Festival midlifecrisis

Een klein gezellig festival voor het eerst georganiseerd in het oosten van het land, dat trekt uiteraard veel soorten publiek. Allereerst natuurlijk het festivalpubliek, mensen die met regelmaat diverse festivals aflopen. Dan heb je de muziekliefhebbers en fans, mensen die puur voor de muziek komen. In een nieuw ontgonnen gebied op dit vlak trekt het natuurlijk ook nieuwe bezoekers aan uit de streek. Nieuwsgierige mensen die wel eens een muziekfeest willen meemaken. Zijn we er dan met het publiek typeren en in een hokje zetten? Helaas niet. Het laatste type bezoeker is er eentje waar ik me toch wel een beetje aan erger: de nieuweling die denkt dat hij of zij op een of andere braderie of pleinfeest is.
Op zich heb ik geen problemen met deze mensen an sich. Helemaal niet. Gezellige mensen die komen voor een biertje en het zonnetje. Lekker op het terras of zittend in het gras. Veelal vriendengroepjes van buurmannen uit de straat of vriendinnen groepen van veertig plussers die eens alleen met de vrouwen op stap willen. Soms nemen ze zelfs de kinderen mee. Kleine kinderen. Hoe onbegrijpelijk ik dit ook vind, het geeft natuurlijk wel een extra dimensie aan het campinggevoel. Het mag duidelijk zijn. De muziek staat niet op de eerste plaats, maar dat is de gezelligheid en voor de veertig plussers misschien ook wel de nostalgie van het “vroeger deden we dit ook altijd.” Leuk, ik kan er van genieten om te zien hoe deze mensen helemaal opleven, gein hebben en lekker mee dobberen op het ritme van het feest.
Toch is er ook een keerzijde. Een deel slaat door. Dit merk je zodra hun kroost zich begint te schamen voor hun vader of moeder en de drank begint te werken. Opeens voelen ze zich weer zestien en menen dan ook allerlei zaken te moeten doen van die leeftijd. Bleef het daar maar bij. Ik zie de humor nog wel in van dansende moeders in net iets te strakke lange jurken met foute ondergoed dat er dwars doorheen drukt, met de schouderband diagonaal tussen de borsten hun handtasje dragend. Vaders die net niet hun horecaspoiler kunnen bedekken in hun net iets te kleine hippe T-shirt. Die meedansen op John Coffey en vervolgens met een tand door de lip weer afdruipen. Ik heb er respect voor. Niets van aantrekken van wat de meute denkt, gewoon jezelf laten zien op je aller raarst. De alcohol helpt wel een handje.
Waar erger je dan aan? Ik ben zelf ook een gerespecteerde oude jongeling en ooit zal ik ook de grenzen van schaamte bij mijn kroost overschrijden. Maar mocht ik ooit als een volslagen Popie Jopie met een plastic bekertje bier tussen mijn tanden geklemd, midden tijdens een optreden, vlakbij het podium drukker bezig zijn met facebook en selfies op mijn mobieltje, dwars door de muziek schreeuwend pratend met mijn evenzo wannabee tiener vrienden. Mocht je me ooit zo zien? Flikker me dan alstublieft het podium af en vang me niet op.
Hadden ze dit ook maar gedaan bij een groep vrouwen op het nieuwe festival. Daar stonden ze vlak voor het podium. Al lallend en opzichtig dansend, wat in hun ogen grappig of sexy er uit moest zien met de rug naar de artiest toegekeerd. Druk kletsend hoeveel reacties ze wel niet hadden op facebook en druk foto’s van elkaar makend van hoe dicht ze wel niet bij de artiest stonden, van wie ze geen idee hadden wie het was. Wat gaf het? Dat kon je toch niet horen op facebook. Een vent van dito midlifecrisis werd versierd zodat er een groepsfoto gemaakt kon worden. Dat daarbij drie meter voor het podium mensen aan de kant werd geduwd die wél voor de muziek kwamen, interesseerde niet. Zij hadden het gezellig en als een ander dat niet begreep, pech gehad. Ondertussen zwaaide er ook nog een te strakke jurk naar een handlangster vijftig meter verder aan de bar. De wijn was op. Dit werd tig keer herhaald omdat het mutjes bij de biertent de signalen niet begreep. Het overige publiek wilde al beginnen te schreeuwen: Ze moet wijn! We worden asocialer dan we denken…
Lieve dames en heren van de midlifecrisis. Laat het los! Jullie mogen best gek doen. Sterker nog, ik raad het aan! Doe een “hipster” pak aan of een haarband in je haar. Zie er op je mooist en jongst uit. Vier het leven. Leef! Geniet! Denk dat je achttien, zestien of geestelijk nog jonger bent, wat kan mij het schelen. Ik doe het zelf ook. Ik ben ook nog achttien. Twaalf volgens mij vriendin. Onthoudt alleen een ding. Niet iedereen hoeft dit te zien op een festival. Er zijn mensen die komen voor de muziek, de artiesten op het podium en niet voor de aandachttrekkerij vlak er voor. Ga lekker bij de bar staan en doe je malle dingen en laat die saaie muziekliefhebbers en festivalgangers genieten van muziek. Stuur mij de facebooklink en ik bekijk die oh-wat-zijn-we-nog-hip-gekkigheid daar wel

