zwaar gewond of bedolven onder beton of ijs, om er vervolgens weer tien keer zo sterk onder uit te komen.

Ik werd de volgende  ochtend wakker. Bedolven onder een wirwar van lakens. Moedig gooide ik ze van me af om er ook tien keer zo sterk onder uit te komen. Ik liep twee meter en Super-Koortsstuip-man zakte weemoedig in elkaar terug op bed.

Spiderman