Zorg(elijk) 2016

Ik ben een gebroken man. Nou ja, mijn pink is gebroken. Michiel zou Michiel niet zijn wanneer het niet het meest debiele ongeluk ooit was. Neem een dikke tak, een robuuste knipschaar met lange hengels en een niet al te handige tuinman. Overschat vervolgens de tak die je moet doorknippen, zet veel kracht en krak! Niet de tak maar mijn pink die tussen de hengels van de schaar brak.
Daar zat ik dan met een niet te gebruiken vinger. Mooi dik en pijnlijk. Dan kun je maar een ding doen. Een week eigenwijs zijn en dan naar de dokter. Zo ook ik.
Met een goed ingetapete pink zat ik netjes een minuut eerder dan de afspraak in de wachtkamer. Afijn, dik een half uur later was ik aan de beurt. Tape eraf en de vinger in de kundige handen van de arts. Tja, hij kon het ook niet zeggen, ik moest maar eens foto’s laten maken in het ziekenhuis een stad verderop.
Zo ging ik op pad met een licht pijnlijke pink zonder enige verband of wat dan ook. Wat zijn er dan toch veel rotondes wanneer je ze niet nodig hebt. Mijn pink was het hier mee eens, want die vond alles kloppend. Met pijn en nog meer pijn kwam ik uiteindelijk bij het ziekenhuis aan.
Aan de receptie van het ziekenhuis wilde ze graag mijn geboortedatum en naam weten. Nadat ze er niet intrapten dat ik van 1992 was, mocht ik doorlopen naar de balie van de röntgen. Wederom naam en geboortedatum. Goh, dacht ik, misschien moest de medische wereld eens Facebook nemen, dan hoeven ze dat niet steeds te vragen. “1984,” riep ik, maar helaas, grapje wederom mislukt.
Een kleine half uur later mocht ik op de foto. Als een volleerd handmodel poseerde mijn vinger van zijn zwoelste kanten. Gebroken was de conclusie, maar niet goed genoeg voor gips. Onderstaande conversatie volgde met de assistente. Bizar maar waar.
‘U moet er even mee terug naar de dokter, die gaat het intapen.’
‘Huh? Kan dat hier niet? Ik bedoel, dit is toch een ziekenhuis?’
‘Nee, helaas. Ik mag het niet doen en de chirurg zit in een andere stad.’
Verbazende stilte.
‘Maar hoe kon hij dan zien dat mijn…’
‘Ik heb hem even de foto’s toegestuurd en gebeld.’
‘Oh, ja, logisch.’
‘U moet tegen de dokter zeggen dat hij er buddy-tape om moet doen. Dan weet hij voldoende.’
Dat maakte me wel ongerust. Dat mijn arts kennelijk niet weet wat er om mijn vinger moet.
Licht geïrriteerd toog ik al kloppend en mopperend door rotonde-city terug naar mijn dokter.
Receptie gesloten.
Grrr.
Mijn pink klopte hard genoeg bij de receptie om de aandacht te trekken van een assistente.
‘Ja?’
‘Mijn pink is gebroken en ik moest van het ziekenhuis hem hier in laten tapen bij de dokter. Met buddy-tape,’ zei ik er dapper achteraan.
‘Oh, maar dat doen wij hier normaal gesproken niet.’
Vanuit het onderste van mijn lichaam begon het lava te borrelen.
‘Waar dan wel? De groenteboer? Bakker? Zeg het maar. Ziekenhuis ook al niet, maar dat zou ook wel héél raar zijn, natuurlijk.’
Mijn sarcasme kwam kennelijk nog niet helemaal over. De assistente, behulpzaam dat ze was, dacht even mee.
‘Fysiotherapeut misschien?’
Uitbarsting!
Al het lava spoot als een flinke scheldkanonnade over de receptiedesk. De pijn in mijn pink hielp ook niet echt om nog enigszins genuanceerd over te komen.
De haren van de assistente wapperde als waren ze van Hans Klok om haar oren van mijn getier. Ze kon niet anders doen dan toch gauw even de dokter vragen. Snel vluchtte ze weg en kwam ze even later wonder boven wonder terug. De dokter zat nu in een bespreking en zij mocht niet tapen, omdat het op een speciale wijze moest. Na een aantal excuses kon ik de volgende ochtend terugkomen.
Als ik geweten had dat een gebroken pink zo zorgintensief was dat het twee dagen in beslag neemt, had ik nooit die verrekte boom gesnoeid!
De volgende ochtend. Bij de arts. Ik zat op de eerste rij om de speciale manier van tapen te mogen aanschouwen met de beroemde buddy-tape. Iets wat een assistente niet mocht, maar na het bekijken van deze wondermethode ben ik er haast van overtuigd dat ik het de volgende keer door mijn buurmeisje laat doen.
Zorg anno 2016. Klaar bij de dokter? Kun je meteen een cursus stresstherapie aanvragen. Kan ik dadelijk de röntgenfoto’s ook nog betalen van mijn eigen risico. Kan ze niet eens op mijn open haard zetten!

