Of net wel? (Rio)

Denkend aan Rio denk ik aan net niet. Net niet brons, net niet de vorm die nodig was. Vechtend met een leeuwenhart. Knokkend naar die finale of halve finale om vervolgens in het zicht van de haven net iets tekort te komen. Vallend ten onder. Knokkend met opgeheven hoofd. Vuur in de ogen dat gedoofd werd met tranen.

Denkend aan Rio denk ik aan helemaal niet. Verwachtingen die bij sporters neergelegd werden. Die het gewicht van de natie op hun schouders droegen om vervolgens kopje onder te gaan in het zwembad. Struikelend over de finish kwamen. Gedesillusioneerd. De zon scheen niet goud, maar zilver. Vertwijfeld op een mat achterbleven, geen medaille, maar wel op punten van de mat geveegd.

Denkend aan Rio denk ik aan een chef d’équipe die de ‘verliezers’ eerder naar huis stuurde. Een feestbeest ontringde. Een chef die bovenop de natie nog meer gewicht legde.

Rio, de stad waar wonderen gebeurden. Waar een wielrenster verdween naast een snelweg, water spontaan van kleur veranderde en een zwembad waarin je in drie banen voortgeduwd werd door onderstroom.

Denkend aan Rio denk ik aan die sporters die eerst geen aandacht kregen en uitgroeiden tot onverwachtse helden. Een lenige ballerina, balancerend op een balk geschiedenis schreef voor Nederland. Een wielrenster die ‘te vroeg’ wegsprintte op de baan en tegen alle ongeschreven wetten in goud haalde. Denk ik aan een surfer die de koningin knuffelde alsof het zijn vriendin was. Gouden roeisters omringd door zwemmende mannen. Een eilandengroep die zich letterlijk naar hun eerste medaille ooit knokte.

Denkend aan Rio voel ik trots voor de handbaldames, volleybaldames en hockeydames die ondanks hun niet gelukte missies lieten zien wat ‘girlpower’ is. Een bokster die het net niet haalde tegen een onsportieve man die voor vrouw moest doorgaan en een sprinter uit Curaçao die niet chagrijnig te krijgen was. Hij was blij man. Ook met een net-niet-medaille. Waarom? Omdat hij alles gegeven had.

Rio, de Spelen die net niet werden wat ervan verwacht werd. Ik kijk naar een mooie elfde plek in het medailleklassement. Ik zie welke landen we achter ons houden. Ik bedenk me hoe groot ons kleine landje eigenlijk wel niet is. Net niet? Nee. Net wel met een gouden rand.

