De mannen van de rotonde

En daar waren ze opeens. Enkele maanden achter elkaar. Waar ze vandaan kwamen wist niemand. Ze vielen op in hun oranje-geel fluorescerende pakken. De mannen van de rotonde.

Een paar keer in de week rijd ik in het spitsuur via Oldenzaal richting de snelweg. Bestemming: vriendin. Nu had je daar twee rotondes. Eentje zou er verdwijnen. Er was immers met twee van die verkeerspleinen een hele goede doorstroom van verkeer van –en naar de snelweg en naar het industrieterrein vlakbij. Dat kon niet, moet gemeente Oldenzaal gedacht hebben, dus we gooien er eentje plat en maken daar een kruispunt met stoplichten van.

“Ernstige verkeershinder!”

Dat stond er op de gele aankondigingsborden die vlak bij de rotondes waren geplant. Nu krijg ik veel associaties bij het woord: “Ernstig” maar nooit bij een aankondiging dat er een rotonde weg gehaald wordt. Ernstig ongeluk, ernstig gewond. Of zelfs: Ernstig onder de indruk. Ik vroeg nog aan mijn vriendin:

‘Lief?’

‘Ja?’

‘Waar denk jij aan bij het woord: ernst?’

‘Jansz!’

Het mag duidelijk zijn dat mijn vriendin een kind van de jaren tachtig is.

‘Nee!’ riep ik grinnikend terug.

‘Het wóórd: ernstig.’

‘Ja, dat begreep ik,’ zei ze. ‘Het is al ernstig genoeg dat je hapt.’

‘Ernstige verkeershinder. Wat roept dat bij jouw op?’

Ze dacht even na. ‘Gigantische files? Overstroomd wegdek? Omleiding van vele kilometers?’

‘Nee. Er gaat een rotonde weg in Oldenzaal.’

‘Oh. Nou dat is best ernstig dat ze het zo aankondigen.’

Enfin. Kennelijk moesten wij de ernst van deze verkeerssituatie eerst in de praktijk ondervinden om de ernst er van in te zien.

En toen was het zover. De grote verbouwing was begonnen. Rood-witte pionnen waren uitgezet, gele strepen waren getrokken en een deel van de weg was afgesloten. Daar kwam ik met mijn Renault, helemaal in Zen, klaar om de ernstige verkeershinder onder ogen te zien. Nog enkele honderden meters en dan zou het beginnen. Ik zag niks. Ja, ik zag wel dat we met ons allen wat kronkelend de route moesten volgen, maar ik zag geen hinder. Het was er niet. Ernstig.

Net op het moment dat ik me begon af te vragen of de gemeente wellicht deze verkeersader schromelijk overschat had, zag ik opeens waarom het verkeer zo goed liep: De mannen van de rotonde.

Twee cowboys van den lage landen die met hun lichtknots het verkeer bij de andere rotonde vijftig meter verderop aan het loodsen waren.

Lichtknots is waarschijnlijk niet het juiste woord, maar ik noem het maar even zo want ik heb geen idee hoe zoiets echt heet. “Lightsaber” zal ook wel niet goed zijn.

Eerst moest ik er nog wel om lachen. Twee kerels die een beetje op een rotonde verkeer stonden te leiden, maar op de tweede dag was het lachen al in respect veranderd. Ik kwam er achter dat deze kerels zowel in de ochtend als in de avondspits stonden te gidsen. Altijd vrolijk. Nooit zag je maar ook iets van chagrijnigheid of vermoeidheid.

Wij, automobilisten, weten stiekem wel dat we allemaal wel een beetje verkeershufter zijn. We veroordelen een ander op zijn rijgedrag, maar zelf zijn we eigenlijk geen haar beter. Dit geef ik ook met pijn en moeite toe. Denk je maar eens in: haast, irritaties, mensen die geen benul hebben van verkeersregels, nachtblind, totaal blind, jeugdige boomklevers, bumperklevers… en zo kan ik nog wel even doorgaan. Al dit bovenstaande. Al dit soort type automobilisten, hadden de mannen van de rotonde mee van doen! Elke ochtend en avond weer. Ernstig hè? Wat dat betreft had er op de gele borden beter kunnen staan:

“Ernstige verkeershinder voor de rotonde mannen.”

Ik nam me voor dat als ik de rotonde naderde, dat ik rustiger zou rijden en dat ik vriendelijk naar ze zou knikken. Dat deden ze immers ook altijd naar mij toe. Ik reed op de rotonde en kreeg van de cowboy een stop teken. Netjes stopte ik en lachte naar hem. Hij glimlachte terug en deed de duim omhoog als compliment dat ik stopte. Ik werd er vrolijk van. Een klein beetje van zijn energie sprong over op mij. Na een kleine minuut wachten, wees hij met zijn lichtknots naar mij en ik mocht weer verder. Ik knikte vriendelijk en hij knikte vriendelijk terug. Heel even, slechts een rotonde lang, waren we bekenden van elkaar geweest. Bijzonder!

Dit gebeurde elke dag dat ik er voorbij reed. Niet alleen ik had deze klik met deze mannen, maar het leek wel dat gaande weg of elke automobilist deze band met ze had. Chauffeurs begonnen te veranderen. Elke individu die daar reed hield zich op eens aan de regels en snelheid. De hufterigheid was als sneeuw voor de zon verdwenen. Dit maakte dat ik nog meer respect voor deze kerels kreeg. De positieve magie die zij hadden, werd uitgestrooid bij iedereen die over de rotonde moest. Wonderbaarlijk! Als schapen lieten wij ons sturen door deze twee rotonde-herders.

De weg is nu bijna klaar. Nog even en de mannen van de rotonde zijn dan weg. Geen vriendelijk knik of duim omhoog meer. Geen lichtknotsen. Terug naar het alledaagse. De klevers, de haastmakers, de druktemakers. De magie zal als sneeuw voor de zon verdwijnen vrees ik.

Ik had nooit verwacht dat ik bij het woord ernstig zoveel positiviteit zou krijgen. Mannen van de rotonde: Bedankt!

verkeershinder

Advertenties

22 gedachtes over “De mannen van de rotonde

  1. Toe maar, wat een schitterend stukje ! En bovendien ben ik Ernst in combinatie van Jansz gaan goo(ch)glen… kijk eens aan. Doe Maar ipv Toe Maar 🙂 Ik ben ook een kind van de jaren tachtig, maar ik kende enkel Henny , niet zijn Vrien(t)(d)en. Doe de groeten aan de vriendin !

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s