kastje-naar-de-muur-kleur

Bron afbeelding:  dagboekvoorhetleven.wordpress.com

Donor domoor?

Het donorschap was weer eens in het nieuws. Na de goedkeuring van de nieuwe donorwet in de Tweede Kamer hebben duizenden mensen hun toestemming voor orgaandonatie ingetrokken.
De wet houdt in dat wanneer je niets aangeeft, je automatisch donor bent. Dat stuitte veel mensen tegen de borst.
Grappig eigenlijk. We willen wel organen afstaan, maar zodra het ons opgelegd wordt door de wet, worden we anarchistisch.
‘Rot op met je regels! Dat bepaal ik zelf wel!’
Zou me niets verbazen dat bovenstaande kreet een veelgebruikte is in de gemiddelde Nederlandse huiskamer.
De orgaandonatie is sowieso druk bezig om in het nieuws te komen. Zo hoorde ik reclames voorbij komen waarbij bejaarden werden aangespoord om nog kort voor hun laatste adem nog even een donorcodicil in te vullen. Kleinkinderen moeten wel even helpen natuurlijk op de computer, maar tegen een kleine vergoeding willen ze dat vast wel. Zij de erfenis, de staat de organen. Win-win situatie.
Nog tenenkrommender vond ik de reclame waarin rokers, Mac-slaven, alcohol-lavers en andere ongezonde levenstijlers ook ‘gewoon’ hun organen konden inleveren. Of wat er dan nog van over was tenminste. Ik zag de vervolg reclame al voor me.
“De donorhamsterdagen zijn weer begonnen! Lever uw verschrompelde lever in voor een tweedehandsje! Van een oud vrouwtje geweest dus nog nooit gebruikt!
Jouw long mijn asfalt? Beken eens kleur en ruil je witte longen in voor mooie zwarte.”
Ik weet niet of er een verband is tussen de reclames en de nieuwe wet, maar het kwam voor mij erg radeloos over. Is het dan zo erg gesteld met het aantal donoren? Gaat de overheid zich er ook nog mee bemoeien en de Nederlander meldt zich helemaal en masse af. Zo werkt dat nu eenmaal bij ons volkje. Wij willen vooral niet wat de overheid wil. Dan ook maar geen donor. Al liggen er honderd kinderen te wachten op een nier. Had de overheid er zich maar niet mee moeten bemoeien.
Nu kun je je ook achter een overtuiging schuilhouden, dat mag in ons vrije land. Uit geloof bijvoorbeeld, dat je je hart niet afstaat want wie wil er nu harteloos aan de hemelpoort staan? Of je bent er van overtuigd dat je reïncarneert en dat jij straks dat kind bent uit de Sire reclame met orgaanfalen. Nee, donoren zijn maar domoren. Veel te veel risico’s. Dat zo’n 63% van de Nederlanders zich met orgaan en al vervolgens laat cremeren, denkt men niet bij na. Staan er 72 maagden klaar, zit jij letterlijk in zak en as.
Ben ik zelf donor? Ja, ik ben best wel een domoor dan. Geen ruggengraat naar de overheid toe. Maar ja, dan draag ik later wel een patiënt een warm hart toe.

donorschap

Bron afbeelding: Dokter.nl

Boekpresentatie ‘Piet Kreel is nog wel’ – The Read Shop Van roekel Almelo

Auteur Michiel Geurtse zal zaterdag 1 oktober zijn boek ‘Piet Kreel is nog wel’ presenteren in The Read Shop Van Roekel te Almelo.
Om 14:00 zal Michiel in de boekwinkel aanwezig zijn en onder begeleiding van de muziek uit het boek, vragen beantwoorden aan geïnteresseerden. Gewoon nieuwsgierig? Kom dan langs om een gezellig praatje houden over het boek of over Piet zelf.
Uiteraard is dit ook de kans om een gesigneerd exemplaar aan te schaffen.

