Eurootje!

Voor je de column gaat lezen:

Hij is ook op mijn nieuwe site te lezen!!

http://www.MichielZiet.com

(Dank Ireen Bertholeen voor het harde werk om de site zo mooi te krijgen!)

Vergeet je niet daar te aboneren? Dan blijf je mijn columns ontvangen.

Ik hoop je daar ook weer als trouwe lezer te mogen ontmoeten, want je weet:

De woorden van de schrijver zijn zonder geest,
Wanneer de lezer ze niet leest

De column:

Er gaat geen dag voorbij of ik hoor hem op de radio voorbijkomen. Ik denk toch wel de stem die iedereen is gaan haten. Ons indoctrinerend met zijn heilige missie. Ik heb het natuurlijk over meneer Eurootje! Voor een supermarkt die kennelijk verlegen zat om klanten. Alles wat deze man vertelt, probeert hij lekker te maken met zijn zwoele accentvolle stem. Man, wat irritant!

Broccoli is opeens geen broccoli meer, neeeee, het is een supergroente, gemaakt voor schippers op een binnenvaartschip. Dochtertje zit al kwijlend klaar en roept enthousiast ‘Broccoli!’. Wanneer ik thuis deze epische groente maak, hoor ik nooit enthousiaste stemmetjes. Het is een grote strijd om een millimeter groene stronk in hun strotten geduwd te krijgen. Je hebt er jaren El Quaida training voor nodig om die kids dusdanig onder druk te zetten, zodat ze het gaan leren eten. Afijn. Het groene goedje is bereid door het vrouwtje. Geduldig wacht zij wat de schipper van deze heldengroente vindt. Hij vindt het gewoon lekker. Man wat mooi!

Of witlof. Meneer Eurootje probeert ons als een noeste Jehova te overtuigen dat witlof lekker is! Maar dan bedoel ik ook écht lekker. Goddelijk! In de winter en de zomer. Even wat hatseflatsen en voilà, de heerlijkste witlofsalade ooit! Natuurlijk kent iedereen die een beetje moeder of oma heeft gehad deze gerechten allang, meneer Eurootje verkondigd ze echter alsof ze nieuw in de bijbel bijgeschreven zijn.

Het mooiste moet nog komen. Niet de irritante voice-over wekt verbazing, maar een puber die ’s nachts thuiskomt en even de bak witlofsalade leeglepelt. Dat kan niet. Een puber kruipt of waggelt met een dronken kop naar de dichtstbijzijnde shoarmatent en vreet daar een kingsize kebab met drie emmers knoflooksaus daaroverheen gekotst. Ik heb in mijn uitgaanstijd nog nooit iemand horen roepen:

‘Hé, jongens, wat doen we? Even een lekker witlofsaladetje wegtikken bij mijn moeder?’

En dan alle vrienden met een vork in hun gestrekte arm.

‘Gast, nassen!’

Precies! Zo realistisch als Geert Wilders lijsttrekker van de PvdA zou worden. Man, wat absurd!

Het vervelendste is dat ik onbewust onbedoeld geïnfecteerd ben door die reclame. Ik luister veel radio en dan pak je hem toch mee. Geen ontsnappen aan de stem van meneer Eurootje. Wanneer ik nu door een supermarkt loop en ik zie iets van een euro, dan hoor ik die stem.

Eurootje!

Dan draai ik me verschrikt om. Dat indoctrinerende accent ook hier al?

Zie ik een zak nieuwe aardappelen liggen.

Man, wat lekker!

Wederom kijk ik in paniek om me heen.

Bij de laatste gang, waar de zuivel staat…

Wat gezond!

…voel ik me als een soldaat uit de loopgravenoorlog. Volledig gedesoriënteerd en waanbeelden. Iedereen die in een schortje of bloesje loopt van de supermarkt is verdacht.

Ik zie een pot pindakaas staan. G’woon lekker.

Goed eten. Daar houden we van!

De pot scheert rakelings langs een vakkenvuller. Ik roep de vliegende pot nog na.

‘Eurootje!’

Ik vlucht de winkel uit.

Goed eten zal nooit meer hetzelfde zijn. Ik ruil de witlofsalade maar van nood in voor de shoarma… Man, wat lekker!

Eurootje

Rages en trekzakken

Eerst de Nerfs, nu de Fidgetspinners en als ik me niet vergis komt het goed beproefde recept Slime ook weer oprukken. Rages. Soms slim commercieel opgehypet en soms uit het niets ontstaan. Zoals die Fidgets.