Nirvana

Mannen weten waarom

Opeens is het er. De alfamannen hype. Baarden groeien om je heen. Van hippe vintage look met bijbehorende blouse en bretel tot gure, schurende kin aanhangsels met bijbehorende spierballen. De armen vol tattoos is ineens niet alleen maar voor overbetaalde voetballers, maar ook voor de gewone man. Nou ja gewoon.
In het kielzog van al dit harige gehype heeft de commercie heel slinks de barbecue in meetrokken. Opeens is het niet meer een speklapje grillen. Neen. Het is een mannenkunst. Of zoals de commerciële zenders het liefst uitschreeuwen:
“Meer voor mannen.”
Daar sta je dan met je leren schortje. Rechts een halve koe bungelend in je handen, links een uit de kluiten grijptang. Zwetend in je baard. Druppels parelen over je armen en verbrande vingers, sissend eindigend op je Weber barbecue. Het lijkt meer op modellenwerk dan op grillen. Het mag. Mannen weten waarom.
Ik weet helemaal niet waarom!
Waar barbecue je het meest? Ja, thuis. Bij je vriendin of vrouw. Eventueel met kinderen. De man weet niet waarom, je vrouw weet dat. Terwijl jouw baard langzaam gegaard wordt tussen de onderdelen van je Weber en je kind je kuit kapot prikt met een satéstok, sta jij daar je bierflesje leeg te zuipen.
Omdat jij weet waarom, ga je vol goede moed je sparerib lakken zoals ze dat op TV deden. Net als je de steaks wilt inspuiten met een zelf gebrouwen kruidennatje, zie je de jongste met de grote injectienaald achter zijn zusje aan rennen. Man als je bent wil je ingrijpen en zwaait met je tattoo arm naar het kleine ettertje. Daar gaan de aardappelsalade en de fles rosé. Ach, wat geeft het, een echte vent eet en drinkt dat niet. De jongste heeft ondertussen zijn zusje getackeld en de inhoud van de spuit vol in haar mond gespoten.
De hele droom van barbecueën bij een vulkaan, met een flesje bier en een gelakt, half varken, spat als een zeepbel ineen. Terwijl je ‘s avonds je geïrriteerde huid door je zweetbaard heen met een zalfje insmeert, denk je: waarom?
Mannen weten waarom. Het grote licht die dit bedacht heeft, was waarschijnlijk een vrouw. Nummer één beïnvloeder om ons mannen overijverig en competitief te laten worden.
Mannen weten niet waarom, de commercie wel. Kerels, doe gewoon weer je eigen ding. Haal chinees, kijk voetbal, lig lui met je afzakkende broek op de bank op zondag. Dat is veel meer voor mannen.

WroeaarghVleesch

Bron afbeelding: GeenStijl.nl

Bier und Bergen

De Willinger Hochheideturm. Ik laat het even op je inwerken. Precies het is Duits. Maar wat het nu precies is. Ik had er ook nog nooit van gehoord. Maar het is een toren.

Ja! Hoor ik je al zeggen, zo goed Duits konden wij ook wel.

Klopt. Maar het is een bijzondere toren. Niet zozeer het gebouw an sich, maar meer de rest.

De Hochheideturm is een toren boven op een berg bij Willingen, een ski-dorpje gelegen in het prachtige Hochsauerland nabij Winterberg. Het hoge spichtige gebouw biedt een mooi uitzicht over de bergen en onderaan is een prachtig meertje.

Tevens kun je sportief doen door deze toren van de buitenaf beklimmen via allerlei gekleurde grepen tot aan de top aan toe.

Goed, tot zover ontdek je plekje. Het is niet de bedoeling dat de lezer in slaap valt, nietwaar?

We kwamen vroeg in de morgen aan en konden de toren in de verte zien opdoemen. Het was een drukte van belang onderaan de voet van de berg. Groepen mensen, vooral mannen, wachtend voor de gondellift of koffiedrinkend bij het restaurant ernaast. Hier en daar werd er al een biertje genuttigd. Je moet het maar lekker vinden op de vroege ochtend.

We dronken even een kop koffie om vervolgens richting de gondellift te togen. Op naar de Turm.