boekpresentatie

Preutsend porno

Nederland verpreutst steeds meer. Iedereen heeft zijn normen en waarden. Waar de een met korte broek rondloopt, draagt een ander liever een lange. Niks mis mee. Wel wanneer het doorslaat.
Van de week zag ik een stel jochies van een jaar of tien terugkomen van de voetbal. Smerig voetbalkleding nog aan en duidelijk niet gedoucht. Bijzonder. Nu zijn we hier in Twente een nuchter volkje, maar dat we kennelijk ook al een schuchter volkje geworden waren, was wel een beetje nieuw voor me. Waarschijnlijk gingen deze kinderen thuis poetsen, veilig en alleen in de badkamer.
Wat is dat toch? Nog niet zo lang geleden stond men ‘gewoon’ bil aan bil bij een sportvereniging onder de douche. Even later moest opeens met een sportbroekje aan. Van een vriendin hoorde ik dat het bij de meiden niet veel anders is en men zich zo bedekt mogelijk omkleedt.
Hoe komt een land zo ineens zo preuts? Terwijl we zelf fanatiek boerkini’s proberen tegen te houden en vreemde culturen het liefst in zo weinig mogelijk zien, lijken onze kinderen wel richting schaamte toe te gaan. Of vergis ik me?
Onnoemelijk veel porno-sites zijn voor de jongeren met het grootste gemak te bereiken. Even googlen, paar keer klikken en binnen een paar seconden ben je klaar. Dat geldt voor een puberende jongen waarschijnlijk letterlijk. Een breed scala aan bloot in alle soorten, maten en standjes wordt ze aangeboden. Nul preutsheid, alleen maar heel veel openheid. Meer dan je soms lief is.
Meiden die in kortere broekjes over straat lopen dan mijn boxershort groot is, jongens die schuren een vorm van dansen vinden. Seks in kelderboxen net zo normaal is als even een halfje bruin halen bij de bakker. Chat-apps waar foto’s van schaars geklede vriendinnen en ‘erger’ rouleren, deepthroaten een nieuwe vorm van tongzoenen is. Afijn het schrikbeeld is aardig getekend. Waar eerst een jongere naar de psycholoog ging voor een overschot aan onzekerheid over jeugdpuistjes, gaat men nu omdat men naakt of al seksend rouleert op de snapchat.
Tja, dan is liever thuis douchen opeens zo gek nog niet. Weet je zeker dat je niet het eikeltje op whatsapp wordt.
Al die spookbeelden gingen even door mijn hoofd toen ik die jochies zag. Misschien verpreutsen we juist door het overschot aan seks en bloot. Misschien dat het wel even goed zo is. Dat deze generatie de boel weer recht trekt, hoewel dat in deze column ook weer aardig dubbel overkomt.
Ik wandelde verder de staat uit en zag een reclamebord tegen een lantaarnpaal: “Erotisch Twente” met de grootste vibrator ter wereld.
Ach ja, dacht ik, niet alles is preuts hier in het oosten. Die vibrator? Zal wel een mooie droge bedoeling worden hier in Twente.

