Boomknuffelaar op ski latten

Slechts einmal heb ik op skilatten gestaan. Dat heeft zo’n eindruck op mij gemaakt, dat als ik er aan terugdenk, ik spontaan Deutsche woorden begin uit te spuien. Ik noem het maar een oude oorlogswond.
Daar stond ik dan. Op latten van twee meter, schoenen van een halve meter en stokken om me te beschermen tegen tegemoet komende bosjes. Alles netjes duur gehuurd met een nog duurdere borg. Jodelahitie. IJsberend op de kinderpiste. Ik moest het toch ergens leren, toch?
Glij zigzaggend naar beneden, stuur door je gewicht op je linker of rechterbeen te plaatsen en rem door een ondersteboven ‘V’ te maken. Makkie. Als een in winterjas geklede bowlingbal kegelde ik zo de kleine ski-duiveltjes van de piste en remde netjes onderaan de bult. Als eerste. Daarna moest ik maken dat ik wegkwam voor al die boze ouders en hun gevallen kroost.
Overmoedig en zelfoverschattend als ik ben, pakte ik de eerste de beste lift en liet mezelf omhoog slepen aan een stok met een rond zitvlak wat zich nog het beste liet omschrijven als een ballen-vergruizer. Jodelahitie!
Best wel een steile bult, bedacht ik me zo al slepend omhoog. Of was het een berg? Rechts van me zag ik allerlei ervaren macho-mannetjes en -vrouwtjes omlaag zoeven. Heel wat anders dan de kinderpiste van zonet. Die kon ik nog wel aan.
Nu had je boven aan de berg aan het einde van de lift een soort van kuil. Zodat je de vaart van de lift kon afremmen. Niemand had mij dat verteld. Tuig. Ook geen bordjes met:
Pas auf! Keul!
Niets.
Ken je dat verhaal van Hansje Brinker? Dat hij zijn vinger in de dijk stopte, zodat al het water achter de dijk bleef? Stel dit nu eens voor in een ski-kuil. Dan ben ik Hansje Brinker die zojuist met zijn blauwe ballen de ski-stang aflazert zo de kuil in, elegant vallend met de benen wijd en de latten omhoog. Het water zijn alle skiërs die achter mij kwamen. Die hield ik allemaal als een echte Hansje tegen.
Enschuldigung roepend tegen alles wat op en onder mij lag, ben ik de grote kluwen skilatten en stokken uit gekropen. Vraag me niet hoe, maar mijn eigen latten had ik uit gekregen. Gelukkig was mijn skibril groot genoeg om niet herkend te worden.
Uiteindelijk stond ik boven aan de berg. Latten met pijn en moeite onder mijn Yeti schoenen geknoopt, klaar voor de grote sprong in het diepe. Goh, wat keek je er stijl op zo van boven. De mensen die zigzaggend naar beneden gleden leken er geen moeite mee te hebben. Zo hard gingen ze ook niet, bedacht ik me. Dat moest lukken? Toch?
Ik slikte wat angst weg en hupte de berg af. Met één skilat. De andere stond nog op precies dezelfde plek alwaar ik hem huppend had achtergelaten. Shit. Gelukkig kom je niet heel ver op een lat dus kon ik zo vrij gemakkelijk naar boven kruipen.
Tweede poging. Ditmaal met twee vaste latten. Daar hupte ik de berg af. Netjes links zaggend. Als een kabbelend riviertje gleed ik super ontspannen naar het einde van de piste. Weldra moest ik terug ziggend naar rechts. Ik draaide me om, gewicht op rechter been en ik stond zo lijnrecht naar beneden. Blik op de diepte. Voordat ik het besefte, zoefde ik met een rot snelheid loodrecht naar beneden. Stokken als een dronken blinde al zwabberend voor me uit.
Rustig blijven Michiel! Wat moest je doen. Gewicht op rechterbeen. Lukt niet! Maak een omgekeerde ‘V’ en rem af. De ‘V’ lukte. Alleen het remde voor geen meter af. Terwijl ik de mensen voor mij al schreeuwend waarschuwde dat er een losgeslagen Holländer aan kwam racen, draaide mijn hersens overuren. Die begonnen vervolgens te stomen toen ik voor mij een bocht zag opdoemen. Die had ik in de lift niet gezien. Grapje van de wintergoden? Even met Michiel dollen? Tuig! Achter deze bocht lag bos. Heel veel bos. Hele grote dennen met hele dikke stammen. O jee.
Gewicht op linkerbeen. Werkt niet. Nog meer op links. Niets. Links! LINKS! Net zoals de politiek in deze hoek: Er gebeurde niets. Ik kon nog maar een ding bedenken wat me nog kon redden. Laten vallen.
Precies in de bocht liet ik me vallen. Het remde wel iets. Toch kwamen de bomen wel heel erg snel op me af. Voordat ik het wist, lag ik in een innige omhelzing met een spar. Mijn vriendin zou er jaloers op worden.
Ik maakte mijzelf los van mijn kortstondige liefdesaffaire en bekeek met een groen besmeurt gezicht de schade. Een skistok met een knik, een kapotte schoen en een lat die overdwars gescheurd was. Tja, als je dan toch de bomen in keilt dan moet je het wel goed doen.
Later hoorde ik dat ik de zogenoemde zwarte piste had betreden. Dat wist ik niet. Ach ja, hoogmoed komt voor het boomknuffelen.

Ski

Bron afbeelding: http://sites.psu.edu/freshfirst/2013/09/