De grote verdwijntruc

Ik schijn nog wel eens een etterbakkie te zijn geweest. Zegt mijn pa. Persoonlijk vond ik mezelf wel een engeltje vroeger. Dat mijn vader af en toe in een klein, onschuldig grapje trapte, daar kon ik ook niets aan doen.

Zo waren we ooit eens op vakantie aan de Middellandse Zee. Heerlijk genietend van de cultuur en het klimaat. Waar wij als gezinnetje vertoefden was het nogal rotsachtig. Ook in de zee. Zo liep je twintig meter tot aan je enkels in het water, zo was het ineens meters diep. Een maanlandschap onder water.

Als jochie vond ik het geweldig! Met je snorkel over de bodem dobberen om vervolgens net te doen of je Superman was en met een vuist vooruit de diepte in gaan. Een stuk verderop kwam je weer boven water bij een plateautje. Daar stond je dan. Water tot aan je middel. Koning van de wereld!

Mijn vader had op een bepaald moment ook het strand ontdekt. Hij had me vaak zat de zee in zien wandelen. Ook zag hij me wel eens op het plateautje staan. Op dat moment wist ik nog niet dat mijn vader het niet wist.

Op een warme zonnige dag stond ik weer eens op mijn verhoging de superheld uit te hangen. Snorkel bungelend aan mijn nek en zwembroek hoog opgehesen. Ik veegde net een zoute snottebel af toen mijn vader aangewandeld kwam.

‘Kun je tot zover de zee in lopen?’

‘Ja, zeker!’ voordat ik het wist floepte ik de leugen er uit. Mijn pa zou het toch wel doorzien.

Niet dus.

‘Dus ik kan zo naar je toe wandelen?’

‘Ja, hoor.’

De binnenpret zwol aan.

‘Oh, dan kom ik er aan.’

Ach, dacht ik. Hij kan de bodem zien, dus zo dom kan hij niet zijn.

Mijn vader stapte het water in en met grote, stoere passen stapte hij op me af. Met de blik van een stoere kerel, die de andere strandgangers wel even liet zien hoe je als pa door het water liep.

Daar kwam hij aan. Mijn zwembroek zakte van de spanning iets omlaag. Daar kwam hij…

En daar verdween hij. Met de elegantie van een zwaan met een verstuikte poot vloog hij met zijn laatste noeste stap zo’n drie meter naar beneden. Als was hij de grote Houdini zelf verdween hij.

Er klonk wat gegiechel op het strand. Nog geen tel duurde het. Hoewel het voor mij als minuten overkwam. Proesten en rochelend kwam hij boven.

‘Michiel! Jij…’

De rest heb ik maar weg gecensureerd. Ik kan je wel zeggen dat ik die dag een hele schat aan nieuwe scheldwoorden geleerd heb.

‘Mijn zwembroek!’

Ook dat nog.

Ik reageerde zoals elke superheld met een snorkel om zijn nek zou doen.

‘Lachen hè, pa?’

Al zwemmend ging ik langs hem. Er natuurlijk voor zorgend dat er genoeg meters tussen ons zaten. Ik zag melkwitte billen en een kokendheet hoofd. Als een spartelende zeehond probeerde hij alles weer fatsoenlijk te krijgen. Zijn stoere waardigheid was in een stap naar de gallemiezen geholpen.

Ik wist dat dit me een flinke uitbrander zou opleveren, maar alleen al het beeld dat me eeuwig op het netvlies zou blijven, was het meer dan waard.

Gisteren was ik even bij mijn vader. Het bovenstaande stuk kwam even ter sprake. Gelukkig kon hij er na dertig jaar wel om lachen. Alleen gaat hij nooit meer met mij in zee.

18083

Bron afbeelding: goodphoto.blogfa.com

Worden superhelden ook wel eens ziek?

