V-Column 6! Lange sexy benen en kniekousen, meer heb je niet nodig…

Of toch wel? Loop een stukje mee met deze Tukker en je de volgende keer volg jij ook de kniekousen.

Advertenties

Planking voor de kop? Protein!

Ik plank tegenwoordig. Je doet wat? Planken. Nee, ik timmer geen wiebelig kastje in elkaar waarbij ik altijd meer pleisters dan spijkers gebruik. De planking challenge. Als een plank op je onderarmen en tenen leunend zo lang mogelijk blijven staan. Drie minuten is het einddoel en ik verzeker je: het is de hel! Daarbij doe ik, midlife crisisend als ik ben, ook nog de ab en push-up challenge. Ik ben dol op sm.

Kortom, elke avond lig ik me twintig minuten volledig in de knoop met mezelf af te beulen voor een goddelijk lichaam. Als je het maar vaak genoeg zegt, zie je er vanzelf wel zo uit.

Bewust van lichaam en geest als ik ben, ahum, kijk ik natuurlijk ook naar voeding. Zie daar, ik heb de nieuwe superfood ontdekt! Proteïne. Of zoals de sporters het liever noemen: protein of whey! Want dat bekt wat gespierder, vermoed ik. Nu begrijp ik best wel dat wanneer je een flinke bodybuilder of topsporter bent een beetje extra eiwitten geen overbodige luxe is. Dan neem je dat erbij na een intensieve prestatie en je spieren herstellen wat sneller.

De marketing dacht dit ook en zie daar de protein hype! De eiwitten vliegen me opeens letterlijk om de oren! Loop ik in de supermarkt te zoeken naar wat kwark, wordt met nog niet neonverlichte pijlen naar die ene bak gewezen waar met schitterende, zilverkleurige letters Protein op pronkt. Aanbevolen door Epke Zonderland. Laten we wel wezen, wie wil er niet zulke armen als Epke. Dus ik zo’n bak superkwark meenemen, vlug naar huis, zo’n halve bak leeg gelepeld en meteen in de plank. Hij Staat! Hij staat! Het is ongekend! Michiel Zonderland… zakte na een minuut door zijn hoeven. De protein als een betonblok in zijn maag. Voor de spiegel werd m’n wasbord er ook niet veel beter op.

Dat hadden whey niet verwacht, zou Maxima zeggen. Het is wel precies mijn punt. Hoe bewust we ook al dan niet met ons sportieve lijf omgaan, we ontkomen niet aan onze hypegevoeligheid. Op de digitale media zie ik de één een nog grotere pot eiwitten gebruiken dan de ander. Terwijl je het feitelijk best goed af kunt met eieren, rundvlees, peulen en nog veel meer ‘superfood’. Toch doen we het en ik doe net zo hard mee. De social media zijn meedogenloos als het aankomt op de hypegevoeligheid en de marketing weet dit maar al te goed.

Gisteren heb ik een superplank van wel 1 minuut 40 gedaan. Ik weet dat dit komt door het dagelijks blijven doen en opbouwen… en toch zegt een stemmetje ergens in me: Protein! en ik neem nog maar een hap kwark.

kwark

Of net wel? (Rio)

Denkend aan Rio denk ik aan net niet. Net niet brons, net niet de vorm die nodig was. Vechtend met een leeuwenhart. Knokkend naar die finale of halve finale om vervolgens in het zicht van de haven net iets tekort te komen. Vallend ten onder. Knokkend met opgeheven hoofd. Vuur in de ogen dat gedoofd werd met tranen.

Denkend aan Rio denk ik aan helemaal niet. Verwachtingen die bij sporters neergelegd werden. Die het gewicht van de natie op hun schouders droegen om vervolgens kopje onder te gaan in het zwembad. Struikelend over de finish kwamen. Gedesillusioneerd. De zon scheen niet goud, maar zilver. Vertwijfeld op een mat achterbleven, geen medaille, maar wel op punten van de mat geveegd.