dafneschippers

Boekenjunkie

Ik ben een boekenwurm. Daar doe je niets aan. Vanaf het moment dat ik als kleuter van de eerste letters chocola kon maken, las ik. Maakte niet uit wat, zolang het maar tot de verbeelding sprak. Als er maar letters in stonden.
Boeken brengen me overal waar ik zijn wil. Andere werelden, culturen of leefomstandigheden. Ze leren je de geschiedenis, maatschappij of waar je ook maar interesse in hebt. Fantastisch!
Nu kan je als leesliefhebber ook doorschieten. Kort geleden liep ik over de boekenmarkt van Deventer. Europa’s grootste. Maar liefst zes kilometer aan leesvoer! Paradijs voor menig boekenwurm. Helaas heeft het ook een zware aantrekkingskracht op de wat aan lager boek geraakte liefhebber. De boekenjunkie.
Met lange lijsten struinen zij elke kraam af. Snuffelend naar die ene shot. Dat ene item dat op hun lijst staat. Zodra ze het vinden wijken ze voor niets of niemand, gaan op hun doel af om het exemplaar van de kraam te vissen. Als een spuit tegen de ader krassen ze met hun pen hun aanwinst af. Het zegestofje vloeit door hun lichaam en voor even zie je een gelukzalige glimlach op hun witte gezicht. Die is echter van korte duur. Er is zijn nog honderden kramen af te gaan.
De leesjunks hebben geen winkelwagen met rommel. Nee. Met grote rolkoffers struinen ze mij voorbij. Ik dacht nog wel dat ik met mijn rugzak overdresst was. Meewarig schud ik mijn hoofd terwijl ik mijn vijftien Spidermanstrips en Nico Dijkshoorn in mijn tas propte.
Ik liep van de kraam weg. Terwijl ik me verontschuldigde bij een paar mensen waar ik met de rugzak tegen aan botste en staarde vol verbazing naar een voorbijkomende rolkoffer-gang. Die mensen hebben hulp nodig en dan niet met inpakken van hun koffer. Dat kunnen ze heel goed zelf.
Het vervelende is dat zij altijd moeten zijn waar ik ook moet zijn. De fantasyboeken. Ik heb ook een theorie ontwikkeld: een kraam waar heel veel rolkoffers en andere grote bagage staan, liggen fantasyboeken. Echt waar! Controleer het zelf maar eens op een boekenmarkt. Staat er een grote groep? Fantasyboek. Ik sta er zelf ook tussen. Hele collecties pikken ze voor mijn neus weg. Ook net dat ene deel wat ik van al die boeken nodig heb.
‘Meneer, als u dan toch de hele kraam opkoopt, mag ik dan dat ene boekje? Dan heb ik mijn serie compleet.’
‘Nee!’ klonk het vijandig.
‘Maar, u heeft al zo’n beetje de hele kraam bij elkaar gepakt. U deed dat overigens mooi. Uw armen als een grote shovel gebruikend. Weet u wel wat u allemaal gepakt hebt? Wellicht hebt u mijn boek al… ik bedoel dit boek al?’
‘Ga ik dadelijk wel even checken op mijn lijst.’ Hij haalde een lijst uit zijn hutkoffer. Het had ook een ouderwetse telefoongids kunnen zijn.
‘Kunt u dat niet beter van te voren doen?’
‘Nee!’ Een wit doorlopend gezicht staart mij fanatiek aan. Heeft hij nu irissen of komma’s in zijn ogen?
‘U heeft al slechts honderd boeken van deze kraam. Bij de vorige kraam kreeg u zelfs even een aanvaring met een peuter waar u een Nijntje boek voor zijn neus wegkocht.’
‘Ik had die nog niet!’
Oei, wat klonk het verdedigend.
‘Dus ik kan echt niet dat ene boek van deze hele kraam van u krijgen zodat ik hem kan kopen?’
‘Nee! Ik heb die nog niet.’
Bibberend gaat hij door zijn lijst. Af en toe schichtig om zich heen kijkend. Er zijn uiteraard meerdere rolkoffers op de kust. Hij kan niet te lang blijven stilstaan. Al helemaal niet met een rugzakwurmpje wat maar één boek wil.
Meneer, u heeft hulp nodig.
Ik zei het niet hardop. Pissig dat ik was dat ik nu nog mijn serie niet compleet had, liet ik de man achter. Hij zat duidelijk in een overdosis. Daar was geen land mee te bezeilen.
‘Begrijp jij dat nou?’ zei ik tegen mijn vriendin. ‘Dat mensen zo ver en zo diep gaan met boeken?’
Ze staarde naar mijn steeds verder uitpuilende rugzak. Ook keek ze even veel betekenend naar de tas met boeken die ze voor mij droeg.
‘Nee, daar snap ik niets van,’ klonk het luchtig.
‘Dan heb je toch ergens ook wel een steekje los, toch?’
Haar grote ironische glimlach sprak boekdelen.
‘Dat hebben ze zéker!’

