Planking voor de kop? Protein!

Ik plank tegenwoordig. Je doet wat? Planken. Nee, ik timmer geen wiebelig kastje in elkaar waarbij ik altijd meer pleisters dan spijkers gebruik. De planking challenge. Als een plank op je onderarmen en tenen leunend zo lang mogelijk blijven staan. Drie minuten is het einddoel en ik verzeker je: het is de hel! Daarbij doe ik, midlife crisisend als ik ben, ook nog de ab en push-up challenge. Ik ben dol op sm.

Kortom, elke avond lig ik me twintig minuten volledig in de knoop met mezelf af te beulen voor een goddelijk lichaam. Als je het maar vaak genoeg zegt, zie je er vanzelf wel zo uit.

Bewust van lichaam en geest als ik ben, ahum, kijk ik natuurlijk ook naar voeding. Zie daar, ik heb de nieuwe superfood ontdekt! Proteïne. Of zoals de sporters het liever noemen: protein of whey! Want dat bekt wat gespierder, vermoed ik. Nu begrijp ik best wel dat wanneer je een flinke bodybuilder of topsporter bent een beetje extra eiwitten geen overbodige luxe is. Dan neem je dat erbij na een intensieve prestatie en je spieren herstellen wat sneller.

De marketing dacht dit ook en zie daar de protein hype! De eiwitten vliegen me opeens letterlijk om de oren! Loop ik in de supermarkt te zoeken naar wat kwark, wordt met nog niet neonverlichte pijlen naar die ene bak gewezen waar met schitterende, zilverkleurige letters Protein op pronkt. Aanbevolen door Epke Zonderland. Laten we wel wezen, wie wil er niet zulke armen als Epke. Dus ik zo’n bak superkwark meenemen, vlug naar huis, zo’n halve bak leeg gelepeld en meteen in de plank. Hij Staat! Hij staat! Het is ongekend! Michiel Zonderland… zakte na een minuut door zijn hoeven. De protein als een betonblok in zijn maag. Voor de spiegel werd m’n wasbord er ook niet veel beter op.

Dat hadden whey niet verwacht, zou Maxima zeggen. Het is wel precies mijn punt. Hoe bewust we ook al dan niet met ons sportieve lijf omgaan, we ontkomen niet aan onze hypegevoeligheid. Op de digitale media zie ik de één een nog grotere pot eiwitten gebruiken dan de ander. Terwijl je het feitelijk best goed af kunt met eieren, rundvlees, peulen en nog veel meer ‘superfood’. Toch doen we het en ik doe net zo hard mee. De social media zijn meedogenloos als het aankomt op de hypegevoeligheid en de marketing weet dit maar al te goed.

Gisteren heb ik een superplank van wel 1 minuut 40 gedaan. Ik weet dat dit komt door het dagelijks blijven doen en opbouwen… en toch zegt een stemmetje ergens in me: Protein! en ik neem nog maar een hap kwark.