wp_20160911_17_25_22_pro

Soms is een boekhandel net paprikachips

Daar reed ik dan met mijn autootje in het mooie Almelo. Voor even terug in mijn geboortestad en met een goede reden. Een interview over mijn allereerste  roman die is uitgegeven.
Het Almelo’s Weekblad had lucht gekregen van mijn eersteling en voordat ik het zelf besefte, hadden we een afspraak gemaakt in The Read Shop Van Roekel.
Wat er volgde was een zeer prettig, openhartig gesprek. Onvermijdelijk kwam het onderwerp debuterende en onbekende schrijvers ter sprake. Deze boekwinkel doet veel aan het promoten van lokale schrijvers en talenten in het algemeen. Dat vond ik bewonderenswaardig omdat ik in de korte tijd dat mijn boek uit is, ook het tegenovergestelde had meegemaakt.
Ik vertelde hem dat ik me best wel stoorde aan de houding van enkele boekhandels. Ik begrijp ook wel dat ik de zoveelste ‘schrijvende bedelaar’ ben wanneer ik een boekwinkel bel. Dat de kans dat je een ‘nee’ hoort, groter is dan een ‘ja’. Waar ik me vooral aan ergerde was de toch wel hautaine manier waarop er soms gereageerd werd. Van een uitgever ben ik inmiddels gewend dat je van de honderd aanschrijvingen tachtig keer ‘het past niet in onze fonds’ voor je kiezen krijgt. Dat is een mantra dat je er bij zo’n uitgever amper uit geramd krijgt. Maar een boekwinkel die iets soortgelijks roept? Dat kan er bij mij niet in. Nee, ik praat niet over Bruna’s en AKO’s, de Febo’s onder de boekhandels. Daar weet je dat je de hapklare boeken en heel veel tijdschriften krijgt voorgeschoteld en dat is ook goed zo. Dat is het verwachtingspatroon. Ik praat echt over boekwinkels die zeggen dat ze een ‘boek’winkel zijn. Waarom weigeren ze dan talent uit eigen regio? Uitgevers die net wat kleiner zijn dan de enkele grote jongens die blijkbaar de dienst uitmaken? Zulk soort antwoorden kreeg ik namelijk te horen. Eerst groot worden en dan praten we wel verder.
Ik heb een van deze boekwinkels bestudeerd en tot mijn grote schrik zag ik bijzonder weinig diversiteit. Alleen de populaire titels met al zijn look-a-likes lagen er. Plus wat titels die in De Wereld Draait Door zijn geweest. Dat is geen boekwinkel meer. Dat is een supermarkt waar je voor een rek staat met alleen maar paprikachips, de duurste op ooghoogte en daaromheen allerlei goedkope zakken paprikachips. Heb je liever wokkels? Pech gehad. Paprikachips verkopen goed, dus die wokkels kun je vergeten. Valt het je niet op dat, hoe meer ik het woord paprikachips schrijf, hoe meer het je tegen gaat staan? Dat is niet alleen zo voor paprikachips, maar geldt zeker ook voor een boek. Het meest verbazingwekkende is nog dat een paprikachipsverkoper niet begrijpt waarom zijn verkoop toch zo achteruit gaat.
Gelukkig zijn er een hele hoop boekwinkels die wel slimmer en opener zijn dan bovengenoemde boekwinkel. Zo ook The Read Shop. Die verkoopt wél wokkels.
De bibliotheek is ook een topvoorbeeld van hoe het wel hoort en kan. Bekende en minder bekende schrijvers en uitgevers staan gebroederlijk naast elkaar en worden zonder vooroordeel net zo vaak uitgeleend.
Is het de macht van de grote uitgevers? De enkele kortzichtige boekwinkels zelf? Of is het niet los kunnen laten van nostalgie? Ik vermoed een mix.
Ik realiseer me dat als beginnend auteur dit stukje schrijven misschien niet zo handig is. Dat wil ik dan toch graag anders zien. Ik daag boekwinkels en zelfs De Wereld Draait Door uit om af te wijken van de gebaande paden. Word moderner, durf naar kleine uitgevers te kijken en haal naast de paprikachips ook eens wokkels of kaasflips in huis!

paprikachips.jpg

Bron afbeelding:Shutterstock

 

Genomineerd voor de stimuleringsprijs 2016

Er zijn van die weken dat alles opeens heel snel gaat. Zo is deze week mijn boek uitgekomen: ‘Piet Kreel is nog wel’ en zo ben je dezelfde week genomineerd voor de stimuleringsprijs 2016. Ik heb wel eens slechtere weken gehad.
‘Is je boek uitgegeven dan? Ik heb dat niet voorbij zien komen op je blog?’

