Bevrijding

Mijn vriendin en ik waren op een bevrijdingsfestival. Een goede benaming. Er werd heel wat afgevreeën.
Divers pluimage aan mensen gingen door ons blikveld. Klein, groot, donker, licht, high, nuchter. De kledingmode viel ons vooral op. Jaren 80 broeken wordt de nieuwe mode. Waar een gemiddelde grote kont veranderde in een mega kont. Tevens een modegril: strakke jurken. Waarin een ontzettend dikke kont een ontzettend dikke kont bleef. De jeugd houdt er van. Uiteraard hebben we onze gedachten wijselijk niet hardop gezegd, maar we vonden wel dat we het recht van vrijheid hadden om deze gedachten te hebben. Het was niet voor niets Bevrijdingsdag.
De weken voor de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag zorgde de media ervoor dat ik deze niet zou vergeten. We vieren de vrijheid en dat is bijzonder. Vind ik ook. Als je nagaat hoe de afgelopen maanden ons vrij landje te maken heeft gehad met zeer nabije aanslagen. Hoe door vluchtelingen de pijnscheuten van de oorlog zijn binnengekomen. Hoe fortuinlijk zijn we dan eigenlijk? Hoeveel mazzel heb je als je nog kunt klagen het weer? Over wel of geen vluchtelingen. Of nog sterker: als je als immigrant kunt rellen wanneer je theehuis gesloten wordt? Dat vervolgens voor de zoveelste keer wordt geprobeerd met pamperen de boel te sussen. Dan weet je dat je in een vrij land bent. Een vrij naïef land weliswaar, maar wel vrij om als een volslagen debiel domme dingen te doen of overal een mening over te hebben.
Dat is het mooie van ons landje. Allemaal een eigen mening of gedachte. We weten het vaak ook nog beter. Nou ja, de meesten weten het beter tot dat het mis gaat. Dan komt men met de typisch Nederlandse opmerking:
‘Ik zei toch dat het niet goed was!’
Volgens mijn vriendin is dat een kwaal vooral bij mannen. Zeer zeker eentje bij mij. Zegt zij. Dan is het waar. Want als het niet zo is, dan kan ik tenminste zeggen:
‘Ik zei toch…’
Maar goed, we zitten zo op het festival inwendig mensen uit te lachen of ik zit juist mijn nek op te verrekken op een minirok. Tot ik  bedacht dat het ergens raar is.
Het is raar dat we zo eensgezind zijn op die ene dag. Dat we ineens beseffen dat we onze vrijheid moeten koesteren. De dag ervoor denken we zelfs massaal aan hen die voor ons gesneuveld zijn. Hoe mannen en vrouwen hun nek uitgestoken hebben om mensen te laten onderduiken, te muiten of zelfs aanslagen pleegden. Soms niet eens uit een goed hart, maar meer uit eigenbelang. Toch deden ze het. Ergens kwam het besef dat wat de vijand deed niet kon. Het was een stap te ver.
Slechts een gedachte uit één oorlog. Eentje die ons direct trof. Ons land bracht naar een staat die vergelijkbaar is met huidige getroffen landen.
Opeens voelde ik me schuldig. Ik zag een groepje meiden 100 en 1 selfies maken want dan konden de anderen zien dat ze het leuk hebben. Rechts van mij stonden drie mensen een soort Grieks dansje te doen terwijl een vierde filmde. Zodra deze klaar was met filmen stopten de andere drie direct en gingen verder met wezenloos voor zich uit staren.
Digitaal schijngeluk vind ik het. Zelf ben ik geen haar beter. Als ik mijn mobiel bij me had gehad, had ik ook een leuke foto op het grote sociale media gezet. Nu moest ik het doen met mensen ‘liken’ en ‘disliken’ zonder een mobiel. Waarom voelde ik me dan schuldig?
Dat komt door de dag die er na komt. Iedereen doet weer boodschappen, is vooral met zichzelf bezig en heeft altijd gelijk. Een vluchteling wordt met argusogen aangestaard en in een stad ergens in Nederland lijkt wederom een groep jongeren niet te beseffen hoeveel geluk zij hebben dat ze überhaupt de kans hebben om rond te hangen.
5 mei lijkt dan ineens lichtjaren ver weg. Wat kan vrijheid dan snel vanzelfsprekend worden. Misschien maar goed ook. Toch zou het fijn zijn dat mensen het wat vaker beseften dan een dag in het jaar.
Een stel rent het veld voor ons op. Te laat, want de band is net vertrokken. Zij kijkt hem geërgerd aan.
‘Ik zei toch dat we eerder hadden moeten komen!’
De herkenning tovert een glimlach om mijn gezicht. Ik stootte mijn vriendin een keer aan en zei:
‘Kijk, dat is nu vrijheid.’