BoekenJunkie

Selfie van een boekenjunkie…

Zoemmm

Viespeukjes zijn het. Ze houden zich stilletjes schuil en begluren je ongegeneerd. Kijkend naar je blote lijf. Je zachte huid. Hun tongetje likt nog net niet over hun lippen. Het maakt ze niet uit of je man of vrouw bent. Ze zijn zo bi als de pest. Als je maar lekker ruikt.
Lig je eenmaal comfortabel in je bed op een zwoele zomeravond, dan komen ze. De mosquito, de mug. Ook wel kutbeest genoemd in de volksmond.
Ooit heeft de natuur dit rampinsect bedacht en losgelaten op onze aardkloot. Nou kloten is het. Ik heb geen enkel idee wat het nut van dit kleine beestje is. Eigenlijk ook wel: het wakker houden en irriteren van de mens.
Ontspannen lig ik in mijn nestje. Helemaal zen terwijl de melatonine toeslaat en mij wegvoert naar droomland. In mijn fantasie de wereld reddend als ridder. Net wanneer ik de draak wil doden, doemt er gezoem op met een hoge frequentie. Is het de draak? Deze kijkt mij aan of ik wil voortmaken. Hij heeft nog meer dromen om langs te gaan. Langzaam word ik wakker. Het groene reptiel verdwijnt, maar het gezoem niet.
Een mug!
Ik schiet overeind. Het gezoem verdwijnt. Echter, ik weet beter. Dat beest zit ergens in mijn kamer! Vlug klik ik het nachtlampje aan en als een standbeeld blijf ik zitten. Loerend op de muren en plafond. Waar zit het? Niets. Misschien is het wel weggevlogen. Ik klik het lampje weer uit.
Zoemmm!
Godver!
Lampje aan.
Ik gris een tijdschrift van de grond. Voordeel van boekenwurmen. Die hebben altijd mepvoer in de buurt.
Ditmaal stap ik uit bed en besluit om mijn kamer uitvoerig te scannen. Tijdschrift in de aanslag.
Daar zit ie!
Ik sluip op het beest af.
Mik.
Bam!
Een mug armer en een bloedvlek rijker. Trots staar ik naar mijn zojuist gecreëerde jachttrofee.
Daar zit er nog één!
Bam!
Flats!
Raak!
Tevreden kruip ik onder mijn deken. Lampje uit. Na welgeteld twee minuten stilte keert het gezoem terug. Alsof ze eerst dodenherdenking hebben gehouden! Ik gooi er op mijn charmantst een hele hoop scheldwoorden en doodsverwensingen uit. De eerste bulten beginnen spontaan op mijn benen te jeuken. Ik laat me niet kennen, druk het kussen op mijn kop en rol me helemaal in de deken. Zo. Gezoem niet meer te horen en geen stukje huid meer vrij.
Ik krijg het warm. Ik krijg het heel warm. Een bijkomend effect van een zwoele zomeravond. Het zweet begint me langzaam uit te breken. Zo wordt slapen ook niets. Na een paar keer heen en weer gewoeld te hebben, gooi ik de deken van me af. Kussen van mijn hoofd.
Koelte!
Zoemmm.
Whaaaa!
Het is drie uur ’s nachts en het is oorlog! De lamp gaat met geweld aan! Als een Rambo sluip ik door mijn slaapkamer.
Bam!
Flats!
Mep!
Kedeng!
Wham!
Soepel sla ik de ene mug na de andere dood. Van het tijdschrift blijft weinig over, maar ja, offers moeten er gebracht worden in tijden van oorlog.
Rond half vier slaak ik een overwinningsgeeuw en kruip als een winnaar mijn bed in.

Zeven uur. De wekker gaat. Voor mijn gevoel heb ik amper vijf minuten geslapen. Het jeukt als een gek op mijn armen. Ze zien eruit alsof ik de waterpokken heb. Mijn slaapkamer is er nog erger aan toe. Die heeft spontaan de rode hond gekregen.
Vermoeid sta ik op. De drang om te krabben verbijt ik. Die paar overlevenden ergens op de muren kijken. Dat weet ik zeker. Ik ga ze niet het genoegen geven door mijn huid open te halen vanwege de jeuk.
Aan mijn voeten ligt een halfvergaan tijdschrift. Zonde. Op het moment dat ik de slaapkamer verlaat, weet ik zeker dat ik een soort lachend gezoem hoor. De zege van vannacht… was die dan toch voor de mug?