Denkend aan Rio denk ik aan een chef d’équipe die de ‘verliezers’ eerder naar huis stuurde. Een feestbeest ontringde. Een chef die bovenop de natie nog meer gewicht legde.

Rio, de stad waar wonderen gebeurden. Waar een wielrenster verdween naast een snelweg, water spontaan van kleur veranderde en een zwembad waarin je in drie banen voortgeduwd werd door onderstroom.

Denkend aan Rio denk ik aan die sporters die eerst geen aandacht kregen en uitgroeiden tot onverwachtse helden. Een lenige ballerina, balancerend op een balk geschiedenis schreef voor Nederland. Een wielrenster die ‘te vroeg’ wegsprintte op de baan en tegen alle ongeschreven wetten in goud haalde. Denk ik aan een surfer die de koningin knuffelde alsof het zijn vriendin was. Gouden roeisters omringd door zwemmende mannen. Een eilandengroep die zich letterlijk naar hun eerste medaille ooit knokte.

Denkend aan Rio voel ik trots voor de handbaldames, volleybaldames en hockeydames die ondanks hun niet gelukte missies lieten zien wat ‘girlpower’ is. Een bokster die het net niet haalde tegen een onsportieve man die voor vrouw moest doorgaan en een sprinter uit Curaçao die niet chagrijnig te krijgen was. Hij was blij man. Ook met een net-niet-medaille. Waarom? Omdat hij alles gegeven had.

Rio, de Spelen die net niet werden wat ervan verwacht werd. Ik kijk naar een mooie elfde plek in het medailleklassement. Ik zie welke landen we achter ons houden. Ik bedenk me hoe groot ons kleine landje eigenlijk wel niet is. Net niet? Nee. Net wel met een gouden rand.

