Afzeik TV

Idols. Wat doe ik me zelf toch aan? Ik dacht: het is leuk, maar het is helemaal niet leuk! Wat een pijnlijk gedrocht van een talentenjacht is het toch. Een aantal jaren geleden was het een groot succes. Destijds is het totaal langs me heen gegaan. Achteraf ben ik daar intens gelukkig mee.
Afgelopen woensdag was de druppel. Als een stuk zilverfolie op een ontblote zenuw op je tand. Zo voelde het. Schaamteloos worden grote groepen van divers pluimage voor de tv gefolterd of de hemel in geprezen op zo’n maniern dat het zeer doet aan de ogen. Porno voor iedereen die geilt op afzeik-tv of kitsch.
Valse kraaien die in een voorronde te horen kregen dat ze voor de tv opnames mochten komen. Met de illussie dat ze kunnen zingen, worden ze als een koe het slachthuis in gelokt om vervolgens door hanenkam Eva, een pin door de kop geschoten te krijgen. Of bakvisjes die zich in een te strakke stretchjurk hijsen, speciaal voor Martijn, om al blubberend een te moeilijk nummer te gaan zingen. De opzet is eigenlijk heel eenvoudig: puistenkoppen en naar de grond starende onzekere meisjes? Niet door! Populair, goed uitziend of te mooi gevormd lichaam? Door! Af en toe mag er ook iemand verder die kan zingen. Kan iemand heel goed zingen, maar ziet er niet uit, dan mag deze schoorvoetend door. Er wordt dan wel even haarfijn verteld dat men het niet verwacht had. Op basis van uiterlijk.
Wat een zielige vertoning! Dan bedoel ik vooral de jury. Pest TV bij uitstek. De opmerkingen zijn van een dusdanig niveau, dat ik het woord pijnlijk eigenlijk niet eens de lading dekt. Een SM-meester zou zichzelf spontaan billenkoeken geven als hij met dit soort uitspraken bij zijn slaaf aan zou komen zetten.
Alsof de jury is ingewerkt door een of andere aan lager wal geraakte B-cabaretier die nog wel wat centjes kon gebruiken voor zijn alcohol.
Een goed zingende meid werd op dusdanige manier weggepest door de jury, dat ik plaatsvervangende schaamte kreeg. Net daarvoor ging nota bene een Jan Pipo door omdat Jamai het een lekker ding vond. Dit was de druppel.
Ik kon het niet meer. Ik als slaaf van dit mislukte monster van een talentenprogramma? Nee, nog liever de zweep van een meesteres in een leren pak. Ik zappte weg en kwam op het programma: 50 ways to kill your mommy. De titel beloofde een net zo’n sadomasochistisch programma, maar oh wat een opluchting. Het was slechts een bungee jumpende moeder. Wat zou het heerlijk zijn om daar de jury aan mee te laten doen… met een net iets te lang elastiek.

Idols column

Fantasie

Als jongetje keek ik uit naar de herfst. Hoe harder het begon te stormen, hoe blijer ik werd. Ik hoopte dat het vooral in de avond zou regenen en bliksemen. Ik kon het niet afwachten wanneer ik naar bed toe moest. Snel trok ik mijn pyjama aan, trok het gordijn goed dicht, maar zorgde ervoor dat aan de bedzijde een spleetje licht naar binnen kon. Voor de rest was mijn slaapkamer aardedonker. Het raam stond op een kiertje. Anders hoorde ik de wind niet. Als ik geluk had waaide het zo op mijn raam dat er af en toe een fijne spetter water op mijn gezicht viel.

Diep verscholen onder mijn dekens lag ik te genieten van het zingen van de wind. Langzaam veranderde mijn kamer in een grot. De rode cijfers van mijn wekker werden een kampvuurtje. Het reepje licht waar je nog net het bedruppelde raam zag, transformeerde langzaam in een ingang van een kier in een grote grauwe berg. Buiten ademde een donkergroene draak zijn zwaveldamp langzaam in en uit.

