Zorg(elijk) 2016

Ik ben een gebroken man. Nou ja, mijn pink is gebroken. Michiel zou Michiel niet zijn wanneer het niet het meest debiele ongeluk ooit was. Neem een dikke tak, een robuuste knipschaar met lange hengels en een niet al te handige tuinman. Overschat vervolgens de tak die je moet doorknippen, zet veel kracht en krak! Niet de tak maar mijn pink die tussen de hengels van de schaar brak.
Daar zat ik dan met een niet te gebruiken vinger. Mooi dik en pijnlijk. Dan kun je maar een ding doen. Een week eigenwijs zijn en dan naar de dokter. Zo ook ik.
Met een goed ingetapete pink zat ik netjes een minuut eerder dan de afspraak in de wachtkamer. Afijn, dik een half uur later was ik aan de beurt. Tape eraf en de vinger in de kundige handen van de arts. Tja, hij kon het ook niet zeggen, ik moest maar eens foto’s laten maken in het ziekenhuis een stad verderop.
Zo ging ik op pad met een licht pijnlijke pink zonder enige verband of wat dan ook. Wat zijn er dan toch veel rotondes wanneer je ze niet nodig hebt. Mijn pink was het hier mee eens, want die vond alles kloppend. Met pijn en nog meer pijn kwam ik uiteindelijk bij het ziekenhuis aan.
Aan de receptie van het ziekenhuis wilde ze graag mijn geboortedatum en naam weten. Nadat ze er niet intrapten dat ik van 1992 was, mocht ik doorlopen naar de balie van de röntgen. Wederom naam en geboortedatum. Goh, dacht ik, misschien moest de medische wereld eens Facebook nemen, dan hoeven ze dat niet steeds te vragen. “1984,” riep ik, maar helaas, grapje wederom mislukt.
Een kleine half uur later mocht ik op de foto. Als een volleerd handmodel poseerde mijn vinger van zijn zwoelste kanten. Gebroken was de conclusie, maar niet goed genoeg voor gips. Onderstaande conversatie volgde met de assistente. Bizar maar waar.
‘U moet er even mee terug naar de dokter, die gaat het intapen.’
‘Huh? Kan dat hier niet? Ik bedoel, dit is toch een ziekenhuis?’
‘Nee, helaas. Ik mag het niet doen en de chirurg zit in een andere stad.’
Verbazende stilte.
‘Maar hoe kon hij dan zien dat mijn…’
‘Ik heb hem even de foto’s toegestuurd en gebeld.’
‘Oh, ja, logisch.’
‘U moet tegen de dokter zeggen dat hij er buddy-tape om moet doen. Dan weet hij voldoende.’
Dat maakte me wel ongerust. Dat mijn arts kennelijk niet weet wat er om mijn vinger moet.
Licht geïrriteerd toog ik al kloppend en mopperend door rotonde-city terug naar mijn dokter.
Receptie gesloten.
Grrr.
Mijn pink klopte hard genoeg bij de receptie om de aandacht te trekken van een assistente.
‘Ja?’
‘Mijn pink is gebroken en ik moest van het ziekenhuis hem hier in laten tapen bij de dokter. Met buddy-tape,’ zei ik er dapper achteraan.
‘Oh, maar dat doen wij hier normaal gesproken niet.’
Vanuit het onderste van mijn lichaam begon het lava te borrelen.
‘Waar dan wel? De groenteboer? Bakker? Zeg het maar. Ziekenhuis ook al niet, maar dat zou ook wel héél raar zijn, natuurlijk.’
Mijn sarcasme kwam kennelijk nog niet helemaal over. De assistente, behulpzaam dat ze was, dacht even mee.
‘Fysiotherapeut misschien?’
Uitbarsting!
Al het lava spoot als een flinke scheldkanonnade over de receptiedesk. De pijn in mijn pink hielp ook niet echt om nog enigszins genuanceerd over te komen.
De haren van de assistente wapperde als waren ze van Hans Klok om haar oren van mijn getier. Ze kon niet anders doen dan toch gauw even de dokter vragen. Snel vluchtte ze weg en kwam ze even later wonder boven wonder terug. De dokter zat nu in een bespreking en zij mocht niet tapen, omdat het op een speciale wijze moest. Na een aantal excuses kon ik de volgende ochtend terugkomen.
Als ik geweten had dat een gebroken pink zo zorgintensief was dat het twee dagen in beslag neemt, had ik nooit die verrekte boom gesnoeid!
De volgende ochtend. Bij de arts. Ik zat op de eerste rij om de speciale manier van tapen te mogen aanschouwen met de beroemde buddy-tape. Iets wat een assistente niet mocht, maar na het bekijken van deze wondermethode ben ik er haast van overtuigd dat ik het de volgende keer door mijn buurmeisje laat doen.
Zorg anno 2016. Klaar bij de dokter? Kun je meteen een cursus stresstherapie aanvragen. Kan ik dadelijk de röntgenfoto’s ook nog betalen van mijn eigen risico. Kan ze niet eens op mijn open haard zetten!