kwark

De laatste wens

Boven op de Tankenberg stopte er een auto pardoes midden op de weg. De rode gezinswagen trok zich er niets van aan dat de weg even geblokkeerd werd. Nu is deze straat ook meer voor wandelaars dan voor verkeer zo midden in het natuurgebied van De Lutte.
De koepel leek minzaam toe te kijken wie het waagde zijn auto zo vlak voor haar te plaatsen. Zij was het die op het hoogste punt van deze berg prijkte. De tempel gewijd aan Tanfana, een Germaanse vruchtbaarheidsgodin.
Twee stellen stapten uit de auto, waarvan een flink op leeftijd. Ze bleven even half gebukt in de auto. Een vijfde persoon moest ontgrendeld worden. Wandelaars en natuurliefhebbers nabij begonnen zich langzaamaan zichtbaar te ergeren aan de brutaliteit van deze bezoekers. Waarom hier toch midden op de weg? Altijd weer die ouderen. Je hoorde ze het denken. De realiteit bleek helaas een andere te zijn.
Tussen het jonge stel ingehaakt verscheen opeens een zeer oude man. Ondanks het warme weer was hij in een chic grijs kostuum gehesen. Schoenen netjes gepoetst zwart. Hij kon amper op zijn benen staan. Die leken op dik, wiebelig rubber.
Opeens werd het stil rondom hen. Iedereen leek te beseffen wat hier gaande was. De oude bomen rondom de koepel leken met hun bladeren al knisperend en ritselend te fluisteren tegen de oude heer. Alsof zij een leeftijdsgenoot herkenden. Hem verwelkomden in het legioen der ouderen. De tempel zelf verloor haar arrogantie als sneeuw voor de zon. Al die jaren dat zij hier stond, al die levens die zij voorbij had zien trekken. Ze herkende dit. De ziel Tanfana leek even teruggekeerd te zijn en omringde haar huis met een sereen aura van rust.
De oude man had hier geen weet van. Druk concentrerend om zijn ene been voor het andere te krijgen, liep hij geklemd tussen zijn kleinkinderen in de richting van het bankje voor hem. Slechts tien meter, voor hem een levensweg. In perfecte stilte werd hij aangemoedigd door alles en iedereen die in de buurt stond. Zelfs de vogels voor een moment stopten met hun liederen.
Het bankje gaf een prachtige uitzicht over het landschap en de bossen. Dat zich spreidde al glooiend naar beneden. De man moest hier vaak geweest zijn. Misschien wel het begin van zijn weg in het leven? Toen de natuur hier nog meer de overhand had en men daadwerkelijk nog het geloof had in de Godin van de vruchtbaarheid. Hoe dan ook, vandaag had hij zijn laatste krachten bij elkaar verzameld voor dit laatste bezoek. De natuur zijn laatste respect tonen.
In zijn ogen zag je de film van het verleden naar het heden toe voorbij vliegen. Van een stomme slapstickachtige jongensfilm naar een volledig driedimensionaal, eind. Een glimlach verscheen. Het was goed zo. De oude heer knikte een keer naar zijn kleinkinderen. Zij begrepen onmiddellijk wat ze moesten doen. Onder toeziend oog van de oude bomen tilden zij hem voorzichtig op. Hoe fragiel. Een eeuwenoude eikentak die zo broos was dat je hem zo kon afbreken. Toch bloeide nog dat ene laatste blad. Dat bijna volgeschreven was. Vanavond zou zijn laatste wens hierop staan.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bron afbeelding: mapio.net

Onbekende vrienden (Hardloopschoenen)