Ik kan me nog herinneren dat ik mijn zakgeld tot op de bodem van mijn knip opmaakte voor nutteloze, glazen bollen. Ook wel knikkers genoemd. Bonken, kattenogen, dubbele bonken, porseleintjes, glimmerdeglammers of weet ik hoe ze allemaal heetten. Als een indiaan die Amerika verkocht voor spiegeltjes en kraaltjes, zo verkocht ik mijn speelgoed voor knikkers. Ik kreeg dan ook regelmatig op mijn knikker van m’n pa als ik weer een speelgoed auto voor een zak Space Bonkiebonkers had geruild.

De jojo. Ook weer zo’n hype die opeens opdoemde. Wat was ik goed! Ik zwieperde dat ding horizontaal, verticaal, met salto’s en backwards. Zelfs met de ogen dicht. Een vaas, twee koppen koffie, een bordje, een klok en een rood aanlopende moeder was de totaal schade. Maar dan had je ook wat. Jojo-koning van de school! Heel wat anders dan de jojo-effecten van menig afvaller. Die kunnen het alleen maar met de ogen en mond dicht.

Flippo’s had je ook nog. Een bewust door een chipsfabrikant gehypet schijfje. Ik had zoveel flippo’s, ik kon geen chips meer zien! Destijds had je nog niet de zogeheten schooierjongetjes bij een supermarkt. Bedelend voor plaatjes, smurfen of andere pruttel. Had ik het geweten, had ik het zo gedaan! Gewoon hup! Naast de schaamteloze trekzakimmigrant gaan staan bij de ingang van een supermarkt en bedelen maar! Met het verschil dat ik met mijn BMX naar huis zou gaan en die trekzakgast met een dure Mercedes. Op zich ook een hype. Zo zie je ze het hele jaar niet. Eerste zonnestraaltje komt en hop, daar zitten ze weer. Ter uwer lust ende oorverkrachting. Waar zouden ze de rest van het jaar zitten, vraag ik mij af. Zitten ze met z’n allen ergens te trekzakken bij een indoor supermarkt? Of zijn ze hun Panini plaatjesboek aan het volplakken?

Afijn, ik dwaal af. Rages. Ze zijn van alle tijden. Ik vind het fenomeen geweldig! Zo is er niets en zo gooien we elkaar een emmer ijswater over de kop en liggen we ergens als een debiele plank in een hondenuitlaatgebied.

Een andere rage viel mij ook op, of beter, ik werd er op gewezen. Sinds de heren in Den Haag bezig zijn met aanklooien met de formatie, gaat de economie er met de dag op vooruit! Is er minder werkloosheid, ook onder jongeren, en stijgt de koopkracht. Ik wil er geen hype van maken, maar ik zou zeggen: heren in Den Haag, doet u maar rustig aan! Ik kan nog wel een trekzakje voor u regelen!

