Tattoo

Daar lag ik dan. Op een soort tandartsstoel-achtige zetel in een tattoo winkel. Of winkel, hoe noem je eigenlijk een plek waar je tatoeages laat zetten? Daar lag ik dus. In een tattoo-zetterij.

Eindelijk durfde ik het aan. Niet meer laten beïnvloeden door wat anderen ervan vonden, maar wat ik er zelf van dacht en vooral waarom ik het zo dacht. Dus stapte ik enkele maanden geleden in de wereld van de tatoeage binnen en daarbinnen trof ik een jonge dame aan, Sally geheten. Een jongedame die mij aan de naald zou nemen in de wereld van lichaamsbeschildering.

Ze maakte een foto van mijn borstkast om mij zo te kunnen laten zien hoe de tattoo eruit zou komen te zien. Bij de eerste blik op mijn digitale torso was ik er meteen al uit. Ik moest nodig weer naar de fitness. Wat een hangtieten! Sally was professioneel genoeg om hier geen uitspraken over te doen. Het had haar zo een klant kunnen kosten.

Afijn, samen kozen we de mooiste plek voor de draak uit, want dat moest het worden, en mocht ik een paar weken later terugkomen voor de vuurdoop. Mij vrijwillig laten prikken door een jonge tattoo artiest die mij algauw geruststelde in de grunge stijl tattoo-zetterij.

Ze zeggen wel eens dat barmannen een soort psychiaters zijn die de problemen van hun klanten aanhoren. Ik denk dat het bij tatoeëerders niet veel anders is. Althans dat was mijn ervaring. Niet dat ik nu zoveel problemen uitstortte. Wel veel meligheid en humor. Wat op zich best wel link is wanneer je de vrouw met de naald de gek aansteekt. Maar ach, leef het leven tot de max.

‘Je hebt een bijzondere huid,’ zei ze.

‘Dank je, ik ben er ook erg trots op,’ grapte ik terug.

Een dreigende naald kwam op mij af met een glimlach.

‘De stencil blijft bij jou slecht op je lichaam zitten, dus ik zal flink moeten concentreren.’

Ik ben blij dat zij dat moest doen want dat was niet een van mijn sterke punten.

We konden het goed vinden samen. Wat wel handig is wanneer je zesenhalf uur in de stoel ligt. We hebben, denk ik, letterlijk over van alles en nog wat gepraat. Van relaties tot en met het avondeten en alles daar tussen in. Af en toe kwam haar vader, ook tatoeëerder, even controleren of ze het goed deed. Het oog van de meester zeg maar.

De beste man was iemand zonder moordkuilen in zijn hart. Hij bestudeerde mijn, inmiddels wat meer afgetrainde bovenlichaam en zei.

‘Doet het niet zeer bij je borst?’

‘Neuh, valt eigenlijk wel mee.’

‘Hmm,’ zei hij dodelijk serieus. ‘Knap, want je hebt er nu niet bepaald veel spek en spier op zitten.’

Het wawawaaa-muziekje ontbrak er nog aan. Acht weken kettlebell fitness met één zin door de gootsteen.

‘Ja, mijn pa kan behoorlijk direct zijn.’

‘Dan weet ik het waar jij het van hebt.’

Daar kwam die naald weer.

De draak ontwaarde steeds meer op mijn borstkast. Een mooie gewaarwording. Ze kon het écht goed! Dat wist ik ook wel, anders ging ik er niet naartoe. De pijn viel ook best mee. Toen nog wel. Ze lachte op een gegeven moment ook een beetje duivels naar me.

‘Nu vind je me nog aardig, maar als ik met het finetunen begin, ga je me haten.’

Ik kon het me niet voorstellen. Totdat ze met haar naald voor de zoveelste keer over mijn reeds beschadigde huid ging om alles mooi diepte te geven. Alsof een leger wespen en bijen je massaal steekt! Alsof je driedubbel verbrand bent… alsof ze een gloeiend heet hoefijzer op je borst drukken! De duivel! Wat een pijn!

Een Michiel laat zich echter niet kennen. Zoekend naar die bubbel van concentratie focuste ik me op mijn ademhaling. Zen. Geen pijn maar ademhaling. In mijn ooghoek zag ik de vader boven mijn opdoemen. Ademhalen. Hij had een camera bij zich. Concentreer. Ik vermoedde voor een plaatje van mijn draak voor de website. Focus. Hij fotografeerde echter niet. Hij wachtte af. Adem in. Een zucht van frustratie ontsnapte over zijn lippen. Adem uit.