Klopt, ik had het hier nog niet kenbaar gemaakt dat het uitgegeven is, maar inmiddels spreidt het nieuwtje zich langzaam als een olievlek uit. Iets wat ik ook niet verwacht had en natuurlijk bijzonder trots op ben.
Wil je meer weten over het boek? Of wil je het bestellen? Nog beter uiteraard. Dat kan. Het boek is overal te koop en 100% overal bij de digitale boekenwinkels zoals bijvoorbeeld hier bij Bol of bij Bruna.
Meer info over Piet kun je hier vinden: MichielZiet Facebook

Nu heeft mijn uitgever een stimuleringsprijs. En natuurlijk raad je het al. Een zekere Michiel met een boek over een zekere Piet is ook genomineerd!
Samen met een hoop andere noeste auteurs maak ik kans deze prijs te winnen. Maar ja, je voelt hem al aankomen. Geen nominatie zonder stemmen krijgen. Dus… en daar komt de tweede, je voelt hem ook al aankomen:

Per 1 september kan er gestemd worden! Bij voorkeur op mij. Denk je van: Goh, die Michiel kan altijd leuk schrijven en dat boek is best wel een toppertje: STEM!
Denk je van: Ja, maar ik heb het boek nog niet gelezen: Koop dan het boek en stem daarna op mij!
Maar serieus: Vind je dat ik deze prijs verdien? Stem dan op de volgende pagina:

https://www.schrijverspunt.nl/schrijverspunt-stimuleringsprijs-2016
Ben je net zo positief en enthousiast als ik? Share, like, deel, vind mooi, laat het vooral de wereld weten!

Alvast super dank!
 

stimu

Boerkini? Blootgewoon.

En opeens was zij er. De boerkini. Zij was er al een tijdje, maar door wat gedoe aan Franse stranden is het stukje stof opeens een ‘trending topic’. Nou, ja, stukje stof… een flinke lap textiel is een betere benaming.

Nu is het in een vrij democratisch land als het onze sowieso al gevaarlijk om hier een mening over te hebben, maar ja, ik heb die dingen dan ook niet bedacht.

Kijk, hoe iemand op een strand ligt en zwemt, moet hij of zij zelf weten. De een verbrandt poedelnaakt met de zandkorrels tussen de billen en de ander stoomt zichzelf als een broodje bapao gaar in een boerkini. Twee uitersten en beiden trekken bekijks op een strand.

In een discussieprogramma hoorde ik een fervent boerkini-draagster roepen dat ze zich nog nooit zo bekeken en onderdrukt had gevoeld als in een zwembad. Het verbaasde mij dat zij hierover geschokt was. Het is toch logisch? Wanneer ik op een strand in Iran in mijn speedo rondren, dan trek ik ook bekijks. Toch? ’s Lands wijs, ’s lands eer en wanneer ik het niet-goed-wijs vind, moet ik dat vooral vinden.

In het discussieprogramma ontstond er een welles-nietes spelletje over of het wel of niet de vrouw onderdrukte vanuit godsdienstig oogpunt. Nu heb ik niets met geloven. Mijn credo luidt: Des te fanatieker de roep naar een God, des de eerder gaat het land kapot. Praktijkvoorbeelden lijken mij in deze tijden overbodig.

Terug naar de boerkini. Als man zijnde zul je er niet opgewonden van worden, maar ja, als er een topless vrouw voorbij rent al struikelend over haar borsten, is dat ook niet echt een viagra. Flirten lukt ook niet zomaar in zo’n zwempak of je moet héél mooie ogen hebben. Ik vermoed dat er vanuit geloofstechnische redenen ook niet echt geflirt mág worden. Anders had men wel een doorzichtige boerkini uitgevonden.

Ik bedacht me tijdens het programma opeens hoe schijnheilig een democratie eigenlijk is. Een deel van Nederland wil niet dat de boerkini haar intrede maakt. Angstbeelden van stranden bedekt met grote lappen stof, angst voor het vreemde, maar eigenlijk angst voor het geloof dat langzaam aan wat dominanter wordt. Zoals een goede Nederlander betaamt, draait men om de hete brij heen. Want oh wee, als je het beestje bij de naam noemt. Ook wel weer te begrijpen want een fanatiek deel voorstanders zal nog net niet aan vlagverbranding doen.

De zogenaamd hoog opgeleide voor- en tegenstanders probeerden in het programma quasi intelligent elkaar de loef af te steken, waarom het al dan niet onderdrukkend en prehistorisch was. Vrouwen. Niet de mannen, maar de vrouw die hierover op TV strijdt. De man thuis heeft het kennelijk niet verboden.

Waar hebben we het over? Dacht ik. Natuurlijk bestaan er zeer explosieve mafketels die in de naam van hun God zichzelf opblazen, aanslagen plegen en andere chromosoomloze acties ondernemen. Zeker is dat het veelal de man is met een overschot aan bewijsdrang en kennelijk een overschot aan zichzelf. Hun hemel heeft zo langzamerhand een zwaar maagdentekort of wat er ook maar beloofd wordt.