dafneschippers

Kleine zwart-witte Griekse held

Voetbal, een sport voor mannen, maar ook steeds meer voor vrouwen. Wie is er als kind niet mee opgegroeid? Zelfs als je er niets mee hebt, zullen er ongetwijfeld momenten zijn die je herinneren aan het voetbal.
Ik ben geboren en getogen in Almelo, dus ik kon er niet om heen. Er was maar één team. Eén voetbalploeg waar je fan van mocht zijn. Heracles. Het elftal vernoemd naar een superman uit de Griekse mythologie. Wekelijks vochten elf afgezanten van deze held hun strijd in een oud krakkemikkig stadionnetje aan de Bornsestraat. Het was een geweldige periode in mijn jeugd.
Als jochie van een jaar of tien fietste ik samen met mijn buurjongetje richting het stadion. Hoe dichterbij je erbij kwam, hoe drukker het werd. Almelo is een stad, maar voelt aan als een dorp waar iedereen elkaar kent. Prachtig! Opa’s met dikke bolknak sigaren, gezinnen die al wiebelend hun kroost tussen de shag rokende supporters door laveerden, tieners die elkaar al fietsend probeerden te overschreeuwen. Geweldig.
Een paar honderd meter van het stadion kon je de frikandellen en het bier al ruiken. De lampen in de lichtmasten waren ontstoken en je zag een blauwachtige rook vanuit het duister het licht intrekken. Ik weet nu nog steeds niet of dit dauw of een grote voorbij trekkende nicotine-wolk was.
Je fiets gooide je ergens tegen het prikkeldraad van het weiland. Op slot hoefde niet, want in een mum van tijd stond jouw ijzeren ros ingepakt tussen tientallen andere fietsen.
De kassa’s waren nog echt van die houten…., hoe zal ik het noemen? Het had nog het meest weg van een houten toiletbox, maar dan eentje met plexiglas met gaatjes er in. Daar kocht je een kaartje. Een gekleurd papieren frutseltje dat zo van een loterij kon zijn. Het zwembad in Almelo had mooiere entreetickets!
Eenmaal binnen de hekken kwam je in een compleet andere wereld. Alles nostalgisch. De kantine met een grote ouderwetse potkachel in het midden. De tribunes met als paradepaardje de enige nog bestaande houten hoofdtribune, geheel in Engelse stijl gebouwd. Hij staat er vandaag de dag nog steeds! De cafetaria waar de geuren van oud vet en ballen gehakt je verleidde om je laatste zakgeld op te maken. De toiletten waar een schoonmaakster wekelijks met veel glorixtabletten het nog enigszins fris probeerde te laten ruiken. Alles was nostalgisch! Alles ademde sfeer.
Als de wedstrijd was begonnen en de zwart-witten hun best deden eens eentje te winnen in de eerste divisie, hoorde je om je heen een kakofonie van stemmen. Iedereen had een mening. Iedereen probeerde zijn of haar mening ook heel duidelijk over te brengen naar het veld. Stond je daar wel eens als jongetje dromerig een broodje met een heel hete kroket weg te kauwen, schreeuwde er ineens een of andere ouwe bolknakopa een verwensing naar onze nummer drie op het veld. Van schrik nam ik dan wel eens een te grote hap. Ik kan de blaren nog voelen.
In die tijd dat ik nog een jochie was, waren de successen van Heracles op eén hand te tellen. Dat maakte niet uit, het ging om de beleving: van het ernaartoe gaan, tot en met het flesje cola met rietje in de kantine na afloop. Waar iedereen om je heen de nul-drie nederlaag besprak. De familie Heracles zoals men het noemde.
Nu, heel veel later, is er veel veranderd. De Griekse helden voetballen vandaag de dag in de eredivisie en staan zelfs bij de beste vijf. Soms is het ouderwets billenknijpen, maar veel vaker is het genieten van de strijd en de passie die ze leveren bij elke wedstrijd.
Onlangs was ik in het vernieuwde stadion. Ik had kaartjes weten te bemachtigen voor een wedstrijd tegen Ajax. Hoe toepasselijk wil je het hebben? Twee Griekse helden treffen elkaar in Almelo.
We kwamen aan met de auto. Ik zag gezinnen hun kroost door de grote menigte sturen, tieners die aan het indrinken waren. Groepjes mannen met een shagje aan hun lippen. Het stadion voor ons leek immens vergeleken met het oude krakkemikkige stadionnetje van weleer. Dauw trok omhoog in het licht van de stadionlampen. Fietsen stonden rijen dik tegen een hek gestapeld. In het stadion, waar je tegenwoordig mag zitten, zag alles er modern en netjes uit. Verschillende bierpunten waar je tevens diverse snacks kon kopen. Inclusief de gehaktbal. Vroeger betaalde je met guldens, tegenwoordig met een Heracles betaalkaart. Tja.
De wedstrijd was begonnen en in no time stond ons ploegje met nul-twee achter. Achter mij schreeuwde een oude man een verwensing naar onze nummer drie. Ik verslikte me van schrik bijna in mijn bier. Voor mij stond een supporter met regelmaat op en wandelde naar de boarding. Daar begon hij driftig onze mannen te coachen. Blijkbaar had hij het idee dat de échte trainer aan de overkant assistentie nodig had. Ik had nog nooit zoiets koddigs gezien. Ik wilde nog wel een bijdehante opmerking maken, maar na zijn woeste gezicht bestudeerd te hebben, leek mij het verstandiger dit niet te doen.
De nederlaag was een feit. Supporters om mij heen stonden gepassioneerd te bepraten wat er allemaal mis ging en hoe de trainer het wél had moeten doen. Ik stond er met een glimlach tussenin. Het flesje cola met rietje was vervangen door een biertje. Het oude stadionnetje voor een mooi modern stadion, maar de mensen die er kwamen waren geen biet veranderd. Alles ademt er saamhorigheid en nostalgie. Geen toestanden, geen gedoe. Gewoon zijn, dat is al meer dan genoeg. Heracles Almelo, waar een kleine club groot in kan zijn.