‘Kun je op zijn minst niet doen alsof?’

Ik staarde de vader vragend aan.

‘Alsof je pijn hebt! Iedereen gaat stuk in deze fase en jij ligt er maar een beetje gezellig bij.’

‘Oh, sorry,’ zei ik en dacht snel even na. ‘Ik kan wel even alsof doen.’

Dat was een goed plan. Tatoeëerders humor. Zo leer je weer wat.

Hij stond erop! De naaldenstorm had ik overleefd en het resultaat mocht er zijn! We waren beiden zo blij met het resultaat na deze marathon dat we elkaar spontaan een boks gaven! Vader complimenteerde ons beide dat we het super gedaan hadden.

En passant kreeg ik nog een nieuwe dimensie bij het woord ‘smeren’. Eindelijk begreep ik wat al die mensen met een tattoo bedoelden wanneer ze me voor de zoveelste keer vertelden dat ik goed moest smeren. Ik smeer altijd goed. Vraag maar aan mijn vriendin. Die loopt de hele dag met een stofzuiger en een vaatdoek achter mij aan.

Ik kreeg een tubetje bepanthen mee en moest daar driemaal daags mijn draak mee voeden. Smeren dus.

Ik verliet de zaak. Niet voorgoed, want ik kom nog een keer terug. Ik zei dag tegen Sally de inkmaster. Dat was raar. We stonden er dan ook wat onwennig en knullig bij. Dat laatste ik vooral dan. We deden nog een boks en een hand en ik verliet de winkel. Opeens de ‘gewone’ wereld weer in. De magie van de tattoo wereld nog als een zweem om me heen. Zou zij dat ook hebben? Een hele dag best intens met elkaar bezig zijn en dan opeens klaar.

De draak prikte door mijn shirt. Alsof het wilde zeggen dat het zo goed was. Dat dit erbij hoorde. Ik glimlachte, bedankte Sally in gedachten en ging de wereld in met mijn alter ego op mijn lijf vereeuwigd.

tattoo

Planking voor de kop? Protein!

Ik plank tegenwoordig. Je doet wat? Planken. Nee, ik timmer geen wiebelig kastje in elkaar waarbij ik altijd meer pleisters dan spijkers gebruik. De planking challenge. Als een plank op je onderarmen en tenen leunend zo lang mogelijk blijven staan. Drie minuten is het einddoel en ik verzeker je: het is de hel! Daarbij doe ik, midlife crisisend als ik ben, ook nog de ab en push-up challenge. Ik ben dol op sm.

Kortom, elke avond lig ik me twintig minuten volledig in de knoop met mezelf af te beulen voor een goddelijk lichaam. Als je het maar vaak genoeg zegt, zie je er vanzelf wel zo uit.

Bewust van lichaam en geest als ik ben, ahum, kijk ik natuurlijk ook naar voeding. Zie daar, ik heb de nieuwe superfood ontdekt! Proteïne. Of zoals de sporters het liever noemen: protein of whey! Want dat bekt wat gespierder, vermoed ik. Nu begrijp ik best wel dat wanneer je een flinke bodybuilder of topsporter bent een beetje extra eiwitten geen overbodige luxe is. Dan neem je dat erbij na een intensieve prestatie en je spieren herstellen wat sneller.

De marketing dacht dit ook en zie daar de protein hype! De eiwitten vliegen me opeens letterlijk om de oren! Loop ik in de supermarkt te zoeken naar wat kwark, wordt met nog niet neonverlichte pijlen naar die ene bak gewezen waar met schitterende, zilverkleurige letters Protein op pronkt. Aanbevolen door Epke Zonderland. Laten we wel wezen, wie wil er niet zulke armen als Epke. Dus ik zo’n bak superkwark meenemen, vlug naar huis, zo’n halve bak leeg gelepeld en meteen in de plank. Hij Staat! Hij staat! Het is ongekend! Michiel Zonderland… zakte na een minuut door zijn hoeven. De protein als een betonblok in zijn maag. Voor de spiegel werd m’n wasbord er ook niet veel beter op.

