Ik ben bevoorrecht

Ach, kom toch binnen, mijnheer. Even maar. Wat zegt u?
Oh, u bent aan het werk. Ik ook. Hier, ik neem uw tas wel even aan. Wat?
Nee hoor, ik kijk er niet in. Ik zet hem hier wel neer. Kopje koffie, mijnheer?
Eentje dan? Goed zo.
Ja, ziet u, ik doe al mijn werk hier. Of eigenlijk daar aan tafel. Ja hoor, schuift u de paperassen maar iets weg, hoor. Kan er ook nog een schoteltje met een plakje cake bij.
U moet aan uw gewicht denken?
Maar u fietst toch de hele dag?
Oh, haha, dat gaat niet zo hard? Nou ja, u bent in ieder geval meer aan het bewegen dan ik. Ik loop vooral van het aanrecht naar de tafel! Een giller, is het niet?
Waarom ik dan hier zit? Wel, omdat het mijn recht is. Ik mag dit, dus doe ik het.
Waarom?
Oh, het heeft zoveel voordelen. Neem alleen al die vrijheid die ik krijg. Niemand kijkt mij op de vingers. Vooral de baas niet. Ik heb ook een pakketje besteld, brengt u dat vanavond?
Misschien?
Heeft u dan zin om met mij voetbal te kijken? Mijn vrouw moet overwerken dus we kunnen mooi de Champions league er op zetten. Wat?
Heel raar dat ik dit zeg? Maar u bent toch ook flexibel? Wij mogen dit, het is ons recht! Dat wordt zo besloten in Den Haag.
Ja, ik weet dat ik ook gewoon op het werk kan zitten tussen de rest, maar ja, dan ga ik wel af. Ik met mijn grote mond hoe fijn het wel niet is. Zit ik hier met een Mac waar ik geen reet van begrijp.
Ja, ik kan wel bellen om hulp, maar ja, hier had ik ook al een behoorlijke mening over. Vond mijn vrouw ook. Zij is verdacht veel weg sinds ik thuiswerk. Dat terwijl ik louter met werk bezig ben. Dat leg ik haar ook continu uit. Iedere keer weer.
Wacht. Niet weg gaan! U hebt de koffie nog niet eens.
De post kan niet wachten? U hebt als postbode ook rechten. Blijft u nu toch even.
Natuurlijk kan dit wel. Heel eventjes maar. Anders is het ook maar zo alleen en stil.
U kunt echt niet? Jammer. Nou, maar hopen dat mijn vrouw een keer vroeger dan tien uur thuiskomt dan. Dag mijnheer.

Verveeld

Bron afbeelding: http://www.dustincox.us/files/2013/03/Frustration-Cartoon.png

De dakloze

Hij stond er eenzaam bij, toch had hij een glimlach van geluk op zijn gelaat.
Wij, mijn vriendin, een vriendin en ik, kwamen terug van een heuse halve marathon. Vol trots en adrenaline wandelden we van het Van Heekplein in Enschede. Waar we eerder op deze dag de zon nog hadden vervloekt tijdens het hardlopen, stonden we nu te genieten van haar stralen.
We liepen richting de parkeergarage. Tijd om daar vlug om te kleden en vervolgens een restaurantje op te zoeken in de stad. Door ons euforische gevoel waren we zo dom geweest om het parkeerkaartje achter te laten bij een vriend van ons. Deze was verderop in de stad al op ons aan het wachten. Geen kaartje, geen toegang in de garage. Stom!
De behulpzame stem van de dakloze klonk plots op toen wij een beetje radeloos bij de ingang stonden.
‘U kunt ook gewoon even bellen met de bewaking hoor.’ Een allervriendelijkste glimlach verscheen door een wat onverzorgde baard. ‘Ze doen vast wel open voor u.’
De man viel me nu pas op. Al die tijd had hij zich verscholen gehouden in de zeer beperkte schaduw van de nis die rondom de ingang prijkte. Zijn kleding voldeed aan het stereotype zwerver. Een grijze stoffen broek provisorisch vast geknoopt aan de bovenkant, een ietwat vaal geworden ruitjes bloes met daarover heen een versleten jack. Ondanks zijn ongeschoren gezicht zag de beste er man er toch verzorgd uit, hoe dubbel dit ook klinkt. Het kwam door zijn ogen denk ik. Deze straalden levendigheid en pret uit.
Mijn eerste vooroordeel werd meteen de kop ingedrukt. Eenmaal de man opgemerkt, ging mijn blik direct naar zijn handen toe. Ik verwachtte daar drank en/of shag aan te treffen. Niets van dit. Sterker nog, de zwerver maakte een zeer nuchtere indruk. Hij was zo behulpzaam om voor ons op de knop te drukken, toen hij merkte dat wij die niet konden vinden. Ik glimlachte naar hem en bedankte hem daarvoor. Het was geen probleem. De dakloze was uiterst beleefd. Ondanks zijn stereotype uiterlijk, was zijn hele doen en laten niet des zwervers. Diep van binnen rezen bij mij allerlei vragen op. Hoe lang was hij al zwerver? Hoe kwam hij in deze onfortuinlijke toestand terecht? Baan verloren? Gescheiden? Aandelen gezakt? Het moest haast wel een man van goede komaf geweest zijn, zo aan zijn praten te horen.
De beste man had zichtbaar plezier aan het feit dat het zo druk was in de stad. Hardlopers waren vriendelijke mensen zo vond hij en ik beaamde dat. Iedereen groette hem en hij groette iedereen terug. Het gaf hem kleur.
Elke hardloper kent het overwinningsgevoel als je de finish overkomt. Een stofje ergens in je hersens dat je het gevoel van onsterfelijkheid geeft. Het kan niet anders dat deze zwerver dit ook voelde op zijn manier. Even geen eenzaamheid. Ondanks dat hij de hele dag alleen in de nis stond. Ondanks dat er toch nog grote groepen mensen hem vreemd aankeken en met een grote boog om hem heen liepen. Voor één dag was de zwerver even wat minder alleen. Hij werd aangestoken door het overwinningsstofje en dat haalde hem, voor even, uit zijn sociale isolement. Zo sterk dat hij zelfs uit de schaduw durfde te komen om ons te helpen.
De portier had ons inmiddels toegang gegeven tot de parkeergarage en ons zeer korte samenkomen van twee werelden zou weldra verbroken worden. Voordat ik de garage in liep bedankte ik hem vriendelijk voor de hulp. De dakloze glimlachte zijn verrassend witte tanden bloot en vroeg haast timide of ik misschien nog wat kleingeld had. Bijna beschaamd liet ik hem mijn hardloopbroek zien waar ik in liep. Hier paste helaas geen kleingeld in. De zwerver wuifde beleefd mijn verontschuldiging weg. Het gaf niks en hij wenste mij een prettige dag. Ik wenste hem niets minder en verdween uit zijn kleine wereld.
Na deze ontmoeting had ik een dubbele glimlach. Naast de trots van het lopen van de halve marathon, voelde ik het geluk van de zwerver. Eenzaamheid voor even verjaagd door een overwinningsstofje. Geluk zit in kleine dingen. Koester het.

Zwerver

Bron afbeelding: http://imgbuddy.com/homeless-drawing.asp