Heracles blog

Volg de kniekousen

Mijn allereerste hardloop wedstrijd, zoals zoveel eerste dingen: zal ik nooit vergeten. Het was een veldloop van negen kilometer. Toendertijd stond dat voor mij gelijk aan een halve marathon. Nooit eerder had ik verder gelopen dan vijf kilometer. De reden voor deze bijna verdubbeling? Heel simpel. We gingen met een groepje samen naar de veldloop en allen deden ze negen of twaalf kilometer. De zes kilometer, die ik aanvankelijk wilde, was zeer vroeg op het programma. Dit zou betekenen dat we alleen voor mij heel vroeg op pad moesten. Het deel: “alleen voor mij”, werd nog eens extra benadrukt. Voeg daarbij toe een flink aantal dwingende blikken en Michiel durfde niet meer nee te zeggen. Eigenlijk was het ook wel een mooi moment op eindelijk eens over de drempel te gaan en meer kilometers te gaan lopen.

‘Hoeveel keer heb jij de negen gelopen als training?’ vroeg iemand mij onderweg in de bus.

‘Nul,’ zei ik zeer serieus.

‘Nul? Meer kilometers gelopen?’

‘Nee. Alleen maar vijf en korter.’ Bewust hield ik mijn gezicht in plooi. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

De beste man staarde verbaasd mij aan. Ik voelde hoe hij mij aftastte of ik nu een grapje maakte of niet, maar mijn gezicht bleef op mijn zakelijkste manier staan. Misschien kwam ik straks kruipend over de finish aan, had ik in elk geval mijn lolletje al gehad.

De man schudde een keer zijn hoofd.

‘Doe dan maar kalm aan.’

Dat was ik ook van plan, maar tegelijkertijd kende ik mezelf. Als het op sport aankomt, ben ik bloedfanatiek en ga tot het uiterste. Ik wist dat ik heel goed naar mijn lichaam moest luisteren. Negen kilometer lijkt misschien weinig, maar je bent zo als amateur vijvenveertig minuten tot een uur onderweg. Dan moet je niet na vijf kilometer al totaal gesloopt zijn.

Nu moet ik nog een kleine bekentenis doen. Ten tijde van mijn eerste veldloop wedstrijd, was ik nog vrijgezel. Ik was niet echt zoekend of wat dan ook, maar had uiteraard wel oog voor het andere geslacht. Voordeel van sommige sporten is dat je precies weet wat voor vlees je in de kuip hebt en hardlopen is daar zeker weten een uitstekend voorbeeld van. De term: “Happy Single” heb ik nooit begrepen, maar toen ik tussen een groepje vrouwelijke hardlopers stond, begon ik het ineens te snappen.

Genoeg over hormonen. Voorlopig. De wedstrijd. Samen met mijn hardloopcollega’s stapte ik de bus uit en probeerde zo ervaren als mogelijk over te komen. Jammer genoeg lukte dat niet helemaal in mijn Action-hardloopbroek waarbij de rek al behoorlijk uit het elastiek was en Aldi hardloopschoenen. Tja… Happy maar ook arme Single. We togen naar de sportvelden waar de kleedkamers waren om ons voor te bereiden. Nog even en dan moest ik er aan geloven.

De negen kilometer was goed vertegenwoordigd. Een flinke groep lopers stond als legbatterijkippen klaar in het met linten afgezette veld. De een zenuwachtig springend, de andere stoïcijns voor zich uitkijkend en ik domme grapjes maken. Ik maak altijd domme grapjes als ik gespannen ben. Mijn vrienden denken wel eens dat ik de hele dag gespannen ben, maar die hebben gewoon geen gevoel voor goede grappen.

Het startschot klonk, de groep kwam in beweging. Daar gingen we. Mijn allereerste negen. Ik liep maar met de meute mee. Geen idee hoe ik een constant tempo moest lopen of hoe je met de handrem op moest rennen. Ik deed maar wat. Naarmate de eerste kilometers voorbij gingen, was de grote kluit lopers verworden in een lange sliert van verschillende groepjes. Ik liep ergens in een van de groepjes achterin, maar niet bij de allerlaatste! Ik kwam langs een klok met daarop de vijf kilometer tijd. Het was nog niet eens zo slecht! Een hardloop collega, die later op de twaalf in actie zou komen, zag mij. Hij applaudisseerde en moedigde mij aan. Ik ving ook wat op in het voorbij gaan:

‘Hij heeft nog nooit zo ver gelopen, dit houdt hij niet vol.’