Sal. Dat was mijn naam in mijn verbeelding. Magiër en strijder van het goede. Elke nacht zat ik bij het kampvuurtje onder een dierenhuid mijn handen te verwarmen. Mijn trouwe draak hield buiten de wacht. Beiden wachtend tot het slechte weer voorbij getrokken was zodat we de strijd aan konden gaan tegen onze eeuwige vijand: de Zwarte Weduwe. Helaas viel ik altijd in slaap voordat we op avontuur konden. Dit overkwam me eigenlijk elke nacht. Magiër Sal beleefde dan ook bar weinig avonturen. Het gevoel van de realiteit van de herfst verweven aan mijn fantasie was onbeschrijfelijk.

Ik had het geluk een beelddenker te zijn. Alles wat ik las, zag of hoorde zette ik om in beelden. Als kind groeide ik op in een relatief beschermde omgeving. Dat zorgde ervoor dat ik weinig meekreeg van de grote boze buitenwereld. Mijn leven bestond uit He-man, Laurel en Hardy, Achterwerk in de kast en boeken als Tup en Joep, Pietje Bel en Pinkeltje. Het voedde mijn brein en maakte mijn jeugdige leven nog kleuriger dan het al was.

Het moet ergens met de film ‘Neverending story’ of ‘Labyrinth’ geweest zijn dat mijn interesse voor de fantasie aanwakkerde. Vanaf dat moment werd het bosje bij het park een Scandinavisch-achtig oerbos vol elfen en dwergen. De weg naar school een zandpad of kasseienweg met struikrovers achter elke lantaarnpaal en mussen als draken in de lucht. Het kon niet gek genoeg. De wereld zag er een stuk interessanter uit als het gevuld was met flarden boek en film uit andere werelden. Niet dat de realiteit zo slecht was, maar ja. Als ik met een denkbeeldige ridder vocht, deed dat minder zeer dan wanneer ik van de fiets viel.

Naarmate ik puber werd, werd de wereld om mij heen ook groter. Fantasie werd fantasy, want dat was stoerder. Het besef dat er meer gebeurt in de wereld dan dat je als kind voor mogelijk gehouden had, was best wel schokkend. Ik herinner mij de eerste Aids-gevallen, een verhongerd land in Afrika, Tsjernobyl, Irak en Iran in een eeuwige oorlog. Opeens werd ik geconfronteerd met een realiteit die ik me alleen maar kon voorstellen bij en Rambo of James Bond film.

Wat deed ik? Ik zette me af, werd anarchistisch, zette me af in de vorm van punk in de jaren negentig. Grunge. Wat moest je anders? Gelukkig liet de fantasie mij niet in de steek. Thuis las ik boeken van werelden vol met draken en magie. Even ontsnappen, even de baas kunnen zijn van je eigen land. Ik deed mezelf de belofte dat wat er ook gebeurde, ik mijn hele leven een klein stukje kind met me mee zou nemen. Sal ontstond rond mijn achtste en zou minstens tot mijn honderdste mee moeten gaan. Het kleine stukje jeugd dat me altijd zou helpen herinneren dat hoe slecht het soms ook kan zijn, mijn eigen wereld het altijd iets kan oppoetsen. Ook andersom. Wanneer de wereld me toelacht, glimlachen ze mee in je fantasiewereld.

Vandaag de dag zitten we midden in toestanden. We vallen van de ene crisis in de andere. De wereld staat in brand. Huizenmarkten stortten in, IS steekt als hardnekkig onkruid de kop op. Duizenden vluchtelingen overstromen het paradijs Europa. Parijs wordt geteisterd door aanslagen. Rechts en links weten zelf niet meer wat goed of slecht is. We schreeuwen om ons heen, maar weten niet wat we moeten doen. Ergens mogen we onze handen dichtknijpen dat we in het relatief veilige Nederland wonen.

Ik kijk om me heen en zie kinderen met dezelfde fantasie dat ik ooit had. Hun wereld is nog veilig klein. Geen weet hebben ze dat de grote mensen over zwarte piet zeuren. Zolang ze hun pakjes maar krijgen. Waarom ze snel weggetrokken worden bij een vriendelijke man met een grote baard in het winkelcentrum, zouden ze niet weten.

Een kind hinkelt over de stoep en houdt mij tegen. Ik mag niet met mijn voeten over spleetjes, want dat zijn diepe ravijnen waarin ik te pletter kan vallen. Ik glimlach en hinkel vrolijk mee met deze dappere ridder.