Dat hadden whey niet verwacht, zou Maxima zeggen. Het is wel precies mijn punt. Hoe bewust we ook al dan niet met ons sportieve lijf omgaan, we ontkomen niet aan onze hypegevoeligheid. Op de digitale media zie ik de één een nog grotere pot eiwitten gebruiken dan de ander. Terwijl je het feitelijk best goed af kunt met eieren, rundvlees, peulen en nog veel meer ‘superfood’. Toch doen we het en ik doe net zo hard mee. De social media zijn meedogenloos als het aankomt op de hypegevoeligheid en de marketing weet dit maar al te goed.

Gisteren heb ik een superplank van wel 1 minuut 40 gedaan. Ik weet dat dit komt door het dagelijks blijven doen en opbouwen… en toch zegt een stemmetje ergens in me: Protein! en ik neem nog maar een hap kwark.

kwark

Spierballentaal

Het was afgeladen vol in het restaurant. Dit was eigenlijk niet verwonderlijk. Het etablissement was altijd op zaterdagavond tot aan de nok toe gevuld. Reserveren was geen overbodige luxe. Deed je dit niet dan kon je de Indiase specialiteiten op je buik schrijven. We kwamen er regelmatig en waren zo verstandig geweest een tafeltje van twee te reserveren.

Het restaurant was ingericht op aantallen. De Indiërs die de zaal runden verstonden de kunst om zoveel mogelijk tafeltjes met stoeltjes in de ruimte te drukken en toch nog enige vorm van privacy te handhaven. Rustig romantisch eten zat er echter niet in. De kwaliteit van het eten compenseerde dit ruimschoots. Nog een bijkomend voordeel voor een schrijver: diverse verhalen worden je gratis in de schoot geworpen.

We zaten aan een kleine tafel tegen een muur ergens in een hoek. Terwijl ik me aan het afvragen was hoe op deze paar vierkante centimeters al het eten straks moest passen, viel links van mij opeens een bont gezelschap op. Twee grote kerels, een donkere man op krukken en een blanke man zonder. Twee dames, beide uit een potje platinablond. Mijn eerste indruk was dat deze veel bij een sportclub vertoefden. De kerels zagen eruit alsof ze mij met twee vingers op konden tillen. Ik vermoedde dat het twee stellen waren. Tegelijkertijd had ik daar mijn bedenkingen bij. De donkere man was zo’n beetje de hele avond drukker met zijn telefoontje dan met zijn vriendin naast hem en de blanke man was drukker met zijn omgeving dan met het uiterlijk van zijn vriendin. Hij zocht ook duidelijk een klankbord voor zijn verhalen, maar zijn kompaan was een uitdaging. Hoe kreeg hij zijn aandacht? Aan zijn volume lag het in elk geval niet. Die reikte tot bij ons aan het tafeltje.

‘We moesten met de groep tien timble-bells doen, daarna een walk with the weights, een force yourself to the max en we moesten eindigen met een killerrun.’

De benamingen kunnen ook anders geweest zijn, maar die van de killerrun weet ik zeker.

‘Dit alles moesten we doen in twee minuten tijd. Vijftien keer!’

Hij trok een gezicht erbij alsof het iets heel zwaars betrof en om dit nog meer kracht bij te zetten, toonde hij op krachtige wijze zijn beide handen twee keer. Beseffend dat hij hiermee twintig aantoonde, schoot zijn gezicht even in een onnozele stand en liet hij snel zijn handen onder de tafel glijden. Het maakte niet heel veel uit, want de man tegen over hem kreeg net een leuk berichtje binnen op zijn mobiel.

‘Ik begon, deed de oefeningen, en had gewoon nog vijftien seconden over.’

Triomfantelijk ging de uit de kluiten gegroeide man achterover zitten. De donkere man grinnikte een keer, hiermee zeggend dat hij het knap vond. Onder de indruk leek hij niet echt te zijn. Wel van zijn mobieltje want er twitterde weer een berichtje binnen.

Echt verliefd kwamen mij deze personen ook niet over. Ik begon me ook af te vragen of dit wel stelletjes waren. De blanke man had in elk geval de strijd nog niet opgegeven en ging verder met zijn grootse testosterontaal.