Het was drukker dan normaal in de hardloopschoenenwinkel. Normaal zit er een man of twee en kun je zo aanschuiven. Nu waren alle bankjes bezet. Zeker een man of zes waren bezig loopschoenen aan het passen.
Ietwat onwennig aanschouwde ik de situatie.
‘Je kunt hier nog wel tussen zitten, hoor.’ Riep een van de verkopers mij toe. Een jongeman die mij me elk jaar helpt.
Zo belandde ik tussen een wat grote gezette man rechts en een wat kleinere vrouw links van me. Beiden druk schoenen passend die ze voorgeschoteld kregen.
‘Heb je hardloopsokken bij je?’
Ik schrok op en schudde nee. Nog geen halve minuut later kreeg ik twee oranje witte sokken in mijn handen gedrukt.
‘Oude schoenen bij je?’
Dat had ik. Ik opende mijn rode touwtjes tas en toverde twee versleten schoenen met droog aangekoekte modder eraan tevoorschijn.
‘Die zijn inderdaad aan vervanging toe,’ lachte de jonge verkoper.
‘Ja, ze hebben goed dienst gedaan,’ melde ik trots terug.
Rechts van mij zag ik de grote man bewonderenswaardig naar mijn oude schoeisels staren. Daarna wurmde hij zijn eigen voeten in blitse stappers.
‘Ik hoef er geen marathon mee, hoor,’ hoorde ik hem zeggen. ‘Vijf kilometer is meer dan genoeg!’
‘Het is druk vandaag.’ Zei ik tegen de verkoper.
‘Ja,’ klonk het links naast me. ‘Het is januari, iedereen is aan de goede voornemens.’
Glimlachend wendde ik mijn hoofd naar de vrouw links naast me. Waarschijnlijk interpreteerde zij mijn blik voor een niet uitgesproken vraag, want ik kreeg direct een antwoord waar ik niet om vroeg.
‘Je hebt gelijk hoor. Ik ook.’ Ze tikte een keer op haar dij. ‘De kerstkilo’s moeten er af.’
De vrouw lachte om haar eigen grap. Ik lachte maar mee.
‘Hoeveel kilometers loop je per week?’
Back to business
‘Twintig tot vijfentwintig kilometer.’
‘Dat ben ik van plan per maand te doen.’ Het was de man rechts naast me.
‘Ik hoop ook ooit zover te komen zonder auto,’ grapte de vrouw links naast me terug.
‘Je moet ergens beginnen, nietwaar?’
‘Bij de voordeur meestal.’ Klonk het rechts.
‘Ik bij mijn vriendin en dan komen we vaak nergens.’ Klonk het links.
Alsof ik een tenniswedstrijd aan het volgen was. De na-feest-daagse sfeer zat er goed in.
Grappig eigenlijk, bedacht ik me. Hoewel het een individuele sport is, zijn hardlopers ook een hechte groep. Van beginner tot ervaren rot. Van langzaam tot super snel, we steunen elkaar, moedigen elkaar aan en op welke plek je ook binnenkomt, iedereen heeft respect voor je. Niet alleen een sport voor de conditie, maar ook van het zelfvertrouwen. Vrienden kunnen zijn zonder elkaar te kennen. Hoe mooi is dat?
De vrouw naast me had haar perfecte schoenen gevonden. Ze glimlachte nog een keer naar me en verdween richting de kassa. De man van rechts stond op de loopband zijn schoenen te testen. Volgens mij waren deze enkele meters hem al te veel. Afijn, het was een moedige start en hij deed het toch maar.
Vlotter dan ik had gedacht vond ik ook mijn schoenen die me naar een toptijd op de halve marathon moesten leiden. Ik stond op en groette de inmiddels uitpuffende en bezweette man rechts van me. Hij ging die vijf kilometer wel halen. Zeker weten.

Buiten stond ik met mijn tas in de hand met daarin mijn nieuwe schoeisels. Ik draaide me een keertje om en tuurde door de ramen. Daarbinnen ging de hardlopers wereld door. Ons kent ons. Onbekende vrienden die je niet lieten vallen.
Hierbuiten was het ieder individu voor zich. Mensen die zoveel mogelijk probeerden niet met een ander in contact te komen.
Ik blies een wolkje koude adem uit, ritste mijn jas hoog dicht en wandelde richting de parkeergarage. Morgen maar eens onbekende vrienden maken op mijn nieuwe schoenen.

IMG-20160116-WA0001

Herfst, de nieuwe lente!

Als de bladeren van de bomen vallen, dan komen de depressies niet alleen met het weer mee. Tenminste, dat is wat men altijd zegt. Zodra de takken leeg beginnen te raken, raakt het hoofd juist vol.

Het aantal overspannen mensen, depressies en weet ik wat voor “zwarte” aandoeningen er zijn, schijnen volgens onderzoeken enorm in trek te zijn in en rond de herfst. Waarom dan toch? Vraag ik mij af. Dit jaargetij is juist één van mijn favorieten!

Heerlijk struinend door het bos. Kleine spinnenwebben dik aangezet door de ochtenddauw. De frisse wind die liefdevol door je haren streelt. De blosjes op je wangen. Kijkend omhoog zie je het vaalgele zonnetje dat haar laatste nazomerse zonnestralen op ons neer laat komen. Hoe kun je nu niet houden van de herfst?

Na een doordeweekse dag, zo aan het einde van de middag, kijk ik met ongeduld naar buiten. Ik kan het niet meer afwachten. De grote wijzer raakt de vijf. Het sein! Ik spoedig mij naar huis waar de hardloopschoenen op mij wachten. Vlug hijs ik mij in mijn sportkleding, veter mijn schoenen dicht en binnen een tijdsbestek van vijf minuten ben ik alweer buiten. Met een grote glimlach neem ik een grote teug frisse adem en zet het op het lopen.