Boven aangekomen zagen we de toren in al haar pracht. Nou ja, om heel eerlijk te zijn, het was een doodgewone toren. De locatie maakte het schitterend. De ruwe rotsen, de naaldbomen en het glooiende landschap. Prachtig! Alleen iets hoorde er niet bij. Paste niet. Op een afstandje hoorde wij hoempapa-achtige muziekklanken en heel veel pratende mensen. Wat op de afstand die wij stonden, nog het meeste klonk als een gezapige regenbui. We keken elkaar een keer aan en haalden onze schouders op. Niet interessant. Dat hoge gebouw, daar moesten we zijn. Een wenteltrap met tweeëntwintig raampjes. Op elk niveau één. Even moed in ademen en……..omhoog! Even aan de zuurstoffles en dan genieten bovenin. Dat gingen we doen.

De toren was top. Niks mis mee. Stond mooi degelijk aan de grond vast. Bovenin deinde hij amper mee in de wind. Top! Deutsche grundlichheit. Dat zag en voelde je meteen. Het uitzicht was ook fabelhaft. Alles klopte. Zoals het in het boekje stond, precies zo stond het ook voor mijn neus. De bergen, de bomen. Alles. Als je iets aan Duitsers kunt overlaten dan is het wel dat alles klopt. Zelfs als er een deurbel zit, dan klopt het nog.

Terug naar beneden. Net zoals omhoog; met de trap. Zonder zuurstoffles ditmaal. Richting de uitgang, naar buiten en de frisse dennenlucht inademen. Ik hoestte het uit. Of de dennenbomen waren hier verslaafd aan zware shag of er was iets anders loos. Bier -en nicotinelucht was wat ik inhaleerde. Iets klopte er niet. Vreemd. Vooral in Duitsland. Stond niet in het boekje.

We hadden een mooie bergwandeling in de planning en een route uitgestippeld naar beneden. Nabij de gondellift zwol het geluid van pratende mensen aan. Haast onwerkelijk.

Wat is dit toch?

De nicotine lucht werd ook erger. Linten van blauwig rook kringelden boven de bomen en wat chaletjes uit. We liepen verder en daar was het. Een heel groot niet kloppend geheel.

Ik keek in mijn boekje. Keek weer op. Nog een keer in mijn boekje. En weer terug op met mijn mond open ditmaal. Voor ons… Hoe leg ik dit nu uit zonder dat je de geloofwaardigheid van het verhaal verliest. Want is het echt waar. Voor ons, tussen wat chaletjes, stonden een paar honderd mensen. Gewoon op het zand, hei, rots, natuur. Massaal bier te drinken. De chaletjes bleken soort van kroegen. Ergens stond er nog een bratwursten-kar en dat was het.

Ik staarde even naar mijn mede-wandelaars. Even checken of ik niet per ongeluk toch zuurstof tekort had gehad in de toren en dat ik nu ijlde. Nee, de rest stond met net zo’n open mond als ikzelf. Het was het meest onwerkelijke beeld dat ik ooit had gezien.

Omdat het ondertussen miezerde hadden we een blauwe poncho aangetrokken. Dit versterkte alleen nog maar meer het surrealistische beeld.

Daar stonden we dan. De blue men group. In de regen beland ten midden van een Oktoberfest bovenop een berg. Althans daar leek het nog het meest op. Het grappige was  dat de groep feestende Duitsers ons net zo aangaapten als wij hen!

Gaan die wandelen? Zo? Als blauwe smurfen?

Je kon het ze horen denken.

Ik keek nog eens goed om me heen. Bergen, natuur, blauwe lucht. Alles klopte. Wij, de blauwe colonne. Wij waren niet gek! Nee, zij! De bierdrinkers in de bergen. Zij waren het! Maar waarom staarden zij ons aan alsof wij de koekoek waren die ontsnapt was uit de klok?

Waarschijnlijk stonden zij hier elk weekend. Was dit hún soort van vrijetijdsbesteding. Waar wij voetballen of volleyballen op een zaterdag, staan zij op een… berg. Misschien hadden zij het inderdaad wel bij het rechte eind en klopte het wél. Ook al stond het niet in het boekje. Zij deden iets wat de berg gewend was. Namelijk dennentakken geel roken en bomen omver pissen. Wij, daarentegen, deden iets wat de berg hooguit in de winter kende. Afdalen in nuchtere toestand.

Dat is raar. Dat doe je niet.

En op die wijze staarden de Duitsers ons ook aan.

Haast verontschuldigend dat wij hun Bier und Bergen-fest een beetje verstoord hadden met onze blauwe poncho’s, liepen we verder. Snel terug naar beneden. Terug naar waar Kaffee und Kuchen nog normaal waren in de ochtend.

WP_20140920_024