‘Vijftien seconden maar liefst! Ik was niet eens moe. Echt waar jongen. En de tweede en derde keer hield ik gemakkelijk vol, joh. Die anderen allemaal stuk zijn. Ik niet! Tja en dan ga ik me vervelen hè, jongen. Liep ik daar een beetje rond te lopen, te ouwehoeren en te klooien. Drie seconden voor aanvang stond ik er weer. En met net zoveel gemak liep ik weer mijn rondje, jonge!’

Ik dacht: als je zó veel tijd over hebt en je bent niet eens moe, dan ben je gewoon een luie sporter! Ja toch? Je kan ook gewoon een extra killerrondje doen. Jezelf tot het uiterste dwingen in plaats van lopen klieren. Wat die kerel met zijn mond zo goed kon, moest die eens met zijn lijf doen! Aangezien ik wel drie keer in die vent paste qua postuur, heb ik deze woorden wijselijk voor me gehouden en alleen maar gedacht. De donkere man leek ook niet echt onder de indruk.

‘Wat goed jongen,’ zei hij op een ongeïnteresseerde toon en begon te lachen om een mop die op zijn telefoon plopte.

‘Vijftien keer lang had ik vijftien seconden over,’ hij lachte triomfantelijk. ‘Dat kunnen er niet veel!’

Nee, zeker niet, dacht ik. Veel weten ook niet wat een timble bells, tumble bells of jingle bells is. Narcisme op sportschoolniveau en hoe het met de meeste hoogmoedige mensen gaat: het publiek luistert slecht. De vrouwen naast de beide kerels hadden sowieso geen gespierd woord opgevangen en hadden genoeg gezien van het restaurant. De rekening werd gevraagd.

‘Doe alles maar bij elkaar optellen,’ zei de donkere man grootmoedig. Kijk aan. Hij kon scoren op galant zijn en prompt was hij zijn mobieltje vergeten.

De ober bracht de rekening, de donkere man bestudeerde deze. Zijn ogen kregen de grootte van een killerrun.

‘Alles maar netjes door vier delen jongens.’ En hij verschool zich snel weer achter zijn mobieltje. Tot zover het onderdeel: Killergalant zijn.

De dames trokken hun portemonnee en trokken zonder veel na te denken hun deel van het geld eruit. De donkere man op krukken, aarzelde iets langer, maar had algauw zijn deel op tafel. De blanke man bleek meer praatjes dan geld te hebben. Hij bestudeerde vier keer de inhoud van zijn knip.

‘Mag je hier ook pinnen? Ik had niet gedacht dat het zo duur was.’

We praten over veertig euro per persoon.

De blonde dame naast hem kon wist nog net een ik-wist-het-wel-grijns te onderdrukken en vroeg wat hij te kort kwam. Dan leende zij dit wel aan hem. Uiteraard voelde hij zich daar te groot voor. Iemand die vijftien keer met de ogen dicht de flight of the killerbee kan, kan ook zichzelf bedruipen! Nog een keer bestudeerde hij zijn schaarse portemonnee. Zijn gezicht vertrok langzaam van hoogmoed naar toegeeflijkheid. In enkele seconden tijd zag je letterlijk hoe hij zichzelf inwendig goedpraatte dat geld lenen van een hoogblonde vrouw eigenlijk best wel stoer was. Meneer de praatjesmaker gaf toe en nam het geld aan.

Even later liepen ze met hun vieren naar buiten. Een voor een kwamen ze langs het raam gewandeld. Eerst de dames. Vrolijk kletsend. Toen de donkere man op krukken. Nog steeds druk met zijn mobiel! Hoe hij dat voor elkaar kreeg, chatten en lopen op krukken? Dat leek me knapper dan een killerrun. Als laatste kwam de blanke man. Handen nonchalant in zijn zak, stoer breeduit lopend en, ja hoor, druk bezig met zijn spierballen taal. De andere drie luisterden niet eens meer.

Ik staarde mijn naar mijn vriendin die aan de andere kant van het volgeladen tafeltje met heerlijk voedsel zat. Zij glimlachte om het hele gebeuren. Ik glimlachte terug om het feit dat ik niet veel hoefde te doen om aandacht te krijgen. Ik pakte haar hand en zei:

‘Hebben we genoeg geld of gaan we voor de killerrun?’

Spierballen

Bron afbeelding: Basic Fit.