De eerste meters moeten de spieren nog even wennen aan de kou. Ze protesteren nog voorzichtig krakend. Als daarna het lichaam langzaam maar zeker warm wordt, loopt het als vanzelf. Onder mijn schoen knarst een eikel moedwillig in elkaar. Nog even en ik verlaat het fietspad en zeg hallo bos. Twee eiken links en rechts van de ingang staan als uitsmijters bij een disco klaar om mij te ontvangen. Ze verwelkomen mij als een oude vriend.

De aarde onder mijn voeten geeft mij een extra vering. Alsof ik zweef. Elke stap die ik zet, maakt mijn hoofd leger. Een zweetdruppel parelt langs mijn slaap. Voor een aantal kilometers lang, voel ik mij koning van het bos. Voor heel even op deze herfstige dag, waar de zon stand houdt tegen de grijze bewolking, ben ik één met de natuur.

Vogels bereiden zich voor op een trek naar het zuiden. In grote groepen zitten zij al kwetterend op de bekabeling van een elektriciteitsmast. Alsof ze een grote vakbond vergadering houden. Dieren om mij heen bereiden zich voor op een eventuele winter. Net als wij mensen weten zij ook niet of het een zachte of een strenge winter zal worden. Maar gelukkig huppelen hier ook moeders rond die op alles voorbereid willen zijn.

Als ik in mijn laatste meters zit en het bos bijna heb verlaten , voel ik mij blij en warm van alle pracht en praal die ik om mij heen heb gezien. Alsof ik een uur in een geweldig schilderij van Jacob van Ruysdael heb vertoefd.

Hoezo de herfst is deprimerend? Mensen trek je sport -of wandelschoenen aan en ga naar buiten! Aanschouw de kunstwerken die ons door dit jaargetij worden aangeboden. Het is prachtig! Laten we een nieuwe trend inzetten. Laten we de herfst de status geven die het verdient.

Herfst is de nieuwe lente!