’s Avonds thuis glij ik mijn bed in. Herfst. Het waait. Dicht kruip ik tegen mijn vriendin aan. Ik sluit mijn ogen en Sal de magiër zit voor zijn kampvuurtje. Buiten staat zijn draak waakzaam voor de grauwe berg. Het regent en… ik val met een glimlach in slaap.

a_boy_and_dragon_wings_fantasy_fierce_hd-wallpaper-1882389

Bron afbeelding: hdwallpapers.cat

‘Big Mac is niet ongezond’

Ik heb niets tegen de hamburgerketen, helemaal niet, maar je moet het niet mooier maken dan het is. Je bent gewoon een wereldwijd concern wat veel geld wil verdienen met lage kosten en zo hoogwaardig mogelijk vet. Ook ik trapte hier als kind in. Dat je met je fietsje richting de Mac ging, je een cheeseburger bestelde en met een vol gevoel vertrok dat maar liefst vijf minuten duurde.
Geen enkel kind en puber kan de verleiding van A-merken, snacks en vet weerstaan. Het is een oerdrift die telkens hardnekkig de kop op steekt. Fastfoodketens weten hier met slimme reclames en verleidelijke posters op in te spelen. Dat de wereld vervolgens in een diepe crisis belandde en men noodgedwongen bewuster moest leven, daar kunnen wij niets aan doen.
Eenmaal de toevoer van het zakgeld afgesloten naar het kroost toe, waren opeens de ouders de nieuwe doelgroep. Ze werden gepaaid met worteltjes en appelpartjes. De toon veranderde plotsklaps naar verantwoord gelul door een uit de kluiten gegroeide frietverkoper. Ik citeer:
“We willen op een speelse manier de keuze voor groenten en fruit vergemakkelijken want naar McDonald’s gaan moet wel een feestje blijven.”
Kots, braak, spuug! En dat komt niet van de nepkaas die nog steeds bovenop de hamburger prijkt als een stuk gesmolten vogelpoep. Dacht men nu echt dat elk gezond denkend mens hier in zou trappen? Ja, dat dacht men. Het erge was dat het nog klopte ook! Grote groepen ouders waren blij dat de McDonald’s iets recht praatte wat krom was en toog met hun kroost richting de gezonde fastfoodkeet. Volgevreten met happy meals en Big Macs keerden ze voldaan huiswaarts. De zakken worteltjes en appeltjes bleven ongeschonden op de tafeltjes achter. Iedereen blij. Kinderen een vette snack gescoord, ouders gezonde hamburger gegeten en bij de Mac rinkelde de kassa als vanouds.
Zelf eet ik al tijden niet meer de hamburgers van onze vriend de gele M met zijn clown. De slager om de hoek heeft ze groter en goedkoper. Bovendien heb ik geen zin om siliconentieten te vreten. Dat is namelijk het dertiende ingrediënt van hun patat. Dimethylpolysiloxaan heet het, oftewel spul wat gebruikt wordt voor speelgoedrubber en borstimplantaten. Jummie. De term Big Mac krijgt opeens een nieuwe betekenis.
Het laatste charme offensief las ik onlangs ergens in een krant; iemand was op een dieet van hamburgers en salades van de McDonald’s, negentien (!!) kilo afgevallen. Super shrink me! Hoe dan?
‘Wilt u onze snoeptomaatjes, meneer?’
‘Nee, geen snoep, ik moet aan mijn lijn denken. Doet u mij maar zo’n over verantwoorde cheeseburger met een plakje plastic nep-cheddar, want daar kan ik zo goed van overgeven. Ach, weet u mevrouw, ik doe gek. Doet u mij ook nog maar een portie silconenfrieten met saus en een bak salade. Ik moet nog ontslakken namelijk.’
Natuurlijk overdrijf ik, maar dat doet de Mac zelf ook. Doe gewoon waar je goed in bent. Lok tieners en kinderen en voorzie ze van hun dagelijkse vette bek. Peuter ze het geld los voordat de chips- of kippenneukerfabrikant het doet. Speel niet de heilige M(essias) maar wees de leverancier van alle troep waar de ouders hun kinderen voor willen behoeden. Zo werkt dat.
De McDonald’s gezond? Ja en bij de kerncentrale lopen ze in korte broek rond.

gI_66971_kid with food stuffed

Bron afbeelding: www.prweb.com