De vrouw in burka of boerkini, of voor mijn part in een astronautenpak, zit thuis. Onderdrukt of niet. Wanneer zij vindt dat ze het uit vrije wil doet, dan is dat zo. Het ene geloof verbiedt haar onbedekt op het strand te liggen, het ander verbiedt het tegenovergestelde. Zij zit tussen twee vuren. Dubbel onderdrukt.

De volgende ochtend liep ik naar mijn werk. Twee schoolmeisjes passeerden mij op de fiets. Eentje met en eentje zonder hoofdtooi. Vrolijk lachend, pratend over Pokemon-go en jongens. Ik moest glimlachen en tegelijkertijd kreeg ik een wee gevoel. Het liefst had ik ze na willen roepen.

‘Laat je niet vormen door volwassenen en je cultuur, meiden! Anders kun je later nooit naast elkaar zonnebaden!’
Boerkini naakt

Of net wel? (Rio)

Denkend aan Rio denk ik aan net niet. Net niet brons, net niet de vorm die nodig was. Vechtend met een leeuwenhart. Knokkend naar die finale of halve finale om vervolgens in het zicht van de haven net iets tekort te komen. Vallend ten onder. Knokkend met opgeheven hoofd. Vuur in de ogen dat gedoofd werd met tranen.

Denkend aan Rio denk ik aan helemaal niet. Verwachtingen die bij sporters neergelegd werden. Die het gewicht van de natie op hun schouders droegen om vervolgens kopje onder te gaan in het zwembad. Struikelend over de finish kwamen. Gedesillusioneerd. De zon scheen niet goud, maar zilver. Vertwijfeld op een mat achterbleven, geen medaille, maar wel op punten van de mat geveegd.

Denkend aan Rio denk ik aan een chef d’équipe die de ‘verliezers’ eerder naar huis stuurde. Een feestbeest ontringde. Een chef die bovenop de natie nog meer gewicht legde.

Rio, de stad waar wonderen gebeurden. Waar een wielrenster verdween naast een snelweg, water spontaan van kleur veranderde en een zwembad waarin je in drie banen voortgeduwd werd door onderstroom.

Denkend aan Rio denk ik aan die sporters die eerst geen aandacht kregen en uitgroeiden tot onverwachtse helden. Een lenige ballerina, balancerend op een balk geschiedenis schreef voor Nederland. Een wielrenster die ‘te vroeg’ wegsprintte op de baan en tegen alle ongeschreven wetten in goud haalde. Denk ik aan een surfer die de koningin knuffelde alsof het zijn vriendin was. Gouden roeisters omringd door zwemmende mannen. Een eilandengroep die zich letterlijk naar hun eerste medaille ooit knokte.

Denkend aan Rio voel ik trots voor de handbaldames, volleybaldames en hockeydames die ondanks hun niet gelukte missies lieten zien wat ‘girlpower’ is. Een bokster die het net niet haalde tegen een onsportieve man die voor vrouw moest doorgaan en een sprinter uit Curaçao die niet chagrijnig te krijgen was. Hij was blij man. Ook met een net-niet-medaille. Waarom? Omdat hij alles gegeven had.

Rio, de Spelen die net niet werden wat ervan verwacht werd. Ik kijk naar een mooie elfde plek in het medailleklassement. Ik zie welke landen we achter ons houden. Ik bedenk me hoe groot ons kleine landje eigenlijk wel niet is. Net niet? Nee. Net wel met een gouden rand.