herfst lopen

Bron afbeelding: www.loperscompany.nl

De dakloze

Hij stond er eenzaam bij, toch had hij een glimlach van geluk op zijn gelaat.
Wij, mijn vriendin, een vriendin en ik, kwamen terug van een heuse halve marathon. Vol trots en adrenaline wandelden we van het Van Heekplein in Enschede. Waar we eerder op deze dag de zon nog hadden vervloekt tijdens het hardlopen, stonden we nu te genieten van haar stralen.
We liepen richting de parkeergarage. Tijd om daar vlug om te kleden en vervolgens een restaurantje op te zoeken in de stad. Door ons euforische gevoel waren we zo dom geweest om het parkeerkaartje achter te laten bij een vriend van ons. Deze was verderop in de stad al op ons aan het wachten. Geen kaartje, geen toegang in de garage. Stom!
De behulpzame stem van de dakloze klonk plots op toen wij een beetje radeloos bij de ingang stonden.
‘U kunt ook gewoon even bellen met de bewaking hoor.’ Een allervriendelijkste glimlach verscheen door een wat onverzorgde baard. ‘Ze doen vast wel open voor u.’
De man viel me nu pas op. Al die tijd had hij zich verscholen gehouden in de zeer beperkte schaduw van de nis die rondom de ingang prijkte. Zijn kleding voldeed aan het stereotype zwerver. Een grijze stoffen broek provisorisch vast geknoopt aan de bovenkant, een ietwat vaal geworden ruitjes bloes met daarover heen een versleten jack. Ondanks zijn ongeschoren gezicht zag de beste er man er toch verzorgd uit, hoe dubbel dit ook klinkt. Het kwam door zijn ogen denk ik. Deze straalden levendigheid en pret uit.
Mijn eerste vooroordeel werd meteen de kop ingedrukt. Eenmaal de man opgemerkt, ging mijn blik direct naar zijn handen toe. Ik verwachtte daar drank en/of shag aan te treffen. Niets van dit. Sterker nog, de zwerver maakte een zeer nuchtere indruk. Hij was zo behulpzaam om voor ons op de knop te drukken, toen hij merkte dat wij die niet konden vinden. Ik glimlachte naar hem en bedankte hem daarvoor. Het was geen probleem. De dakloze was uiterst beleefd. Ondanks zijn stereotype uiterlijk, was zijn hele doen en laten niet des zwervers. Diep van binnen rezen bij mij allerlei vragen op. Hoe lang was hij al zwerver? Hoe kwam hij in deze onfortuinlijke toestand terecht? Baan verloren? Gescheiden? Aandelen gezakt? Het moest haast wel een man van goede komaf geweest zijn, zo aan zijn praten te horen.
De beste man had zichtbaar plezier aan het feit dat het zo druk was in de stad. Hardlopers waren vriendelijke mensen zo vond hij en ik beaamde dat. Iedereen groette hem en hij groette iedereen terug. Het gaf hem kleur.
Elke hardloper kent het overwinningsgevoel als je de finish overkomt. Een stofje ergens in je hersens dat je het gevoel van onsterfelijkheid geeft. Het kan niet anders dat deze zwerver dit ook voelde op zijn manier. Even geen eenzaamheid. Ondanks dat hij de hele dag alleen in de nis stond. Ondanks dat er toch nog grote groepen mensen hem vreemd aankeken en met een grote boog om hem heen liepen. Voor één dag was de zwerver even wat minder alleen. Hij werd aangestoken door het overwinningsstofje en dat haalde hem, voor even, uit zijn sociale isolement. Zo sterk dat hij zelfs uit de schaduw durfde te komen om ons te helpen.
De portier had ons inmiddels toegang gegeven tot de parkeergarage en ons zeer korte samenkomen van twee werelden zou weldra verbroken worden. Voordat ik de garage in liep bedankte ik hem vriendelijk voor de hulp. De dakloze glimlachte zijn verrassend witte tanden bloot en vroeg haast timide of ik misschien nog wat kleingeld had. Bijna beschaamd liet ik hem mijn hardloopbroek zien waar ik in liep. Hier paste helaas geen kleingeld in. De zwerver wuifde beleefd mijn verontschuldiging weg. Het gaf niks en hij wenste mij een prettige dag. Ik wenste hem niets minder en verdween uit zijn kleine wereld.
Na deze ontmoeting had ik een dubbele glimlach. Naast de trots van het lopen van de halve marathon, voelde ik het geluk van de zwerver. Eenzaamheid voor even verjaagd door een overwinningsstofje. Geluk zit in kleine dingen. Koester het.

Zwerver

Bron afbeelding: http://imgbuddy.com/homeless-drawing.asp

Volg de kniekousen

Mijn allereerste hardloop wedstrijd, zoals zoveel eerste dingen: zal ik nooit vergeten. Het was een veldloop van negen kilometer. Toendertijd stond dat voor mij gelijk aan een halve marathon. Nooit eerder had ik verder gelopen dan vijf kilometer. De reden voor deze bijna verdubbeling? Heel simpel. We gingen met een groepje samen naar de veldloop en allen deden ze negen of twaalf kilometer. De zes kilometer, die ik aanvankelijk wilde, was zeer vroeg op het programma. Dit zou betekenen dat we alleen voor mij heel vroeg op pad moesten. Het deel: “alleen voor mij”, werd nog eens extra benadrukt. Voeg daarbij toe een flink aantal dwingende blikken en Michiel durfde niet meer nee te zeggen. Eigenlijk was het ook wel een mooi moment op eindelijk eens over de drempel te gaan en meer kilometers te gaan lopen.

‘Hoeveel keer heb jij de negen gelopen als training?’ vroeg iemand mij onderweg in de bus.

‘Nul,’ zei ik zeer serieus.

‘Nul? Meer kilometers gelopen?’

‘Nee. Alleen maar vijf en korter.’ Bewust hield ik mijn gezicht in plooi. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

De beste man staarde verbaasd mij aan. Ik voelde hoe hij mij aftastte of ik nu een grapje maakte of niet, maar mijn gezicht bleef op mijn zakelijkste manier staan. Misschien kwam ik straks kruipend over de finish aan, had ik in elk geval mijn lolletje al gehad.