zoemmm2

Bron afbeelding: Pinterest

Stickertjes

Waarom? Dat is mijn vraag. Het grote waarom? Heb ik iemand iets misdaan? Is het een soort van wraakactie van de producent?
Waar ik het over heb?
Appels. Dan niet zo zeer de vrucht an sich, die kan er ook niet veel aan doen, maar wel die horken die ze leveren aan de supermarkten. Het kan ook een persoonlijke vendetta tegenover mij gericht zijn, dat weet ik niet. Het valt mij in elk geval op dat er op elke appel een stickertje zit. Een ruitvorming stickertje met daarop het type appel of wie de leverancier is van deze vrucht. Totaal overbodig want dat is de appelboom namelijk. Zelfs een demente baviaan die zich nooit laat zien in Adventure Zoo Emmen weet dit nog.
Wat is het nut van zo’n stickertje? vroeg ik me vanochtend nog af terwijl ik het ranzige smakende plakkertje uit mijn mond pulkte. Ik had hem met mijn brakke kop even gemist. Op de zak staat toch alles wat ik weten wil? Hoe de appel smaakt, waar het vandaan komt et cetera.
Junior krijgt van mij altijd een appel mee naar school. Vanwege zijn handicap zorg ik er dat het ding stickervrij is. Anders eet hij het genadeloos op. Met plakker en al.
Daar sta ik dan met de appel. Schrapend over zijn buitenkant om dat stickertje er af te frunniken. Nu weet ik niet hoe de gemiddelde man zich verzorgd, maar over het algemeen hebben ze niet tot nauwelijks nagels aan hun vingers. Ik in elk geval niet. Dus met het stompje wat ik op mijn wijsvinger heb doe ik moedige pogingen dat vervloekte ruitje van de appel te krijgen. Ik blijf kalm. Misschien met mijn duim?
O, oh, de eerste inkepingen beginnen zich te vertonen in mijn Granny Smith. Gloeiende! Waar zit het mee vast? Behangplaksel?
Rustig blijven, Michiel! Ik haal een keer diep adem en concentreer me weer op de appel. Puntje van de tong buitenboord.
Het is los! Een deel van het vruchtvlees onder de oppervlak wel te verstaan.
God noderju!
Nog een keer adem halen.
Mijn hand lekt via mijn vingers appelsap op het aanrecht.
De appel verdwijnt met dusdanig geweld in de groenbak dat CSI er moeite mee zou hebben het te herkennen.
Appelleveranciers, stop met deze micro-terrorisme! Als je zo nodig wilt plakken, plak dan die zak van vol. En dan bedoel ik niet jullie baas.
Het aanrecht thuis is ontdaan van alle appelsporen die naar mij toe zouden kunnen leiden. Junior is naar school. Wederom met een banaan en wat druiven.

Boze appel

De racistische Efteling

De Efteling werd beticht van vermeende discriminatie in haar pretpark. Zo waren negerpoppetjes te zwart, Chinezen hadden te veel spleetoog, Bolle Jan had een te grote mond en Lange Jan was te kwetsend voor alle mannen met een Napoleoncomplex.

Dit alles werd de Efteling netjes in een brief uitgelegd door een groep met de naam: Stop Oppressive Stereotypes. Het klonk kennelijk beter in het Engels. Hoe stereotype!

Ze hadden bijvoorbeeld bezwaar tegen de attractie: Monsieur Cannibale. En terecht! Het is ook een heel minderwaardige setting van hypocrisie, alsof die arrogante Fransen ooit een kannibaal mijnheer zouden noemen. Ze gunnen een brie nog geeneens een blik waardig!

Carnaval Festival. Een attractie met maar liefst vijf Bosjesmannen. Dat kan ook niet. Nederland zou veel meer groen moeten hebben. Bovendien weten we allemaal wel dat een Bosjesman niet per definitie zwart hoeft te zijn. Toch? Stop eens een keer langs de parkeerplaats Aaldershut op de A2 richting Weert en je komt een heel bos vol mannen tegen!

Madurodam. Ook een plek vol stereotypes. Hoe kwetsend moet dit wel niet zijn voor de kleine mens? Volendam. Hoe erg is dat? Elke Chinees denkt dat heel Nederland in klederdracht rondloopt! Logisch toch dat wij hen wat geler in de Efteling neerzetten?

Euro Disney. Het ergste van allemaal! In elke eend die ik zie, zie ik Donald in zijn blote kont! Ook weer heel onderdrukkend naar Kwik, Kwek en Kwak toe. Die zien hun oom elke dag in zijn blote togus tegenover hen staan. Hoe erg is dat? Komt Katrien er nog bij en dan heeft Alberto Stegeman genoeg materiaal voor tien waardeloze afleveringen undercover Nederland!

Afijn, ik dwaal af. Onderdrukkende stereotypes. De groep wil dat we daarmee stoppen. Waarom stip je ze dan aan? Wat voorheen een onschuldige attractie was, wordt nu opeens met hele andere ogen bekeken. Het ergste is misschien wel dat het landelijke nieuws ermee gehaald wordt.