kastje-naar-de-muur-kleur

Bron afbeelding:  dagboekvoorhetleven.wordpress.com

Haribo prikken

Iedereen is wel eens de klos. Zo ook mijn zoon. Bloedprikken. Voor een genen onderzoek moest er bloed geprikt worden en zoals een echte Tukker dan reageert: “Doar dooj niks an.”
Hoe prik je nu bloed bij iemand die niet meteen begrijpt wat er gebeuren staat? Ook al heb je het enkele dagen van te voren meermaals aangekondigd. Dat is bijna niet te doen. Gelukkig heeft hij wel een goede associatie met de kinderarts. Zijn praktijkruimte is bezaaid met speelgoed en de beste arts is ook nog eens super vriendelijk. Maar ja, probeer tussen al deze vrolijke zaken door maar eens met een blij gezicht een scherpe naald in iemands autistische arm te prikken.
Onze arts had een briljant plan. Haribo’s. Welke kind is er nu niet gek op? Onze zoon was daar geen uitzondering op.
‘Meneer Michiel, als u hem de hoofd naar links houdt, de moeder daar vervolgens met wat haribo’s hem afleidt, dan zal de verpleegster zijn arm recht houden en dan kan ik er in prikken.’
Zijn uitleg klonk eenvoudig en ingewikkeld te gelijk. Mijn zoon kan behoorlijk sterk zijn als hij iets moet doen, waarvan hij in de stress raakt. Dus dit zou een uitdaging worden.
Afijn, de afleiding werkte. Junior had alleen maar oog voor de kleine zoet beertjes. Mooi! De arts zette de naald in zijn arm en begon te tappen. Mijn zoon zijn lichaam verkrampte iets. Wat was dit? Zag je hem denken. Zijn moeder bungelde snel twee haribootjes voor zijn neus en ik hield zijn hoofd zo goed mogelijk naar links. Zijn arm protesteerde en de verpleegster moest letterlijk als een volleerde turnster aan de rekstok zijn arm in bedwang houden.
‘Voeren! Voeren!’
‘Hier kerel, vier snoepjes.’ riep zijn moeder, die met de grootste bibbervingers de haribootjes voor junior zijn gezicht hield.
Onze zoon haperde even toen het eerste buisje op de naald ging.
‘VOEREN!’
Drie zalen verder was de dokter nog te horen. Alsof haar leven er van af hing, drukte zijn moeder de snoep in junior zijn mond. Ze gooide het er nog net niet van een meter afstand er in.
Afgeleid, gelukkig. Zijn arm ontspande, onze biceps ontspanden en junior smakte vrolijk een mond vol haribo’s weg.
De verpleegster, opgefleurd met rode blosjes van de inspanning, plakte een leuke pleister op zijn arm. De kinderarts prees hem letterlijk de hemel in, met ons er bij. Ik prees hem mogelijk nog hoger dan dit.
Haribo maakt kinderen blij, met de kinderarts en mij er bij!

Haribo spuiten