lava

Bron afbeelding: HowToBeADad.com

Brutale kassameisjes hebben de halve supermarkt

Onhandig als ik ben, bezocht ik van de week op een van de drukste momenten de supermarkt. Ik zal geen namen noemen, maar dit winkelketen bevindt zich in de onderste regionen van de prijssector en draagt een donkerblauw met wit logo. Het is, ondanks dat de we economisch in de lift zitten, een van de drukst bezochte supermarkten in ons dorp. Dat kan twee dingen betekenen. Of de mensen zijn financieel minder uit de crisis dan we denken. Of we maken onze naam als Nederlander waar en zijn gewoon super zuinig. Ik val onder beide categorieën.
Onze ‘goedkope’ supermarkt heeft een nadeel. Het personeel. Is het niet vriendelijk? Tonen ze geen interesse? Oh, jawel hoor, dat is het niet. Alleen, het is alsof er altijd een personeelstekort is. Of ze delen hun taken niet goed in. Bij de kassa staat altijd een rij. Ze hebben zo uit mijn hoofd drie kassa-units, maar om de een of andere mysterieuze redenen is er altijd maar eentje open. Er lopen wel vier tot vijf mensen van de supermarkt door het pand, maar die moeten kennelijk wat anders doen, terwijl ze zien dat de file aangroeit bij die ene kassa.
Het mooie van Twentenaren, of misschien het manco is dat het niet in ze zit om hardop te klagen. Je hoort af en toe wel een grom of een zachte opmerking. Je ziet ook aan de gezichten wel dat iedereen zich ergert dat er geen extra kassa opengaat. Maar je hoort ze er niet over. Daardoor denken de medewerkers misschien wel: zolang er niemand klaagt, zal het wel goed zijn.
Nu is het ook niet helemaal eerlijk om op het personeel af te geven. De supermarkt moet immers goedkoop blijven dus wordt waar mogelijk op beknibbeld. Wij consumenten profiteren hier van, dus moeten we ook niet klagen als we in de rij moeten staan om onze laag geprijsde artikelen af te rekenen.
Samen met mijn zoon stond ik geduldig te wachten bij de kassa. We hadden geluk. Er waren twee kassa’s open deze ochtend. De rij bij de andere kassa slonk sneller dan waar ik in stond. Om me heen zag ik wat mensen balen, omdat ze in hun ogen de verkeerde kassa gekozen hadden. Ik had de tijd, dus het maakte mij niet zoveel uit. Uiteindelijk zouden we allemaal onze kofferbakken of fietstassen wel vol pakken.
De ‘snelle’ kassa naast ons vond het welletjes en het meisje zette een rood bord op de band met de tekst:
“Kassa gaat sluiten.”
Er kwam een vrouw aangesneld. Zij zag het bordje. Zij zag onze langer wordende rij en ze besloot een zelfde soort bord voor haar kop te plaatsen. Vlug keek ze of het kassameisje niet oplette en schoof het rode bord naar achteren. Vervolgens gooide ze… niet legde… nee, ze gooide de inhoud van haar karretje op de band. Onze hele rij aanschouwde het en hier en daar hoorde je al een voorzichtige opmerking van: ‘die durft’ en ‘nou, nou’ en ‘wat een Beppie Brutaal zeg.’ Het laatste kwam uit mijn mond.
De vrouw, ergens in de vijftig schat ik zo in aan haar grijze haren, deed alsof ze de verontwaardigde blikken niet zag, maar ze voelde het wel. Haar gezicht liep al net zo rood aan als het bordje. Haar uitdrukking bleef echter op neutraal staan. Arrogant is misschien wel beter gezegd. Tja, brutale mensen hebben de halve wereld zeggen ze we wel eens. Dan ben ik best wel blij dat we in dit deel van het land wat bescheidener zijn. Ook al bevestigde deze vrouw het tegendeel.
Ze was aan de beurt. Het kassameisje, zeker dertig jaar jonger, staarde haar aan en sprak toen de legendarische woorden:
‘Mevrouw, u heeft toch gezien dat de kassa ging sluiten? Wilt u naar de andere kassa gaan?’
Een golf van glimlachen en binnenpret ging er door onze rij. Het meisje had van alles kunnen doen. Ze had volgens supermarkt beleid de drukte bij de andere kassa kunnen inschatten en toch open kunnen blijven. Ze had een uitzondering kunnen maken. Maar nee. Ze voelde de verontwaardiging bij onze kassa feilloos aan en besloot een punt te maken.
De vrouw openende haar mond. Ze wilde met zoete woorden in de verdediging of misschien wel een brutale opmerking maken om toch haar zin te krijgen. Toen zag ze de gezichten in onze rij. Een groepsdruk viel op haar schouders. Een loden boodschappenlast. De vrouw koos eieren voor haar geld en graaide vlug haar boodschappen bij elkaar. Ze besloot het bord voor haar kop weg te halen en geen amok te maken. Lang leve het kassameisje! Met een grote glimlach staarde ze de vrouw na, richting onze rij. Helemaal achteraan.
Het mooie moest nog komen. Het kassameisje bleef zitten. Ze leek oogcontact te maken met enkelen van ons bij de andere kassa. Toen, na een klein minuutje, riep ze opeens:
‘Deze kassa gaat open, u mag ook wel hier komen.’
De mensen met wie ze een stil verbond had gesloten even daarvoor sprongen uit de rij en stonden sneller dan het licht bij haar kassa. De rij werd daar ook al snel langer. Als een groep keken we met ons allen stiekem om. De vrouw stond diep paars verbouwereerd het hele schouwspel te bekijken. Het kassameisje grijnsde van oor tot oor.
Wat zou ze gedacht hebben?
Brutale mensen hebben niet de halve wereld, maar brutale kassameisjes wel.

kassa

Bron afbeelding: weblog.borsato.nl