De man schudde een keer zijn hoofd.

‘Doe dan maar kalm aan.’

Dat was ik ook van plan, maar tegelijkertijd kende ik mezelf. Als het op sport aankomt, ben ik bloedfanatiek en ga tot het uiterste. Ik wist dat ik heel goed naar mijn lichaam moest luisteren. Negen kilometer lijkt misschien weinig, maar je bent zo als amateur vijvenveertig minuten tot een uur onderweg. Dan moet je niet na vijf kilometer al totaal gesloopt zijn.

Nu moet ik nog een kleine bekentenis doen. Ten tijde van mijn eerste veldloop wedstrijd, was ik nog vrijgezel. Ik was niet echt zoekend of wat dan ook, maar had uiteraard wel oog voor het andere geslacht. Voordeel van sommige sporten is dat je precies weet wat voor vlees je in de kuip hebt en hardlopen is daar zeker weten een uitstekend voorbeeld van. De term: “Happy Single” heb ik nooit begrepen, maar toen ik tussen een groepje vrouwelijke hardlopers stond, begon ik het ineens te snappen.

Genoeg over hormonen. Voorlopig. De wedstrijd. Samen met mijn hardloopcollega’s stapte ik de bus uit en probeerde zo ervaren als mogelijk over te komen. Jammer genoeg lukte dat niet helemaal in mijn Action-hardloopbroek waarbij de rek al behoorlijk uit het elastiek was en Aldi hardloopschoenen. Tja… Happy maar ook arme Single. We togen naar de sportvelden waar de kleedkamers waren om ons voor te bereiden. Nog even en dan moest ik er aan geloven.

De negen kilometer was goed vertegenwoordigd. Een flinke groep lopers stond als legbatterijkippen klaar in het met linten afgezette veld. De een zenuwachtig springend, de andere stoïcijns voor zich uitkijkend en ik domme grapjes maken. Ik maak altijd domme grapjes als ik gespannen ben. Mijn vrienden denken wel eens dat ik de hele dag gespannen ben, maar die hebben gewoon geen gevoel voor goede grappen.

Het startschot klonk, de groep kwam in beweging. Daar gingen we. Mijn allereerste negen. Ik liep maar met de meute mee. Geen idee hoe ik een constant tempo moest lopen of hoe je met de handrem op moest rennen. Ik deed maar wat. Naarmate de eerste kilometers voorbij gingen, was de grote kluit lopers verworden in een lange sliert van verschillende groepjes. Ik liep ergens in een van de groepjes achterin, maar niet bij de allerlaatste! Ik kwam langs een klok met daarop de vijf kilometer tijd. Het was nog niet eens zo slecht! Een hardloop collega, die later op de twaalf in actie zou komen, zag mij. Hij applaudisseerde en moedigde mij aan. Ik ving ook wat op in het voorbij gaan:

‘Hij heeft nog nooit zo ver gelopen, dit houdt hij niet vol.’

Dit was koren op de molen. Zeg nooit tegen mij dat ik iets niet volhoud! Ergens diep in mij wist ik een versnelling te vinden. Ik zou hem laten zien wat ik wel of niet kon! Als een jonge hert liep ik alsmaar harder. Ik laveerde van groep naar groep. In mijn verbeelding zag ik mijn naam steeds hoger op de ranglijst staan. Het triomfantelijke gevoel begon te haperen naar ongeveer een kilometer. Daarna raakte de benzine op. De benen liepen vol en werden zwaarder. Hardlopers die ik even daarvoor nog had ingehaald, liepen mij net zo vrolijk weer voorbij. Weg jonge hert. Ik voelde me op eens meer een oude verroeste bok. Nog maar drie kilometer ze gaan, maar hoe kwam ik die in godsnaam door?

Mijn mond was vol open, mijn ogen staarden in het niets. Mijn hele lichaam voelde gevoelloos zwaar aan. Een stemmetje in mijn hoofd probeerde mij over te halen om te wandelen.