Zwolle

Bron afbeelding: RtvOost

Soep

Van links verscheen ze opeens in ons blikveld. Ze droeg een lange beige blouse en ze zou ons zeker niet zijn opgevallen als het niet leek alsof ze geen broek aan had. Ik gokte dat er onder haar blouse iets van een zeer korte broek verscholen zou zitten. De harde wind die er die dag heerste maakte het een uitdaging om haar blouse laag te houden. Kennelijk had ze spijt van haar keuze die ze deze ochtend gemaakt had. Ze voelde zich bekeken en dat werd ze ook. Haar zonnebril mocht dan haar onzekere blik verhullen, het zenuwachtige gevecht van haar handen met de blouse verraadde alles.
Ik grapte nog naar mijn vriendin dat de vrouw opeens wist wat ze vanmorgen vergeten was aan te trekken. We lachten er om terwijl de vrouw al worstelend uit ons zichtveld verdween. Wat zou ze vanochtend gedacht hebben? Mijn benen mogen gezien worden dus ik trek een hotpants aan? Hot kreeg ze het in elk geval wel vandaag met zoveel bekijks. Soms maken we wel eens keuzes waarvan we later denken: niet handig. Zo ook een stel voor ons op het terras.
Ze waren van middelbare leeftijd. Zij genietend van een koffie en de zon, hij bezorgd onder de tafel kijkend. Je voelde aan de onzichtbare prikkels in richting van zijn vrouw dat hij verder wilde. Een duif vloog over en landde vlak voor het terras. Plots begreep ik de zorgen van de man zijn. Een langharig hondje, het type jachthond in grijszwarte kleuren, schoot onder hun tafeltje vandaan en begon luidkeels te blaffen. Iedereen op het terras keek even op en zoals het een goede Tukker betaamd, ging men weer verder met hun eigen ding. De man probeerde ondertussen de hond stil te krijgen. Dit lukte voor geen meter. Hoe meer hij tegen de hond aanpraatte, des te luider de blaf werd. Beseffend dat hij bij een publieke gelegenheid zat, hield de man het netjes. Ik weet zeker dat hij inwendig de hond het liefst een schop onder zijn achterste gegeven had met flink wat scheldwoorden erbij. In plaats daarvan kreeg hij bijna ruzie met zijn vrouw, die overduidelijk minder haast had om weg te komen. Zijn agressieve blik won het van haar nonchalance. Ze rekenden snel af en vertrokken.
Waarschijnlijk was mijn hond met terrastafel en al op het terras er tegenover beland, bedacht ik. Een glimlach verscheen op mijn gezicht. We waren deze Bevrijdingsdag naar Almelo getrokken omdat er vandaag een tal van talentvolle bands zouden optreden in de stad. Vreemd alleen dat we nog geen enkel teken van activiteit hadden gezien. Van het terras hoorden we ook geen klanken van een soundcheck of iets dergelijks. Toch had het duidelijk in de digitale krant gestaan. Het weerbericht voorspelde storm, dus het was goed mogelijk dat de activiteiten de kroegen in waren verplaatst. Nou ja, tot nu toe waaide het alleen maar stevig dus eerst maar eens genieten van mensen kijken op het terras.
Onze soep werd geserveerd. Een goede keuze. De wind trok aan. Gelukkig was het terras goed beschermd en zodoende hadden we er weinig last van. Wel hoorde ik al om me heen dat er vlakbij een storm voorbij trok.