Nederland lijkt zo langzamerhand wel een testland geworden te zijn in hoe mensen moeten zijn. Wanneer ze het nog niet zijn, dan zorgt er wel een of andere groep voor dat we er naar gemodelleerd worden. Zwarte Piet wordt een toverbal van kleuren. De Chinees zetten we weg als verlegen kok achter een schuifluik en de woorden neger en zwart zijn opeens heel kwetsend. Voor alle vele andere stereotyperingen die ik in dit stukje vergeet: Sorry, dit was niet racistisch bedoeld. Ik verwijs jullie graag naar de Stop Oppressive Stereotypes.

Wanneer je de groepsnaam afkort krijg je trouwens SOS. Bewust? Zo cliché! Bij deze wil ik graag een SOS uitzenden naar deze groep. Stop met dit cabareteske vlooiencircus. We weten wel dat er discriminatie, racisme en vooroordelen zijn. Dat zowel hier en over de hele wereld bepaalde groeperingen onderdrukt of zelfs vermoord worden. Dat we een zwerver eng vinden en een Gilles de la Tourette maar raar. Echter, als er ergens een plek is waar je even één bent met alle rariteiten, waar iedereen gelijk is, dan is het wel in een pretpark. Waar je ontvangen wordt door een groot konijn of een muis. Waar je nog mag lachen om dansende houten kaasmeisjes. Waar een fakir nog mag zweven op zijn tapijt zonder dat men vreest voor een aanslag. Beste malle SOS groep blijf zelf uit de hoek van stereotypering, stop ermee en ga gezellig een dagje naar Europapark. Daar waar alle typetjes gezellig samen komen.

Schijnheilig

Bron Afbeelding ezeltje strekje: De Efteling

De heilige blauwe pot

Het blijft een mysterie. Al heel lang. Als kind kon je er niet om heen. In de reclame, de winkels, bij je oma, je tante, zelfs bij je thuis stond de blauwe verschijning. De Nivea pot.
Een grotere mysterieus iets kon ik me als kind niet verzinnen. Voor rampspoed, ziekte, oorlog en God verheerlijking had je de Bijbel, voor al het andere de blauwe Nivea pot. Het stond bij ons dan ook gelauwerd onder een rozenkrans.
Dat witte spul. Die crème. Wat moest je daar toch mee? Niemand kon het me ooit vertellen. Wel werd het bij elke scheet die me dwars zat te pas en te onpas op me gesmeerd. Het hielp geen fluit, maar dat maakte niets uit.
Schaafwondje? Wonderzalf er op. Tand door de lip? Dikke laag wonderzalf er op.
Het witte goedje prikkelde de fantasie. Waar kwam het vandaan? Waarom had iedereen een pot in huis? Was er een geheime blauwepottensekte waar ik geen weet van had?
Vergeet ik te vertellen dat steevast naast zo’n pot wondercrème altijd een zak gekleurde wattenbolletjes lag. Waarom? Ik moest er ooit eens bijna voor naar de dokter, omdat ik ze voor suikerspinnen aanzag en opat.
Wat voor heilige zaken gebeurden er toch in tussenwoningen van de wat oudere mensen? Wie had ooit de blauwe Nivea pot voor heilig verklaard? Ik zou er nooit achter komen.
Ik nam me voor dat ik geen deel wilde uitmaken van dit geheim genootschap der blauwe potten. Hoe verleidelijk wit de crème er ook uit zag. Niet in mijn huis.
Totdat ik de topless Nivea douchegel reclame voorbij zag komen als klein kereltje. Hoe sterk was ik? Ondanks alle verleidelijke insmeer poses op televisie hield ik voet bij stuk. Geen blauwe pot in mijn huis. IK heb gezegevierd.
Trots kijk ik vandaag de dag vanonder de douche naar mijn wastafel. Geen blauwe pot te zien! Sterker dan de witte crème sekte! Het mysterie blijft echter. Nog steeds heb ik geen idee waar dat spul goed voor is. Dat laat ik ook graag zo.
Oh, ja, bij het uitstappen uit de douche moet je wel uitkijken dat je niet over de twintig flacons Nivea douchegel struikelt.