In nog geen duizend jaar!

Geen optie. Het zou alles of niks worden. Opeens vingen mijn vermoeide ogen iets op. Niet zo heel ver voor mij doemde er wat op. Iets roze met zwarts en daaronder iets hoog wits. Een ander onbewust systeem werd aangezwengeld. Mijn ogen werden ineens weer scherp en zagen voor mij een hardloopster met hoge kniekousen en hotpants. Deze combinatie was als een emmer ijswater. Plots werd mijn hoofd weer helder. Ergens in mij werd er een extra energiebron aangeboord. Mijn benen kregen weer de geest en mijn onderbewuste ik, wilde plots niet meer wandelen.

Volg die vrouw!

Ik spoorde mijzelf aan en zette de achtervolging in. Volg de kniekousen! Ergens was ik verbaasd over mijn eigen. Zo totaal lichamelijk vermoeid en tegelijkertijd een onder hormonen bedolven onderbewuste ik. De vrouw in de kniekousen kwam naderbij. Ze stelde me niet teleur. Van dichtbij was het goed te zien dat alles als gegoten zat. Strak in het pak zouden we zeggen.

Mensen aan de zijkant begonnen mij aan te moedigden. Niet wetend wat mijn plotselinge drijfveer was. Zij zagen een vent die op goedkope schoenen opeens enorm versnelde. Voor dat ik er erg in had, waren de drie kilometer bijna voorbij. Mijn motivatie in hotpants liep een metertje voor mijn grote glimlach op lange benen. Toch kon ik het niet laten. Met een laatste krachtsinspanning, heb ik haar op de laatste tientallen meters ingehaald. Voor mijn gevoel liep ik haar voorbij als een stoere atleet. Ik vrees dat het in werkelijkheid het er uit zag als een opa die zijn looprek zocht. Met veel bravoure gefinisht in een tijd van achtenveertig minuten en in een tijd van drie seconden stortte ik in.

Ik lag languit in het gras. Mijn borstkast ging als een bezetene op en neer en mijn adem klonk als een raspende grasmaaier. Mijn collega van langs de kant, kwam op me af en feliciteerde mij. Ik kon nog net mijn arm omhoog krijgen. Hij moest toegeven dat hij dit niet verwacht had voor een eerste keer. Ik ook niet, bekende ik eerlijk. Ik kwam iets overeind en nog eenmaal zag ik haar. De knappe vrouw met de witte kniekousen. Ik glimlachte en inwendig bedankte ik haar. Hardlopen. Wat is het toch een sexy sport!

kniekousen1

Bron Afbeelding: RunningLau

 

Generatiekloof of dal?

Laatst was ik op het zwembad. Eigenlijk was het de bedoeling dat ik zou gaan hardlopen met ons hardloopclubje, maar vanwege een aantal afzeggingen bleef ik als enige over. Dan maar lekker zwemmen. Een paar baantjes zwemmen en daarna nog even lekker in het Turkse stoombad. Goed voor lijf en leden. Heerlijk!

Helaas voor mij was er net zwemles, dus er zat niks anders op om even in het recreatie bad te poedelen. Geen straf uiteraard en op vrijdagmiddag was dit deel, op twee oude vrouwtjes na, helemaal leeg. Lekker even zwemmen in de stroomversnellingen en ontspannen in het bubbelbad.

De zwemles was kennelijk klaar. Zo lag ik nog heerlijk te ontspannen en zo zag ik een hele kudde kinderen het recreatie bad in stormen. Wegwezen dus. Snel het water uit en mooi wat baantjes trekken in het andere nu lege gedeelte.

Ik heb geloof ik drie of vier baantjes getrokken en toen vond ik het ook welletjes. Het Turkse stoombad riep mij. Ik laveerde mijzelf langs de spelende en schreeuwende kinderen om vervolgens zo vlug mogelijk het stoombad in te duiken.