Een gezin trok voorbij. Een moeder met haar twee roodharige dochters van tienerleeftijd zwaar bepakt en bezakt met tassen van een kledingwinkel. Druk kletsend over hun aanwinsten. Moeders twijfelde kennelijk nog want ze wilde eventueel nog een van de zoveel-honderd shirtjes ruilen. Twee meter er achter sjokkend, liep vader. Vanmorgen leek het nog zo’n leuk idee. Op pad met vrouwlief en kroost. Nu had hij spijt als een blinde die een brandnetelveld in stapt. De volgende keer zou hij wel een andere keuze maken. Een schuur schilderen leek dan toch niet zo’n straf.
Zijn ogen stonden vermoeid. Lamgeslagen door alle modewinkels die hij in moest. Zijn hersens in shock over wat zijn dochters allemaal wel niet aan korte dingen wilde kopen voor het uitgaan. Je zag het angstzweet uitbreken toen zijn vrouw aanstalten maakte om terug te lopen. Wat kon hij doen in deze situatie? De ijsboer bracht zijn redding. Hij stelde zijn twee kwetterende dochters voor om eerst maar eens een ijsje te eten. Wat “toevallig” vlakbij hun auto was. Dit werkte. Ze waren meteen om en moeders kon niet anders dan meegaan. Een triomfantelijke glimlach brak door op zijn vermoeide gezicht. Ze vervolgden hun pad.
Mijn vriendin wilde ook een ijsje. We hadden de soep op en stonden op het punt om verder te gaan. Ik vond het best maar waarschuwde haar dat de lucht wel heel donker werd. Kon haar niets schelen. In Almelo zat een Van Olfen ijsboer en het was zonde als je daar geen ijsje had gegeten. Ik wilde nog wel aandringen, maar ik wist dat ik geen schijn van kans had.
We rekenden af en trokken richting de ijsboetiek. Inktzwarte wolken snelden met rasse schreden dichterbij. Dit deerde kennelijk niet veel mensen want er stond een enorme rij bij de ijsboer. Ik vroeg nog eenmaal of ze het zeker wist van het ijsje. Het antwoord was eenduidig ja. Toen brak de pleuris los.
Een gigantische regenbui, gepaard met onweer, stortte op ons neer. De rij smolt als sneeuw voor de zon voor het ijsboetiekje. Iedereen zocht een plek om te schuilen. Wij renden een kleine overdekte passage in. Dag ijsje. Wat konden mensen dan toch soms een niet handige keuze maken.
Omarmd stonden we vanuit de passage naar de neervallende regen te kijken. Mensen rennend, kletsnat zoekend naar een schuilplaats. We raakten voor een kort moment aan de praat met een mede-schuilend stel. Via hen kwamen we er achter dat de optredens van de talentvolle bands die er zouden zijn, al vijf jaar geleden waren geweest. Bleek dat het krantenartikel een oudje was, dat om een of andere vage reden via het digitale zoeken als eerste te zien was. Ik had er nooit aan gedacht de datum te controleren van dit artikel. Oeps.
Eigenlijk kon het ons ook niet veel meer deren. We keken om ons heen en genoten. Kinderen die speelden in plassen water. Hier en daar een fiets, tijdelijk achtergelaten liggend op het plein. Het had iets romantisch. Mijn vriendin kroop dichter tegen mij aan. Ze vertelde me niet eens verwijtend dat het jammer en stom was van de optredens. Ik kon niet anders dan op zijn Michiels te reageren. Haar laten blijken dat al met al de keuze om de stad in te gaan een goede was geweest. Slechts een zin had ik nodig om ons dat te laten beseffen.
‘Maar de soep was lekker.’

Soep

Bron Afbeelding: Het tafeltje recht voor Michiel zijn buik.