Nivea

Bron afbeelding: Pinterest

Grillmasters

Wat is er voor vrouwen meer erotiserend dan mannen in hun blote gespierde torso barbecueënd voor een groot vuur waar een groot karkas druipend van het vet boven hangt? Wat roetige zwetende bovenlijven en nasmeulende hipsterbaardjes?
Dat moest RTL4 ook bedacht hebben en zo kwamen zij met het programma grillmasters. Wat een deceptie.
Mijn vriendin zat al op het puntje van de bank wachtend op de goddelijke karbonadebakkers. Daar kwamen ze. Stoer door het gras lopende bierbuiken en één vrouw. Niets wat de voorafgaande bierreclame beloofde stond bij een barbecue. Het hele programma was een grote gesponsorde Albert Heijn instuif. En een beetje Weber.
De heren en dame werden door Herman den Blijker in een oversized design spatlap gehesen Zo’n leren schort met een broekriem die de boel om de schouder bij elkaar houdt. Herman had er zelf twee om. Vervolgens liepen ze naar hun gesponsorde keukenblokken. Ze vertelden met droge ogen dat het écht barbecues waren, maar mij hielden ze niet voor de gek. Mijn tuin is kleiner dan hun barbecuetje.
Ze gingen zalm bakken. Zalm van een echte visboer. Van Albert. Mijn hersens kregen hier een soort van interne tweestrijd. Bij vis kopen denk ik aan een markt, of viswinkel. Nooit, maar dan ook absoluut nooit denk ik aan een Albert. De combinatie van echte visboer én Albert veroorzaakte nog net geen epilepsie in mijn brein.
De roze monsters hadden het rooster nog niet aangeraakt of… reclame!
Een man die rechtstreeks uit een Chileense Inca tempel gelopen leek, verscheen beeld. Mal mutsje op, lederen spatlap voor zijn buik en daaronder geheel in het wit. Als hij niet door de Albert Hein wandelde, had ik gedacht dat hij reclame maakte voor een of andere Bengalese tantra kaartclub. Afijn, de man, laat ik hem Appie noemen, Appie banjerde vrolijk door de winkel met een plateau vol stukjes plastic worst. Had hij zelf ontwikkeld als échte slager bij de Albert. Nu liet hij de mensen deze lekkernij proeven, want hij was er trots op. Ja, ja, al die bakken E-nummers van in plastic darmen gevulde noodslacht is lekker. Als Appie dat belachelijk uitziende schort niet had aangehad, had hij best wel voor een slager door kunnen gaan. Alleen begon hij toen te praten. Een zacht, hoog, lispelend stemmetje kwam bij mij de woonkamer in. Zelfs zijn worst ging slap hangen. Die man zou beter scoren bij een Happinez festijn.
Gelukkig begon grillmasters weer. De zalm werd opgediend met gesponsorde groenten en zelfs met een complete keuken tot hun beschikking wisten de meesten het te presteren om de échte zalm van Heijn te doen laten mislukken.
Mijn inmiddels opgedroogde vriendin en schuimbekkende mezelf hielden het vol tot aan het einde van het programma. We doorstonden alle Appie reclames. Ik had mezelf al bijna bekeerd tot Chileens hogepriester. Er kwam nog een grill-off. Twee teams moesten iets grillen om verder te mogen. Er kwam een piepschuimen bakje tevoorschijn. Grote blauwe sticker AH erop. Herman, de man van authentiek, maakte het open. Worstjes!

GrillMaster

Bron afbeelding: Amazon.com

Is het echt?

Is het dan toch echt waar?

Eens kijken hoe ver ik op het lijstje ben.
Boek afgerond: Piet Kreel is nog wel:
Check!
Boek inhoudelijk nagekeken door Corry Kroondijk:
Check!
Boek nagekeken per hoofdstuk door stok achter de deur Marianne Cramer:
Check!
Boek eindcontrole gehad door Trees Van Der Vliet:
Check!
Uitgever gevonden die het wil uitgeven:
Check!
Huh?
Check!
Echt waar? Heb je een uitgever gevonden?
Jahaa! Checkerdecheck!!