Eenmaal door die deur heerste er een serene rust. Alleen de twee oude dametjes waren er. Hoogstwaarschijnlijk ook gevlucht voor de vrij zwemmende kinderen. Ze vielen even stil toen ik binnen wandelde. Ik begroette ze beleefd en vleide mij aan de andere zijde van het stoombad neer. De dames gingen verder met een gesprek dat ze waarschijnlijk voor mij al hadden ingezet.

‘Bij Herpen. Daar was het! Daar is een heel mooie loop. Ken je die?’

‘Nee, waar ligt Herpen dan?’

‘Bij Oss in de buurt. Een hele mooie omgeving. Veel te zien.’

Een loop? Zij? Hardlopen?

Ik ben zelf een fervent hardloper. Liepen deze dames ook hard? Met alle respect voor deze dames, maar ik zag ze alles doen, behalve hardlopen. Ik schoof zachtjes een beetje overeind. Dit moest ik verder horen.

‘Hoeveel kilometer is het dan?’ Vroeg de vrouw in de zwarte badpak.

‘Dertig ongeveer.’ Zei de vrouw in de grijze badpak terug.

Dertig! Wow!

Ik probeerde zo stiekem mogelijk beide dames te bestuderen. Het waren goed gevulde types. Op een bepaalde leeftijd lijken sommige zaken groter te worden bij een lichaam.

‘Ik train nu ongeveer twee keer per week.’ Vervolgde de grijze badpak.

‘Ja, dat moet ook wel. Ken je Petra nog? Je weet wel, die vorig jaar met ons mee liep?’

De andere vrouw knikte bevestigend.

‘Zij loopt maar één keer per week. Eén keer!’ Het geschokte gezicht van de zwarte badpak onderstreepte haar uitspraak nog eens extra. ‘En maar een half uur!’

‘Een half uur? Daar trek je toch de wandelschoenen niet voor aan?’

Aha! Het is dus wandelen!

Het mysterie was opgelost. Mijn ontstane verbazende onbegrip transformeerde in respect dat ik voor beide dames kreeg.

‘Hoe wil ze in hemelsnaam dan de loop van Holten doen?’ Zei de grijze badpak geschokt. ‘Dat houdt ze toch nooit vol?

De zwarte badpak was het hier mee eens.

‘Het lijkt mij verstandiger dat Petra eerst maar eens met een beginnersgroep rustig een loop van een kilometer of tien doet.’

De dames gingen verder met hun gesprek, maar ik dwaalde af met mijn gedachte. Inwendig moest ik grinniken. Met mijn hardloopvrienden heb ik wel eens exact de zelfde conversaties gehad. Ook over een loop hier en een loop daar. Alleen in ons geval de hardloop wedstrijden her en der in het land. Ook wij kenden lopers die maar eenmaal per week trainden en dachten een halve marathon te kunnen lopen. En ook wij meenden hier onze verontwaardiging over uit te moeten spreken.

“Uurtje hardlopen in de week? Laat hem eerst maar eens een vijf kilometer doen in een wedstrijd, dan spreken we hem wel weer.”

Grappig. Bij begin van het gesprek van de dames meende ik nog te denken dat door het grote leeftijdsverschil dezelfde hobby onmogelijk was. Gevalletje generatiekloof en vooroordeel. Tijdens hetzelfde gesprek moest ik mijn mening al bijstellen.

Zouden mijn hardloopvrienden en ik over een jaar of dertig-veertig ook nog steeds zo fanatiek praten over een loop? En zouden wij dan nog steeds hardlopen of ook in de categorie wandelen beland zijn?

Goh! dacht ik bij mezelf. Is dit nu een generatiekloof in een Turks stoombad? Of is het slechts een dalletje? De dames, een  jaar of dertig ouder, maar toch minder verschillend dan ik dacht. Ooit zou ik ook een stoombad betreden met een overmaatse zwembroek, kromme beentjes met wat minder haar doch meer grijzend. Dan zouden een vriend en ik ook onze verontwaardiging over een Petra hebben. Dat ze maar eenmaal loopt in de week en maar een half uurtje.

Ooit zou misschien wel sneller zijn dan ik denk. Slechts een dalletje diep.

????????