Dit was koren op de molen. Zeg nooit tegen mij dat ik iets niet volhoud! Ergens diep in mij wist ik een versnelling te vinden. Ik zou hem laten zien wat ik wel of niet kon! Als een jonge hert liep ik alsmaar harder. Ik laveerde van groep naar groep. In mijn verbeelding zag ik mijn naam steeds hoger op de ranglijst staan. Het triomfantelijke gevoel begon te haperen naar ongeveer een kilometer. Daarna raakte de benzine op. De benen liepen vol en werden zwaarder. Hardlopers die ik even daarvoor nog had ingehaald, liepen mij net zo vrolijk weer voorbij. Weg jonge hert. Ik voelde me op eens meer een oude verroeste bok. Nog maar drie kilometer ze gaan, maar hoe kwam ik die in godsnaam door?

Mijn mond was vol open, mijn ogen staarden in het niets. Mijn hele lichaam voelde gevoelloos zwaar aan. Een stemmetje in mijn hoofd probeerde mij over te halen om te wandelen.

In nog geen duizend jaar!

Geen optie. Het zou alles of niks worden. Opeens vingen mijn vermoeide ogen iets op. Niet zo heel ver voor mij doemde er wat op. Iets roze met zwarts en daaronder iets hoog wits. Een ander onbewust systeem werd aangezwengeld. Mijn ogen werden ineens weer scherp en zagen voor mij een hardloopster met hoge kniekousen en hotpants. Deze combinatie was als een emmer ijswater. Plots werd mijn hoofd weer helder. Ergens in mij werd er een extra energiebron aangeboord. Mijn benen kregen weer de geest en mijn onderbewuste ik, wilde plots niet meer wandelen.

Volg die vrouw!

Ik spoorde mijzelf aan en zette de achtervolging in. Volg de kniekousen! Ergens was ik verbaasd over mijn eigen. Zo totaal lichamelijk vermoeid en tegelijkertijd een onder hormonen bedolven onderbewuste ik. De vrouw in de kniekousen kwam naderbij. Ze stelde me niet teleur. Van dichtbij was het goed te zien dat alles als gegoten zat. Strak in het pak zouden we zeggen.

Mensen aan de zijkant begonnen mij aan te moedigden. Niet wetend wat mijn plotselinge drijfveer was. Zij zagen een vent die op goedkope schoenen opeens enorm versnelde. Voor dat ik er erg in had, waren de drie kilometer bijna voorbij. Mijn motivatie in hotpants liep een metertje voor mijn grote glimlach op lange benen. Toch kon ik het niet laten. Met een laatste krachtsinspanning, heb ik haar op de laatste tientallen meters ingehaald. Voor mijn gevoel liep ik haar voorbij als een stoere atleet. Ik vrees dat het in werkelijkheid het er uit zag als een opa die zijn looprek zocht. Met veel bravoure gefinisht in een tijd van achtenveertig minuten en in een tijd van drie seconden stortte ik in.

Ik lag languit in het gras. Mijn borstkast ging als een bezetene op en neer en mijn adem klonk als een raspende grasmaaier. Mijn collega van langs de kant, kwam op me af en feliciteerde mij. Ik kon nog net mijn arm omhoog krijgen. Hij moest toegeven dat hij dit niet verwacht had voor een eerste keer. Ik ook niet, bekende ik eerlijk. Ik kwam iets overeind en nog eenmaal zag ik haar. De knappe vrouw met de witte kniekousen. Ik glimlachte en inwendig bedankte ik haar. Hardlopen. Wat is het toch een sexy sport!

kniekousen1

Bron Afbeelding: RunningLau