Maandag kondigde zich de sluimerende pijn aan. Een vijand zo geniepig dat je het pas door hebt dat je het hebt als het te laat is: kiespijn. Niet zo’n beetje kiespijn, maar echt eentje waarvan je denkt: Goddomme, hoeveel pijn kan er op een vierkante centimeter zitten?

             Afijn, maandag  voelde ik nog een lichte drukkende pijn met uitstraling naar de kaak toe. Gelukkig, preventief als ik ben, heb ik meteen een afspraak gemaakt voor de tandarts een dag later. Nou ja, preventief. Die ene hap van het harde Duitse bolletje, gevolgd door mijn oerschreeuw van pijn terwijl ik het Duitse bolletje in de hoek smeet, kon ook wel eens geleid hebben tot het maken van een afspraak.

Tandartsen.  Ik heb er geen hekel aan, maar vrienden zullen het ook nooit worden. Nu zit ik bij een tandartsen praktijk in het Oosten des Lands. En wie krijg ik als tandarts toegewezen. Jawel. Een Duitser. Je zou bijna gaan denken dat er een complot gaande is.

            Wortelkanaal behandeling. Zo pijnlijk als het woord klinkt, zo hels is het ook. Jezus wat een pijn! Ik zie nog die totaal onbewogen Duitse kop boven mij. Zijn mond handig bedekt achter een lapje zodat ik waarschijnlijk zijn satanische grijnzen niet kan zien. En zijn ogen als een vrieskist waar zojuist het laatste stukje biefstuk in kapot gevroren is.

‘Zo Herr Geurtse, wei kaan jetzt uw kies van binnen schoonvijlen.’ Het mwuhahaha, ontbrak er nog aan.

Totaal verdoofd aan mijn linkerzijde van het gezicht, slenterde ik richting mijn auto. Eerst had ik nog de verkeerde auto. Hij leek ook zoveel op de mijne. Die is blauw. Deze was rood. Ja, laat die verdovingen maar aan de tandartsen over. Een beetje high dus kroop ik achter het stuur. Officieel mocht ik niet rijden onder verdoving, maar toen ik vertelde dat ik alleen maar naar mijn vriendin hoefde, was het goed. Mijn vriendin woont overigens zevenenzeventig kilometer verderop. Ze hoeven niet alles te weten. Toch?

Die nacht had ik een behoorlijke koortsstuip. Ik ijlde en bibberde het uit. Ik had het zo koud van de koorts dat ik dicht tegen mijn vriendin aan kroop. Die dacht dat ze een vibrator van een meter negentig tegen zich aan had. Wat haar betreft mag ik vaker koortsstuipen krijgen.

In deze nacht droomde ik de meest bizarre dromen. In eentje was ik een soort van superheld. Niet een hele bijzondere want mijn droom speelde zich af in een soort van gesticht. Super-Lamlendig-man of Super-Fatalistisch-man of iets in die strekking.

Ik vroeg me toen af: worden superhelden ook wel eens ziek? Ik heb nog nooit een film gezien of in een comic gelezen dat Spiderman aan de diarree was. Verkrampt gebogen over de pot bellend met Dr. Octopus dat het geplande gevecht voor vanmiddag wel heel slecht uit komt. De Green Goblin was ook al aan de norit.  Of Superman die een weekje naar Ameland moet omdat hij overwerkt is. En als ze wel eens een griep hebben, wie steekt de Hulk dan een thermometer in de kont? Iemand met een hoge levensverzekering waarschijnlijk. Vragen die ineens in me te boven kwamen. Zou Iron Man wel eens last van roest in de pijp hebben? Batman hondsdol? Je leest er nooit iets over. Hooguit worden ze zwaar gewond of bedolven onder beton of ijs, om er vervolgens weer tien keer zo sterk onder uit te komen.

Ik werd de volgende  ochtend wakker. Bedolven onder een wirwar van lakens. Moedig gooide ik ze van me af om er ook tien keer zo sterk onder uit te komen. Ik liep twee meter en Super-Koortsstuip-man zakte weemoedig in elkaar terug op bed.

Spiderman