dafneschippers

Boekenjunkie

Ik ben een boekenwurm. Daar doe je niets aan. Vanaf het moment dat ik als kleuter van de eerste letters chocola kon maken, las ik. Maakte niet uit wat, zolang het maar tot de verbeelding sprak. Als er maar letters in stonden.
Boeken brengen me overal waar ik zijn wil. Andere werelden, culturen of leefomstandigheden. Ze leren je de geschiedenis, maatschappij of waar je ook maar interesse in hebt. Fantastisch!
Nu kan je als leesliefhebber ook doorschieten. Kort geleden liep ik over de boekenmarkt van Deventer. Europa’s grootste. Maar liefst zes kilometer aan leesvoer! Paradijs voor menig boekenwurm. Helaas heeft het ook een zware aantrekkingskracht op de wat aan lager boek geraakte liefhebber. De boekenjunkie.
Met lange lijsten struinen zij elke kraam af. Snuffelend naar die ene shot. Dat ene item dat op hun lijst staat. Zodra ze het vinden wijken ze voor niets of niemand, gaan op hun doel af om het exemplaar van de kraam te vissen. Als een spuit tegen de ader krassen ze met hun pen hun aanwinst af. Het zegestofje vloeit door hun lichaam en voor even zie je een gelukzalige glimlach op hun witte gezicht. Die is echter van korte duur. Er is zijn nog honderden kramen af te gaan.
De leesjunks hebben geen winkelwagen met rommel. Nee. Met grote rolkoffers struinen ze mij voorbij. Ik dacht nog wel dat ik met mijn rugzak overdresst was. Meewarig schud ik mijn hoofd terwijl ik mijn vijftien Spidermanstrips en Nico Dijkshoorn in mijn tas propte.
Ik liep van de kraam weg. Terwijl ik me verontschuldigde bij een paar mensen waar ik met de rugzak tegen aan botste en staarde vol verbazing naar een voorbijkomende rolkoffer-gang. Die mensen hebben hulp nodig en dan niet met inpakken van hun koffer. Dat kunnen ze heel goed zelf.
Het vervelende is dat zij altijd moeten zijn waar ik ook moet zijn. De fantasyboeken. Ik heb ook een theorie ontwikkeld: een kraam waar heel veel rolkoffers en andere grote bagage staan, liggen fantasyboeken. Echt waar! Controleer het zelf maar eens op een boekenmarkt. Staat er een grote groep? Fantasyboek. Ik sta er zelf ook tussen. Hele collecties pikken ze voor mijn neus weg. Ook net dat ene deel wat ik van al die boeken nodig heb.
‘Meneer, als u dan toch de hele kraam opkoopt, mag ik dan dat ene boekje? Dan heb ik mijn serie compleet.’
‘Nee!’ klonk het vijandig.
‘Maar, u heeft al zo’n beetje de hele kraam bij elkaar gepakt. U deed dat overigens mooi. Uw armen als een grote shovel gebruikend. Weet u wel wat u allemaal gepakt hebt? Wellicht hebt u mijn boek al… ik bedoel dit boek al?’
‘Ga ik dadelijk wel even checken op mijn lijst.’ Hij haalde een lijst uit zijn hutkoffer. Het had ook een ouderwetse telefoongids kunnen zijn.
‘Kunt u dat niet beter van te voren doen?’
‘Nee!’ Een wit doorlopend gezicht staart mij fanatiek aan. Heeft hij nu irissen of komma’s in zijn ogen?
‘U heeft al slechts honderd boeken van deze kraam. Bij de vorige kraam kreeg u zelfs even een aanvaring met een peuter waar u een Nijntje boek voor zijn neus wegkocht.’
‘Ik had die nog niet!’
Oei, wat klonk het verdedigend.
‘Dus ik kan echt niet dat ene boek van deze hele kraam van u krijgen zodat ik hem kan kopen?’
‘Nee! Ik heb die nog niet.’
Bibberend gaat hij door zijn lijst. Af en toe schichtig om zich heen kijkend. Er zijn uiteraard meerdere rolkoffers op de kust. Hij kan niet te lang blijven stilstaan. Al helemaal niet met een rugzakwurmpje wat maar één boek wil.
Meneer, u heeft hulp nodig.
Ik zei het niet hardop. Pissig dat ik was dat ik nu nog mijn serie niet compleet had, liet ik de man achter. Hij zat duidelijk in een overdosis. Daar was geen land mee te bezeilen.
‘Begrijp jij dat nou?’ zei ik tegen mijn vriendin. ‘Dat mensen zo ver en zo diep gaan met boeken?’
Ze staarde naar mijn steeds verder uitpuilende rugzak. Ook keek ze even veel betekenend naar de tas met boeken die ze voor mij droeg.
‘Nee, daar snap ik niets van,’ klonk het luchtig.
‘Dan heb je toch ergens ook wel een steekje los, toch?’
Haar grote ironische glimlach sprak boekdelen.
‘Dat hebben ze zéker!’

BoekenJunkie

Selfie van een boekenjunkie…