Het staat er echt jongens! (En meisjes)
Een kleine uitgever durft het aan het boek ‘Piet Kreel’ is nog wel uit te geven.
Schrijverspunt Clusteruitgeverij durft het aan om onbekend talent… en Michiel… een kans te geven. Geweldig! Dat het ook nog eens in het oosten des lands gevestigd is, is helemaal mooi. Hoef ik niet met de TomTom door Amsterdam.😉 ;-P

Ik ben uiteraard superblij met deze kans en ik hoop dan ook dat het een mooi boek gaat worden.

Wanneer komt het uit dan? Kan ik het bestellen?
Als alles meezit, komt het boek al in augustus uit. Zodra het allemaal vastere vormen begint aan te nemen, dan zal ik natuurlijk zo snel mogelijk alle informatie met jullie delen.

Heb je nu al interesse?
Dat zou natuurlijk helemaal te gek zijn? PM of mail me dan met je gegevens. Zodra ik dan de datum, prijs e.d. zorg dat je boek besteld wordt. Een soort van intekenlijst, zeg maar.🙂

Voor de rest heb ik alleen nog te zeggen: YES!!!🙂

Contract

Gevaarlijke rode liefde

Haar mobieltje ging. De grote glimlach die daarop verscheen, stal de show op haar zachte gelaat.
Ze reed al een tijdje in haar rode Citroën. Keurig rijdend en afstand houdend op de weg van Enschede naar Oldenzaal. Haar rode haren waren netjes opgeknoopt in een knotje. Slechts een sierlijk krullende sliert haar prijkte over beide wangen. Het accentueerde mooi haar blosjes.
Het moest wel haast haar vriendje zijn. Of in ieder geval iemand die haar zo liefdevol deed lachen. Ze zette haar mobiel op de speaker en begon stralend tegen het ding te praten.
Alsof ze in innige conversatie was met haar stuur.
De verkeersregels leken te zijn vergeten. De vlinders van de liefde lieten haar dwarrelen over de Oldenzaalsestraat. Andere automobilisten viel het ook op. Ze wilden boos kijken bij het inhalen, maar bij de blik op de verliefde vrouw met het knotje, leken ze hun irritatie te zijn vergeten. Hoe kon je nu boos zijn op rood ingeblikte verliefdheid?
Beseffend dat rijden en bellen niet samengaan, besloot ze moedig haar vlinders te trotseren. Ze maakte haar liefde aan de andere zijde duidelijk dat ze moest opletten. Ze hing op. Haar glimlach bleef staan. Sterker nog. Af en toe giechelde ze van geluk.
Hoelang zou ze het volhouden? Rood. De kleur van de liefde en het stoplicht. Dit gaf haar kans op haar mobiel wederom te pakken. Bellen zou ze niet doen. Te gevaarlijk. Appen was toch iets minder erg. Vond zij.
Met een hand aan het stuur, de ander tikkend op haar mobiel, probeerde zij haar liefde te bereiken. Eerst nog netjes op en neer kijkend naar het stoplicht. Toen deze op groen sprong ging het ook nog redelijk goed. Maar vlinders zouden vlinders niet zijn, wanneer deze niet inherent zijn aan het je totaal verliezen in de ander.
Bij het tweede stoplicht in Oldenzaal ging het mis. Haar ogen verloren het contact met de verkeerslichten. Haar liefde zoog haar op, in haar mobiel. De auto straalde van binnenuit zacht warm licht. Haar lach leek nu wel vereeuwigd te zijn op haar gelaat.
Groen.
Een claxon klonk achter haar.
Ze schrok.
Het warme licht verdween.
Terug in de realiteit gooide ze vlug haar mobieltje aan de kant. Ze schudde zichzelf uit haar verliefde bubbel. De blik van opletten keerde terug op haar gezicht. De vrouw die altijd keurig oplette in het verkeer was terug. Ze hield weer keurig afstand. Naast haar leek er een onzichtbare hand uit het mobieltje te komen. Strelend over haar blosjes. De glimlach keerde terug. Alleen ditmaal bleef ze sterk. Ze wilde heel overkomen bij haar liefde en niet inpakt in rood blik.

ogen spiegel

Bron afbeelding: http://www.teamcheryle.com/accident-130/view-from-the-rear-view-mirror/